NUBIA MUSEUM

MUSEUMDEELTE

INLEIDING | GESCHIEDENIS | PLAN | OPENLUCHTGEDEELTE | MUSEUMGEDEELTE

 

1      RAMSES II kolos 11     Fresco van Tanutamun A    Nubische Periode
2   Kapel (Qasr Ibrim) 12   Replica van Akhmendi B Nubische omgeving
3   Maquette van PHILAE 13   Islamitisch Graf C De Nijlvallei
4   Amenhotep Fresco 14   Sakia en Sjadouf D Prehistorie
5   Kapel met baviaan 15   Skelet van Wadi Kobana E New Stone Age
6   Paardengarnituren     16   Nubisch graf (A-groep)    F Oude Koninkrijk
7   Grafsteen 17   Koning Chefren G Midden Periode
8   Ba beeld 18   HOOFDINGANG H Kushitische Periode
9   Amenirdis beeldje 19   LIFTEN I Egyptianisatie Nubia

 

  10 Fresco Besmatik   J 25ste Dynastie
        K Meroëtische Periode
L     Late Periode M     Christelijk Nubia P UNESCO Salvage
N     Islamitisch Nubië O     Irrigatie projecten Q DIORAMA

We betreden het museum via de HOOFDINGANG na een intensieve bagage controle voor uw eigen veiligheid. We dalen af via de trap (18). Het pronkstuk van het museum is een kolos (1) die Ramses II voorstelt met typisch Nubische kenmerken (hoekig voorhoofd), afkomstig uit de nu verdwenen en overspoelde Gerf Hussein tempel. Alle tentoongestelde voorwerpen zijn in chronologische volgorde gerangschikt. We beginnen met een reusachtige maquette die de loop van de Nijl voorstelt vanaf Khartoem tot de Nijldelta. Alle faraonische tempels die langs de Nijl werden gebouw worden in miniatuurversies afgebeeld met naambordjes. We beginnen met de voorstelling van de Nubische prehistorie onderverdeeld in de A en C groepen. In de vitrinekasten bemerkt men silex gereedschappen en struisvogeleieren die als kookpot fungeerden. In een gereconstrueerd putgraf (15) uit de A groep ligt een skelet in foetushouding afkomstig uit Wadi Kobana.

     


 chefren.gif (16956 bytes)In de zaal gewijd aan het Oude Rijk bemerkt men een prachtig diorieten zitbeeld (17) van farao Chefren (4de Dynastie) helaas zonder hoofd. Het is een kleinere versie van het fameuze bijna identieke standbeeld afkomstig uit de daltempel nabij de Sfinx die nu in het Cairo Museum staat tentoon gesteld.  Het andere prachtige beeld stelt Heqaïb de gouverneur van Aswan voor, die na zijn dood vergoddelijkt werd en zelfs eeuwen later nog intensief werd aanbeden. In de zone (H) bemerken we prachtige miniatuurbeeldjes van de godsvrouwen. Maar eerst vooraf een woordje uitleg over de Nubische-Kushitische dynastie die als rode draad door het museum loopt en een belangrijke rol speelt in de Nubische geschiedenis. Vanaf de 18de dynastie werd een nieuw religieus ritueel ingevoerd door AHMOSE I (stichter van de 18de dynastie). De farao schonk zijn Koninklijke dochter(s) of één van zijn bijvrouwen ten huwelijk aan de god AMON. De Koninklijke prinses trad in het huwelijk met AMON en onthield zich van alle aardse geneugten en sexueel contact en bleef voor de rest van haar leven een maagd. Zij eerde AMON dag en nacht door offergaven en gebeden op te zeggen. In feite kunnen we dit het best vergelijken met een katholieke non die zichzelf "de bruid van christus" noemt en haar leven in dienst stelt van Christus door gebed en meditatie.

