LUXOR TEMPEL

INGANG

De tempel van Luxor is centraal gelegen in de stad aan de oostelijke Nijloever. De voornaamste bouwheren waren Thutmoses III, Amenhotep III en Ramses II.  De tempel heb ik persoonlijk zelf  in 20 jaar tijd zien evolueren tot zijn originele pracht en praal door de talrijk uitgevoerde restauraties. Klik op de rubrieken voor meer informatie.


INTRO | PLAN | 3-D PLAN | GESCHIEDENIS | INGANG | MOSKEE  | ZONNEHOF | NAOS


Vanaf de Hoofdingang wandelen we via een smal pad naar de open ruimte (A) waar we de restanten kunnen zien van een Romeins fort. Links van ons bevindt zich de bakstenen Serapis tempel (B) die gebouwd werd ten tijde van de Romeinse bezetting. Deze Grieks Egyptische kunstmatige god werd door de Ptolemeeën gecreëerd om een consensus te bereiken met de inheemse Egyptische bevolking. In het centrum van deze kleine tempel bevindt er zich een beeld van de godin Isis die eerder een Grieks- Romeins uiterlijk vertoont. De sfinxenlaan (C) bestaande uit een dubbele rij sfinxen die menselijke hoofden bezitten, leidde oorspronkelijk naar de tempel van Karnak die zich 2.500 meter in noordelijke richting bevind. De sfinxen Laan werd gebouwd door de laatste inheemse farao van de 30ste Dynastie, Nectanebo II (360-343 v.C.).


In de loop der eeuwen raakte het centrale gedeelte van de sfinksenallee bedolven onder het woestijnzand. Recentelijk werden bij de afbraak van oude huizen, dergelijke sfinksen opgegraven. Het is de bedoeling om in de toekomst de volledige sfinxen laan terug op te graven en te restaureren. We bevinden ons nu voor de eerste pyloon (D) die gerestaureerd werd door Ramses II (1279-1212v.C.) 19de Dynastie. De hoofdbouwer van de tempel van Luxor was Amenhotep III (1386-1349 v.C.) uit de 18de Dynastie. Ramses II usurpeerde de vier zittende en de twee staande beelden (2) door zijn naam eroverheen te laten beitelen. De beelden zijn gemaakt van zwart graniet en bezitten een ongelooflijke fijnheid aan details en expressie. Vóór de ingang van de tempel bevonden er zich oorspronkelijk 2 obelisken. De rechtse obelisk (1) die 25 meter hoog is, werd in 1835 aan Frankrijk geschonken en siert nog altijd het centrum van de Place de la Concorde in Parijs. Mohamed Ali kreeg als tegenprestatie een horloge dat ingebouwd werd in de klokkentoren van een moskee in Cairo. Na een jaar viel het horloge stil. Dank zij inscripties op een hurkbeeld dat in het museum van München wordt bewaard, kennen we de naam van de hoge ambtenaar en architect die verantwoordelijk was voor de bouw van de voorhof (E) en de 2 obelisken. Zijn naam was Bakenchonsoe.


Op de rechterpyloon heeft Ramses II voor de zoveelste keer scènes laten aanbrengen die handelen over zijn militaire campagne tegen de Hittieten, tijdens de slag van Kadesh in 1274 v.C. We zien hem afgebeeld tezamen met zijn adviseurs tijdens een militair beraad in het Egyptische kamp. Op de linkerpyloon zie we hem in vol ornaat terwijl hij zijn vijanden neerhaalt vanuit zijn strijdwagen. We wandelen door de ingang van de pyloon (D). Aan de binnenkant van de pyloon zien we aan weerszijden bas-reliëfs, die door koning Sjabaka (716-702 v.C.) van de 25ste Dynastie werden aangebracht. We bevinden ons nu in de voorhof (E) gebouwd door Ramses II. Direct aan de linkerkant bevindt zich de granieten barktempel (G) van farao Thutmoses III (1490-1439 v.C.) die oorspronkelijk door koningin Hatchepsoet (1490-1470 v.C.) werd gebouwd, maar na haar dood door hem werd geüsurpeerd. Ogenschijnlijk lijkt dit een anachronisme in de chronologische volgorde van het bouwproces. Beide farao's Amenhotep III en Ramses II respecteerden hun gemeen schappelijke voorgangers en bouwden hun tempels er gewoon omheen.


De granieten barktempel (G) bestaat uit drie kapellen die gewijd zijn aan de triade van Thebe (van l. naar r. : de godin Mut, haar gemaal Amon-Ra en hun zoon Chons). Tijdens het jaarlijkse Opetfeest werden de Heilige zonnebarken erin geplaatst. Alle oorspronkelijke verwijzingen naar koningin Hatchepsoet werden door Thutmoses III verwijderd. Later heeft Ramses II de kapellen laten restaureren. Aan de achterkant (3) van de oostelijke pyloon (D) zien we offertaferelen gewijd aan Amon die samengesmolten is met de god Min van Koptos. Hij heeft de vorm van de god Amon-Min met zijn opgeheven fallus (ityfallisch) aangenomen, om zijn vruchtbaarheidsaspect te kunnen accentueren.