NEW KALABSHA

INLEIDING

INLEIDING | PLAN | MANDULIS | BEIT EL WALI | DEDOEN | KERTASSI

Van Aswan naar Abu Simbel: Het is de eerste dag van onze Nassermeer cruise. Nadat we ingecheckt zijn en op het achterdek ons middagmaal hebben genomen, varen we in de vroege namiddag per motorboot naar de New Kalabsha site. Na een mooie zonsondergang varen we terug per motorboot naar onze Nassercruiser. In de vroege morgen zullen we vertrekken naar New Wadi Es Seboua en na 10 uren varen zullen we er ter plaatse afmeren voor onze overnachting.
Van Abu Simbel naar Aswan: Het is de laatste dag van onze Nassermeer cruise. Onze koffers staan reeds vóór de deur van de cabine. We zullen zeer vroeg in de morgen de site van New Kalabsha bezoeken. Na ons bezoek stappen we in de motorboot die ons terug naar de Nassermeercruiser zal brengen. Na het bezoek zullen we ontschepen en worden we naar de luchthaven van Aswan gebracht, voor een binnenlandse vlucht met bestemming Luxor.


   

De tempel van Kalabsha bevond zich oorspronkelijk nabij de stad Talmis, 40 km stroomopwaarts vanaf zijn huidige nieuwe positie. De stad Talmis bevond zich in de Romeinse provincie DODEKASHOENOS (twaalmijlenland) en was een garnizoensstad waar het Romeinse legioen de grenzen van Boven-Egypte verdedigde. Het legioen bestond voornamelijk uit Romeinen en huurlingen van allerlei pluimage die de Nubische vruchtbaarheid- en zonnegod Mandulis (Merul) aanbaden. Mandulis werd gelijkgesteld met zijn Egyptische tegenhanger HORUS en vormde enerzijds een triade met Isis en Horus en een triade met Osiris en Isis.


Op deze plaats stond oorspronkelijk een heiligdom dat werd gebouwd door Amenhotep II (1453-1419 v.C 18de dynastie). Op deze restanten bouwden de Ptolemeeën een nieuw heiligdom. Uiteindelijk werd de tempel verder verfraaid en volledig verbouwd door keizer Augustus (30 v.C.- 14 n.C.). De tempel werd ingehuldigd nog voordat keizer Augustus stierf. Het grondplan vertoont grote gelijkenis met de tempel van Edfu en heeft dan ook alle kenmerken van een typisch Grieks-Romeinse tempel. De eerste Kopten veranderden de tempel in een kerk. Merkwaardig is het feit, dat ze relatief weinig bas- en haut-reliëfs hebben verminkt. Dit was wel het geval in de tempel van Edfu waar ze gedurende hun Beeldenstorm bijna alle afbeeldingen en reliëfs van de goden hebben vernietigd. We bemerken de sporen van de christelijke erediensten in de vorm van Koptische kruisen en religieus commentaar in de vorm van graffiti. Na de bouw van de oude stuwdam in 1902 en de daaropvolgende verbouwingen in (1908-1912) en (1929-1934) stond de tempel van Kalabsha op zijn oorspronkelijke positie nabij de stad Talmis, gedurende een groot deel van het jaar onder water. Toen men in 1960 met de bouw van de nieuwe Sadd Al Ali stuwdam begon, dreigde de tempel volledig overspoeld te worden door het stijgende peil van het pas ontstane Nassermeer. In het kader van het UNESCO conservatieprogramma werd begonnen met de redding van de bedreigde tempels. Kalabsha werd als eerste prioriteit gekozen, daar deze tempel als eerste door het stijgende water zou worden verzwolgen.


