![]() |
QASR IBRIM |
![]() |
![]()
Van Aswan naar Abu Simbel: Onze overnachting gebeurde in een kleine inham op 4 kilometer afstand van de Qasr Ibrim site. In deze inham zijn we beschermd tegen de sterke rukwinden die soms onaangekondigd op het Nassermeer kunnen opsteken. Rond de middag arriveren we in Abu Simbel (onze laatste halte).
Van Abu Simbel naar Aswan: Gisteren hebben we de site van Abu Simbel uitvoerig bezocht. Wanneer iedereen aan boord is, beginnen we te varen in noordelijke richting. Hiermede start ons programma waar we de verplaatste tempels van Nubië zullen bezoeken. In de late voormiddag arriveren we nabij de Qasr Ibrim site.

Rond 9 uur 's morgens, arriveert onze Nassercruiser ter plaatse. Het is echter verboden het eiland te betreden. Het stijgende peil van het Nassermeer heeft de ondergrond van het eiland na vele jaren insijpelend water volledig ondermijnd en poreus gemaakt. Wegens instortingsgevaar mogen er op de site zelf, geen toeristen rondwandelen. De kapitein zal voorzichtig de boeg (de neus) van de Nassercruiser in de oever steken. Wanneer er opgravingen aan de gang zijn, zullen we ons tevreden moeten stellen met een panorama op een afstand van minimum 100 meter. Wanneer er geen archeologen in de buurt zijn, zal de kapitein van onze Nassercruiser tijdelijk de regels eventjes negeren en de Nassercruiser zo dicht mogelijk bij de site manoeuvreren. Vanaf het voordek zal de lokale Egyptische gids u uitleg geven over de Qasr Ibrim site. Qasr Ibrim betekent letterlijk : "Het kasteel van Ibrahim". Het is echter geschiedkundig waarschijnlijker dat Ibrim een verbasterde vorm van "Primis" (Pedeme) is, een vroegere benaming van een naburig Romeins dorp.
Voordat
het Nassermeer ontstond, bevonden er zich op de oostelijke oever van de Nijl
drie zandstenen heuvelpieken. Ondanks de onbetekenendheid
van dit alledaags natuurkenmerk herbergt deze site een schat aan geschiedkundige
informatie en onopgeloste mysteries. Reeds in 3000 v.C leefden er hier
seminomaden. De in de omgeving gevonden potscherven en vaatwerk zijn hiervan het
levende bewijs. De farao's van de 18de en de 19de dynastie zagen het
strategische belang van deze natuurlijke uitkijkposten (heuvelpieken) in en
bouwden er belangrijke vestingen. Vanaf deze hoogte
kon men makkelijk de vijandelijke troepenbewegingen overzien. Amenhotep
I (1551-1524 v.C 18de Dynastie) en Seti I (1291-1278
v.C 19de Dynastie) plaatsten hier steles om de grens van hun Rijk aan te duiden.
De onderkoningen van Kush (o.a. Amenemope) bouwden hier verschillende
rotskapellen. De Nubisch Kushitische farao Taharka (690-664
v.C. 25ste Dynastie ) bouwde hier eveneens een tempel dat de tand des tijd
helaas niet heeft doorstaan. De reliëfs van de rotskapellen werden los
gekapt en overgebracht naar New Kalabsha en New Wadi Es Seboua. Op deze
faraonische restanten werd er later tijdens de Romeinse bezetting in
het jaar 22 v.C
een versterkt fort gebouwd, op bevel van de prefect Gaius Petronius.
Men kan enkel de funderingen van het fort zien.
In een brief die hier ter plaatse gevonden werd, spreekt men over de heldendaden van koning Silko van het Nobadae volk die leefde in de eerste helft van de 6de eeuw n.C. Tot voor kort kenden we hem maar alleen via een verbasterde Griekse tekst aangebracht in de tempel van Kalabsha. Tijdens de Nubische christelijke periode (ongeveer 800 n.C) bouwde men op het hoogste punt van de heuvel een kathedraal. De Nubische bisschop Timoteus werd in 1372 n.C. in de kathedraal begraven, tezamen met 2 biografische tekstrollen. Deze perkamenten hebben een lengte van vier en een halve meter en beschrijven uitvoerig zijn leven. Op een onlangs gevonden rol perkament dat geschreven is in de oude Nubische taal, (nog niet volledig ontcijferd) wordt er melding gemaakt over de laatste Nubische bisschop Merki, die resideerde in Qasr Ibrim tijdens de regering van koning Joël in Gebel Adda. Nubië werd pas heel laat tot de Islam bekeerd.
In 1528 n.C installeerde Soliman de Prachtlievende hier een leger van Bosnische huurlingen. Naarmate de jaren vorderden raakte dit leger ietwat in de vergetelheid. De soldaten huwden de Nubische vrouwen uit de omgeving en verwekten bij hen nakomelingen. Dit feit van eeuwen geleden weerspiegelt zich nog hedentendage, in het groot aantal Nubiërs die met blauwe ogen en soms met rood haar worden geboren. In 1960 begon men in Aswan met de bouw van de nieuwe stuwdam Sadd-Al-Ali . De site van Qasr Ibrim werd nipt gespaard van het stijgende peil van het pas ontstane Nassermeer. Helaas sijpelt het water langzaam in de poreuze zandstenen ondergrond. Het heden ontstane eiland is heel onstabiel geworden en er is een reëel instortingsgevaar. De archeologen en de egyptologen die nog steeds aan het werk zijn, hebben hier een weelde aan papyrussen en andere documenten gevonden die geschreven zijn in het Arabisch, de oude Nubische taal, het Meroïtisch, het Grieks en het Koptisch. Het Meroïtisch en de oude Nubische taal bevatten nog veel mysteries daar ze nog niet volledig zijn ontcijferd. De gids zal op het voordek uitleg geven terwijl de kruiser zo dicht mogelijk bij het eiland navigeert. Het is verboden om de site te bezoeken. Dit wegens het dreigende instortingsgevaar.
![]()

