NEW AMADA

AMADA TEMPEL

INLEIDING | AMADA | ED DERR | PENNOET


Nadat de motorboot ons heeft afgezet op het halvemaanvormige strand wandelen we eerst naar de tempel van Amada. Op het portaal zien we votief inscripties van diverse koningen uit de 19de Dynastie. De tempel was niet zozeer gewijd aan de goden maar was eerder een verheerlijking van de farao's en hun roemrijke veldslagen. Op de linkse zijmuur zien we de god Thot die op de blaadjes van de Isjid levensboom het aantal miljoenen regeringsjaren van de farao opschrijft. De kikker aan de onderkant van de levensstaf symboliseert "1.000.000 jaar" regeringsjaren op aarde.


In het Allerheiligste zien we op de linkermuur hoe farao Thutmoses III (1504 -1450 v.C.) offert aan Horus en Amon. Op de rechtermuur offert hij aan Anubis en Anukis, de laatste een typisch Nubische godin. De wijdbeens lopende farao is niemand minder dan Thutmoses III, die uitbundig zijn heb-sed regeringsjubileum viert. Na dertig jaar regeren moest de farao bewijzen dat hij geestelijk en lichamelijk nog fit was en in staat was tot regeren. Na een 30 jarig jubileum werd er telkens elke twee of drie jaar een heb-sed feest gevierd. Men kan duidelijk de herstelde cartouches op het linteel zien, die op bevel van Akhenaten, alias Amenhotep IV (1350 1334 v.C) ooit verminkt werden. Dit is één van de zeldzame keren dat vader en zoon gelijktijdig in een tempel worden afgebeeld daar Thutmoses III de co-regent van Amenhotep II was.



    

De God Amon Ra                             Farao Amenhotep II


In een zijkamer zien we ceremonieën die betrekking hebben tot het oprichten van de tempel. Thutmoses III's zoon, Amenhotep II (1453- 1419 v.C.) giet een emmertje met mortel uit, om de eerste steen van de tempel te metselen. In het centrum van het Allerheiligste bevindt er zich een stele met een tekst die vermeld : "dat Zijne Majesteit zeven Syrische vorsten ter dood heeft gebracht en het lijk van één van hen aan de stadspoort van de stad Napata (Kush) heeft laten opgehangen tot voorbeeld en als afschrikking voor toekomstige volksopstanden van de Nubische negerbevolking". In de rechterkamer zien we Amenhotep II die de schorpioengodin Selkis omhelst en kust. Op de tegenovergestelde muur zien we de godin Seshat (de vrouwelijke tegenhanger van Thot) die een paal in de grond slaat en met een touw het gebied afspant waar de tempel moet komen te staan. De farao doet dezelfde handeling, door ook een koord te spannen. Hiermee eindigt ons bezoek aan deze kleine, doch charmante tempel. We wandelen naar een heuvel waar zich de verplaatste rotstempel van Ed Derr zich bevindt.

     

         Amenhotep II en Thutmoses III                       Amenhotep II