![]() |
LUXOR TEMPEL GESCHIEDENIS |
![]() |
![]()
De tempel van Luxor is centraal gelegen in de stad aan de oostelijke Nijloever. De voornaamste bouwheren waren Thutmoses III, Amenhotep III en Ramses II. De tempel heb ik persoonlijk zelf in 20 jaar tijd zien evolueren tot zijn originele pracht en praal door de talrijk uitgevoerde restauraties. Klik op de rubrieken voor meer informatie.
INTRO | PLAN | 3-D PLAN | GESCHIEDENIS | INGANG | MOSKEE | ZONNEHOF | NAOS
Ten
tijde van het MIDDENRIJK (2040-1780 v.C) was er op
deze site reeds een heiligdom aanwezig, waarvan er in onze huidige tijd niets
meer van is overgebleven. Voor de tweede maal in de geschiedenis reünificeerde
farao Montoehotep II (2010-1998 v.C.) in
2009 v.C Beneden- en Boven-Egypte en maakte
hij de stad Thebe tot haar hoofdstad. In die tijd werd hun hoofdstad
Waset (de machtige)
genoemd, daar Thebe en Luxor latere Griekse en Arabische benamingen waren.
Montoehotep II van de 11de Dynastie was zoals zijn naam aanduidde (Montoe is
tevreden), een vereerder van de lokale oorlogsgod Montoe. Deze god zou spoedig
worden verdrongen door een veel belangrijkere ambitieuze god. De onbetekende
lokale woestijngod Amon werd gepromoveerd tot rijks- en beschermgod van Thebe.
Hij fusioneerde in de loop van de geschiedenis met de zonnegod Ra, om zo
Amon-Ra
te vormen. In zijn rol van vruchtbaarheidsgod smolt hij tezamen met de
ityfallisch god Min (van Koptos). Soms wordt de god Min (van
Koptos) in één van
zijn andere incarnaties als het vruchtbaarheidsymbool Kamoetef (stier van zijn
moeder) afgebeeld.
Het
granieten bootschrijn is het oudste gebouw van het tempelcomplex en werd
oorspronkelijk door koningin Hatchepsoet gebouwd. Na haar dood werd het
bootschrijn geüsurpeerd door farao Thutmoses III (1504-1450 v.C). Het bootschrijn die
uit drie kapellen bestaat en die aan de Thebaanse triade (Amon-Ra, Moet en
Chons) is gewijd, ligt buiten het oorspronkelijke tempelterrein. Later hebben de farao's
Amenhotep III
en Ramses II hun eigen tempels en colonnades er gewoon omheen gebouwd.
Gelijktijdig met de bouw van de tempelstad van Karnak begon
farao Amenhotep III
(1386-1346v.C) heel bescheiden met de bouw van een tempel, een
Hypostelenzaal en
een triomfcolonnade. Hier werd het jaarlijkse OPET
feest gevierd. Opet werd beschouwd als de moeder van Osiris in een afwijkende
doctrine waar ze de vorm van een nijlpaard bezat. Het Opet festival werd gevierd
op 17 juli tijdens het begin van de
jaarlijkse Nijloverstromingen. Het feest dat
19 dagen duurde, was voor de oude Egyptenaren het equivalent van onze
Nieuwjaarsviering. Tijdens deze 19 dagen reisde
de god Amon van Karnak naar
Luxor in een zonneboot om in het huwelijk te treden met de godin Moet. De tempel
werd IPET-RESYT genoemd, wat de
"zuidelijke harem
van Amon" betekent. Beide goden reisden in hun zonneboten op de Nijl, elkaar
tegemoet in tegenovergestelde richting.
Vreemd
genoeg, werd deze ceremonie door de Egyptische moslims van de Fatimiden Dynastie
(969-1171 n.C) overgenomen in een ietwat toegedekte vorm daar de verering van
afbeeldingen in de geloofsleer van de Islam verboden was. In de moskee van
Abu-El-Haggah wordt heden nog altijd een boot bewaard, waarvan men zegt
dat hij erin reisde om het geloof te verspreiden. De lokale sjeik Abu-El-Haggah
die leefde ten tijde van de Fatimiden Dynastie werd verliefd op een christelijke
koningin. De liefde was wederkerig en zij bekeerde zich terstond tot de Islam.