   

Van l. naar r.: Amenirdis, Amenirdis, Horem Em Akhti, Steward van Amenirdis

  • AMENIRDIS. Zij was de dochter van de Kushitische heerser en onderkoning CHASTA en tevens zuster van de Kushitische farao SHABAKA (716-702 v.C 25ste dynastie).

  • NITOCRIS. Zij was de dochter van de Saïtische farao PSAMMETIK I (664-610 v.C 26ste dynastie).

  • SJEPENOEPET II. Zij was de dochter van de Libische/Tanitische farao OSORKON III (777-749 v.C. 23ste dynastie)

De reden van deze grote verandering in godsdienstige rituelen moet men zoeken in de steeds groter wordende macht van de priesters van Thebe. De farao kon door zijn dochter (of bijvrouw) direct in de tempelrituelen te betrekken meer macht uitoefenen op religieus gebied en de bemoeizucht van de priesters beperken bij staatszaken. Door het rituele huwelijk van zijn dochter met de god AMON kon de farao zich beroepen op de goddelijke afkomst van zijn Koninklijke stamboom. De farao's die na AMONHOTEP III regeerden, stelden geen godsvrouwen meer aan en het ritueel raakte ietwat in onbruik. Vanaf de 23ste tot de 25ste dynastie werden opnieuw godsvrouwen aangesteld. Zij bezaten vele rijkdommen en hadden een grote politieke invloed. Getuige hiervan, zijn hun rijk versierde grafkapellen in Medinet Habu.


Tijdens de 25ste Dynastie werd Nubië volledig veregyptianiseerd en werden alle Koninklijke en godsdienstige rituelen zoals de Amoncultus, volledig overgenomen. De Nubische koning Kasjta probeerde zijn macht in Egypte te versterken door de godsvrouwe en dochter van OSORKON III (787 - 759 v.C. 23ste Dynastie) SJEPENOEPET II te verplichten zijn eigen dochter AMENIRDIS te adopteren. Hiermee werd de erfopvolging verzekerd en werd Amenirdis I de nieuwe godsvrouwe. Daar PIANKHI (747 - 716 v.C.) haar broer was, werd hij als onderkoning van Nubië benoemd. Piankhi zou vanuit deze positie de macht grijpen. Als onderkoning vond hij dat het de hoogste tijd was, om orde op zaken te stellen in het verdeelde en barbaars geworden Egypte. Tijdens deze chaotische periode regeerden er drie koningshuizen tegelijkertijd vanuit Leontopolos, Saïs en Herakleopolis. Hij voerde niet zozeer een invasiepolitiek uit, maar eerder een expeditie om het Egyptische volk te bevrijden van de willekeur van deze drie vorstenhuizen. Na een korte veldslag tegen koning Nimlot en farao Tefnacht en hun respectievelijke bondgenoten werd hij de heersende farao en stichter van de Nubische-Kushitische 25ste Dynastie die regeerden over Beneden- en Boven-Egypte. Hij bleef echter regeren vanuit Napata in Boven-Nubië. Hij perfectioneerde zijn vaders vernieuwend revolutionair godsdienstig ritueel waar de Koninklijke prinses (zijn zuster Amenirdis I) permanent werd aangesteld als de godsvrouwe van Amon. Deze titel was uitsluitend overdraagbaar via adoptie. Op deze manier kon hij de macht van de Thebaanse hogepriesters intomen en controleren. Hij werd opgevolgd door zijn broer SHABAKA (716 - 702 v.C.) . 


Na Shabaka's dood regeerden zijn twee volle neven SHEBITKU (702 - 690 V.C.) en TAHARKA (690 - 664 v.C.). Taharka was een verwoed bouwheer die in Karnak en Kawa (Boven-Nubië) verschillende tempels heeft opgericht. Intussen werd Egypte bedreigd door de veroveringsdrang van de Assyriërs. Tijdens de regeringsperiode van Taharka waren er al talrijke grensgeschillen geweest met de legers van de Assyrische koning Essarhaddon. Na Essarhaddon's dood werd hij opgevolgd door zijn zoon, koning ASSURBANIPAL. In 664 v.C. vernietigde hij Thebe en Memphis en trok met de veroverde goudschatten in een triomftocht terug naar zijn hoofdstad Nineve. De volle neef en opvolger van Taharka, Tanutamun (664 - 656 v.C) regeerde vanuit Napata over een verwoest en verdeeld Egypte. Dit was het einde van de Nubische- Kushitische 25ste Dynastie.


