WADI ES SEBOUA

DAKKA

INLEIDING | WADI ES SEBOUA | DAKKA | MAHARRAKA



   

We wandelen langs de westoever naar een heuvel via de verhoogde zandweg in noordelijke richting, waar de tempel werd heropgebouwd. Het wordt eventjes klimmen, dus stevig schoeisel is zeker een must. Na een korte klimpartij bevinden we ons voor een vrijstaande pyloon die volledig bewaard is gebleven. Ptolemee IV Philopathor (222 - 205 v.C.) wordt erop afgebeeld terwijl hij offergaven aan Isis en Thot brengt. Thot is hier ter  plaatse een lokale variant en is deze de  patroonheilige van de stad Pnoebs
 
1  EERSTE PYLOON
2  VERDWENEN VOORHOF
3  Heiligdom van ARKAMANI
4  OFFERKAPEL 
5  Heiligdom van AUGUSTUS
In de OFFERKAPEL bemerken we een scene uit de SEKHMET-HATHOR legende. De godin Sekhmet (als leeuw) werd door Ra naar de aarde gestuurd om de mensheid te vernietigen. Ra kreeg echter spijt van zijn beslissing en stuurde de god Thot (als baviaan) om Sekhmet te kalmeren en op andere gedachten te brengen. Toen dit niet lukte, voerde Ra Sekhmet dronken door bier met rode aarde te vermengen. Hij goot dit zelfgemaakte brouwsel uit op het land. Sekhmet dronk ervan in de waan dat het mensenbloed was. Ze werd behoorlijk beneveld door de alcohol en keek in de plas bier naar haar weerspiegeling. Ze begon terstond vrolijk te worden en transformeerde in de liefelijke godin Hathor. In de scene die we hier zien worden beide goden volledig als dier afgebeeld. In Boven en Beneden Egypte werd traditioneel in alle tempels steeds een hybride vorm afgebeeld, namelijk half mens, half dier.


   

THOT (als baviaan) kalmeert SEKHMET (als leeuw)   METAFOOR waarheid : "MAÄT

Rondom de vrijstaande pyloon bemerken we op manshoogte verschillende diepe inkervingen. De bijgelovige bevolking schraapte en kerfde in de stenen om met het verkregen vermalen poeder een geneeskrachtige drank te brouwen. Men geloofde dat de krachten van de goden die in de tempel huisden op die manier in het lichaam werd opgenomen. Blijkens de vele inkervingen was de bevolking hier veelvuldig en vaak ziek. De vestibule en open hof werden door Ptolemee VIII Evergetes II (170 - 116 v.C.) gebouwd.

  

             ALLERHEILIGSTE                  NUBISCHE GODIN ANUKIS

Men bemerkt de aanwezigheid van de vrouwelijke schorpioengodin SELKIS waarnaar de naburige stad Pa-selk (Selkis) werd genoemd. Het eerste gedeelte van het Allerheiligste werd door de Meroïtische koning koning Arkamani (220 - 200 v.C.) gebouwd. Het tweede gedeelte van het Allerheiligste werd later door keizer Augustus (30 v.C.- 14 n.C.) toegevoegd. Opmerkelijk is het verschil in stijl tussen de bas-reliëfs van koning Arkamani en de Ptolemaïsche reliëfs. Hier eindigt ons bezoek aan de Tempel van Dakka.