![]() |
NEW KALABSHA MANDULIS |
![]() |
![]()
INLEIDING | PLAN | MANDULIS | BEIT EL WALI | DEDOEN | KERTASSI
Nadat
de motorboot ons op de oever van het schiereiland heeft afgezet, wandelen we via
de KAAI (A) naar de twee
Pylonen (P). Door een fout van de architect zijn de pylonen schuin ten
opzichte van de rest van de tempel gebouwd. We wandelen via de ingangspoort door
de twee pylonen. Op een gedenkplaat wordt de verplaatsing en de heropbouw van de
tempel door de Oost-Duitsers herdacht. In de voorhof (1)
bevinden er zich 14 zuilen in composietstijl. Via de
trap (a) is het mogelijk om op de pylonen te klimmen. Via de
doorgang (b) bereiken we de corridor (7).
Op positie (9) bevond er zich oorspronkelijk een Ptolemaïsche
kapel. De resten van deze
kapel werden op het zuidelijkste punt van het Elephantine eiland in Aswan
herbouwd. Op de schermmuur (c) staat er een uitvoerige
beschrijving (in verbasterd Grieks) over de heldendaden van koning
Primus Silko, leider van het Nobadae volk. Hij leefde ongeveer in de
eerste helft van de 6de eeuw n.C. Hij vertelt in archaïsche poëtische
bewoordingen dat hij eigenhandig de heidense Blemmyers heeft verslagen en de
stad Talmis van hun jarenlange juk en overheersing
heeft bevrijd en vrede heeft gebracht.

Van l. naar r.: Thot, Keizer Augustus, Haroëris, Horus
Op
de schermmuur ernaast bevindt er zich een in het Grieks geschreven decreet dat
uitgevaardigd werd in 248 n.C.
door de Romeinse gouverneur van de Ombos nome, Aurelius Bessarione.
Hij verbiedt de varkenshoeders om met hun zwijnen de tempel en de omgeving te
betreden, op straffe van zweepslagen. Blijkbaar had de goeverneur toen al schrik
van de varkenspest. We bevinden ons nu in de Hypostelen
Zaal (2) waar we op de muur (d) keizer Augustus
bemerken, die gekleed als farao offers aan Isis en Mandulis (Merul)
brengt.

Hypostelenzaal Nilometer
De
originele bouwheer farao Amenhotep II (1453-1419 v.C 18de
dynastie) die de tempel oorspronkelijk oprichtte, wordt op de
rechtermuur (e) afgebeeld terwijl hij offers brengt aan de god
Min (met opgerichte fallus) en de Nubische god Mandulis
(zie foto hiernaast). Merul of
Mandulis (= Griekse benaming) is een lokale Nubische god die steeds als een valk
met een mensenhoofd wordt afgebeeld. Hij draagt een ingewikkelde hoofdtooi
bestaande uit een driedubbele atefkroon en een pruik. Dit is een eerbetoon van
de Ptolemeeën aan de farao's van de 18de dynastie. Op de schermmuur (f)
zien we een Koptische schildering waarop drie jongelingen afgebeeld staan die
branden in een vurige oven, terwijl een engel met een vurig zwaard vervaarlijk
heen en weer zwaait. Dit is het bewijs dat deze tempel later tot een kerk werd
omgevormd. Helaas hebben de Kopten enkele mooie bas-reliëfs verminkt.
Opmerkelijk
is de afbeelding van Primus Silko die gezeten op een paard,
die door een gevleugelde godin wordt gekroond. Dit
lijkt zeer sterk op de veel latere traditionele afbeeldingen van
Sint-Joris en de draak. Ernaast bevindt er zich een ellenlange
Meroïtische tekst. Het is geschreven door de Meroïtische koning Kharamadoye en
tot op heden is de betekenis hiervan nog niet volledig ontcijferd.
De kamers (3), (4) en (5) bevatten enkele zeer mooi
bewaard gebleven bas-reliëfs met hun originele kleuren. Behalve de Nubische
lokale triaden (Osiris, Merul, Isis) en (Merul, Horus, Isis) zien we nog enkele
lokale Nijlgoden en nomegodinnen. We wandelen langs
de corridor (7) rond de tempel in tegenwijzerzin. Hier zien we
afbeeldingen van keizer Augustus (30 v.C.- 14 n.C.) die uitgedost is als een
farao en die offergaven aan de goden brengt. In de linkerhoek van het
tempelcomplex zien we een mamissi (geboortehuis). Via een trap
klimmen we naar boven waar we een fantastisch panorama van het Nassermeer en de
nieuwe Sadd Al Ali stuwdam kunnen bewonderen.
Aan
de linkerkant van de Mandulis tempel liggen er (schaamteloos, zomaar door elkaar
gegooid) enkele belangrijke Predynastieke vondsten. Ze zijn afkomstig uit
diverse overstroomde Nubische gebieden. Op een ovalen rots ziet men een
afbeelding van een olifant en een giraffe die waarschijnlijk dateren van
5.000 v.C. Op een langwerpige
stenen pijler bemerkt men na enig zoekwerk de
Serech (voorloper
van de cartouche of de shenu-ring) van farao Djer (circa 3.010
v.C. 1ste Dynastie). Hier worden Nubische krijgsgevangen afgebeeld, die geboeid
aan handen en voeten worden weggevoerd. Dit is het vroegste document uit de
Nubische geschiedenis. Sedert 1997
werd het merendeel van deze Predynastieke voorwerpen
naar het nieuwgebouwde Nubia Museum in Aswan overgeplaatst.
![]()