In 1819 had de architect Franz Christian Gau reeds een groot gedeelte van de tempel in kaart gebracht en uitvoerig onderzocht. Gewapend met deze extra informatie werd de tempel volledig gefotografeerd, zodat men alle posities van de steenblokken kende. De voormalige federale republiek van Oost-Duitsland bood in een gebaar van onbaatzuchtigheid (of was het eerder een vorm van communistische propaganda) zijn volledige financiële steun en technologie aan. De firma Hochtief AG Essen werd belast met de ontmanteling, transport en heropbouw van de tempel. Als nieuwe locatie werd een schiereiland gekozen, gelegen aan de westkant van de nieuwe stuwdam. In november 1961 werd begonnen met het in stukken zagen van de tempel. Alle 16.000 blokken werden gefotografeerd en genummerd. Men kon enkel en alleen gedurende de wintermaanden werken, wanneer het peil van het pas ontstane Nassermeer het laagst was. In de volgende drie jaar zou het onmogelijk worden om verder te werken, daar de tempel dan permanent zou worden overspoeld. Het werd een race tegen de tijd met vele onverwachte hindernissen, die ze uiteindelijk nipt zouden winnen. De antieke Dahabiya "Souna" die ooit bezit was van een rijke Pascha, werd omgevormd tot een permanent drijvend verblijf met fotolabo en werkruimten voor de Nubische arbeiders en de westerse ingenieurs. Door de insectenplagen, het gevaar voor spinnen en schorpioenen en de loodzware tropenzon was het onmogelijk voor hen, om in de woestijn in tenten te wonen. Vijf gemotoriseerde barges met een laadcapaciteit van 350 ton vaarden 40 km op en af naar de nieuwe locatie. In oktober 1963 was de tempel volledig ontmanteld en verhuisd naar de nieuwe locatie.


Bij het ontmantelen van de tempel ontdekte men in één van de pylonen vreemde steenblokken. Deze steenblokken maakten deel uit van een Ptolemaïsche kapel. Door de aanwezige hiëroglyfen wist men dat de kapel oorspronkelijk door farao Ptolemee VI werd gebouwd. De onvolledige kapel werd opnieuw gereconstrueerd op het zuidelijkste punt van het Elephantine eiland (Aswan).   Slechts 5 % is authentiek zijnde de architraaf aan de ingang en enkele afbeeldingen op de binnenkant van de kapel. De rest bestaat uit betonblokken en metselwerk en is een bezoek niet echt de moeite waard.


De tweede zijdelingse pyloon werd geschonken aan het Berlijnse museum als beloning voor de reddingsoperatie. Deze pyloon werd terug gevonden tijdens het ontmantelingproces dat plaats vond in 1961. De Oost-Duitse regering stelde ingenieurs ter beschikking om de tempel in 16.000 stukken te zagen en nabij de Nieuwe Stuwdam hierop te bouwen.  Op de kleine pyloon ziet men bovenaan de architraaf, de afbeelding van de gevleugelde Horus van Behedet. Op de voorkant bevinden er zich haut-reliëfs met afbeeldingen van Keizer Augustus die offergaven aan Isis, Horus en Hathor brengt. Sedert 1973 kan men deze portico in een aparte zaal bewonderen in het Berlijnse museum. Het voordeel van deze opstelling is het feit dat de weerselementen geen schade meer kunnen aanrichten aan de inscripties.


De site van New Kalabsha werd officieel geopend en opengesteld voor het publiek in 1970. Door zijn ligging in een militaire zone (de aanwezigheid van de nieuwe stuwdam) heeft men om het gebied te betreden, een speciale vergunning nodig. Sedert de verdere ontplooiing van het toerismeverkeer op het Nassermeer zijn de reglementeringen echter veel versoepeld. De bezoeken zijn standaard inbegrepen in de Nassermeercruises. De kiosk van Kertassi, de rotskapel gewijd aan Dedoen en de rotstempel van Beit-El-Wali werden in 1961 op dezelfde manier (kleinere schaal) op hun oorspronkelijk positie ontmanteld en verplaatst naar de locatie NEW KALABSHA.