Maquette van de Nijl in Egypte met de monumenten en tempels

Mijn persoonlijke favorieten zijn de miniatuurbeeldjes van (foto links) Horem-em-Akhti , zoon van farao Sjebitku, gemaakt uit de aller-fijnste paarse schist en het zitbeeld van de kamerdienaar van de godsvrouwe Amenirdis die Harwa voorstelt. Het realisme die de kunstenaars gebruikten is werkelijk subliem te noemen. We bevinden ons nu in de Late Periode (zone L). In een muur werd een intacte kapel afkomstig uit het Fort van Qasr Ibrim volledig heropgebouwd. In de hoek van deze zaal staat (foto rechts) een prachtige maquette van de tempel van Philae. Als je goed kijkt, merk je dat de Kiosk van Trajanus op deze maquette ontbreekt. Een klein foutje dat gemaakt werd door de bouwer van deze nochtans prachtige maquette.

     


Maar eerst een woordje uitleg over de Meroëtische periode. De afstammelingen van Taharka trokken zich terug in Napata en verhuisden later naar Meroë tot voorbij het 5de cataract. Van ongeveer 600 v.C tot 300 v.C. ontstond het Napataanse rijk. Hieruit groeide later het Meroïtische koninkrijk dat bloeide vanaf het jaar 350 v.C tot 300 n.C. De natuurlijke heuvel Gebel Barkal werd als de meest heilige plaats en regeringszetel beschouwd. Op deze plaats ontwikkelde zich het Meroïtische geschrift dat afgeleid was van het Egyptisch cursieve Demotische geschrift. Dit geschrift is tot op heden nog niet volledig ontcijferd. De piramiden van Meroë zijn een curiosum op zichzelf. Ze werden gebouwd als laatste rustplaats voor de Meroïtische koningen en als eerbetoon aan de bouwers van de vroegere piramiden van Gizeh. Dit was een herinnering aan het feit dat hun voorouders eens over Egypte regeerden.  


In de M zone wordt de kerstening van Nubië uitgebeeld met onder andere  fresco's uit de kerk van Abdalla Nerqe en talrijke tentoongestelde prachtige iconen. De uitbeelding is eerder sober en benadert zeker niet de kwaliteit van de collectie die zich in het Koptisch Museum van Cairo bevindt. In de N zone wordt de vrij late Islamisering in Nubië nogal sober uitgebeeld. De zone P behandelt via pancartes en zeer realistisch gemaakte maquettes het door de UNESCO georganiseerde NUBIA SALVAGE PROJECT waarbij Abu Simbel, Philae en 10 andere Nubische tempels van het stijgende waterpeil van het Nassermeer werden gered. Via levensechte diorama's en videomuren wordt het hedendaagse Nubische leven uitgebeeld die zowel de landbouw als het sociale en het culturele leven tonen.

      

In een aparte zaal (naast de souvenirshop) waar de Tijdelijke Exposities worden gehouden, kunt u een collectie sarcofagen afkomstig uit de omgeving van Aswan bewonderen, alsook een pronkstuk afkomstig uit het oude Aswan Museum met name de Gouden gemummificeerde Ram waarvan de oorspronkelijke sarcofaag zich in de tuinen bevindt.

Hiermede eindigt ons bezoek. U kan in de souvenirshops een voorlopig nog zeer bescheiden catalogus kopen alsook video's over de reddingsoperaties van de UNESCO en algemene boeken over Egypte en egyptologie.