Nog steeds wordt op de 14de dag van de moslimmaand
Sjabaan de Heilige boot met
de beeltenis van de lokale heilige Abu-El-Haggah door de stad
rondgedragen. Tijdens deze Moulid (feestdag van een Islamitische Heilige) wordt
er een speciaal gerecht van gehakt schapenvlees met uien gegeten. Door het feit
dat de Islamitische kalender 11 dagen achteruit loopt, gebeurt het dat elke
36
jaar beide feesten (oud Egyptisch en Islamitisch) gelijktijdig worden gevierd.
En
dan nu eventjes terug naar de geschiedenis van de tempel.
Amenhotep
III leefde niet lang genoeg om zijn tempel verder af te
kunnen werken. Zijn gemakzuchtige burgervrouw Teje had geen zin om zich met aardse zaken bezig te
houden. Haar wispelturige zoon de latere farao
Amenhotep IV (1350-1334 v.C.) bekeerde zich tot
de monotheïstische Aton verering en veranderde zijn naam in
Akhenaten. De
ketterkoning liet alle verwijzingen naar de god Amon wegkappen in praktisch alle
tempels van Egypte en Nubië. Hij spaarde zelfs de cartouches van zijn eigen
vader Amenhotep III (Amon is tevreden) niet. Hij herdoopte de open hof in de
zonnehof waar de Aten zonneschijf vereerd werd. Zijn monotheïstische getinte
heerschappij van 'Love and Peace' was geen lang leven beschoren. In zijn
16de
regeringsjaar stierf hij een gewelddadige dood. Na een kort intermezzo door zijn
opvolger Smenkhare, herstelde Tut-Ankh-Aton de Amon godsdiensten en de rust in
het land. Hij veranderde zijn naam in Tut-Ankh-Amon als welwillend gebaar.
Tijdens onze rondleiding zullen we zittende beelden van hem en zijn
jeugdige vrouw Ankhesenamoen kunnen zien. Hij was echter niet meer dan een marionet in de
handen van zijn opvoeder Ay en generaal Horemheb. Alle
cartouches en
tempelreliëfs waar de verminkte naam van Amon in voorkwamen, werden in naam van
Tut-Ankh-Amon gerestaureerd.
Toen
kwam Ramses II (1279-1212v.C.) van de 19de Dynastie op het toneel. Hij
was niet alleen een megalomaan maar paste ook het principe van de recyclage toe.
Hij usurpeerde de bestaande beelden van Amenhotep III en liet gewoon zijn naam
er overheen beitelen. De eerste pyloon, de twee obelisken (waarvan er slechts
één van over is) en de zuilenhof heeft hij zelf laten bijbouwen en perfect laten
aansluiten op het originele bouwplan van Amenhotep III's architect "Amenhotep,
zoon van Hapoe". De persoonlijke architect van Ramses II die de pyloon en
obelisken ontwierp (Bakenchonsoe), kon het niet nalaten om zijn naam te
vereeuwigen op de obelisken zelf, door in poëtische bewoordingen het bouwproces
ervan te beschrijven. De Nubisch Kushitische farao's van de
25ste Dynastie
(747-656 v.C. ) voegden enkele kleine verbouwingen en reliëfs toe. De laatste
twee farao's van de 25ste dynastie, Taharka en zijn neef en opvolger
Tanutamun,
moesten het onderspit delven tegen de Assyrische aanvallen van koning
Essarhaddon. In 669 v.C werd Thebe geplunderd en in brand gestoken door de
legers van Assurbanipal (de zoon van Essarhaddon). Thebe verloor zijn status als
hoofdstad en werd voor lange tijd een ondergeschikt stadje. Nectanebo II
(360-343 v.C) , de laatste inheemse farao van de 30ste Dynastie, was
verantwoordelijk voor de bouw van de 2.800 meter lange sfinxenlaan met
menselijke hoofden die de tempel van Karnak met de tempel van Luxor verbond.
Alexander de Grote (332-323 v.C) bouwde binnenin in het Heilige schrijn een tweede schrijn. Zijn opvolgers de Ptolemeeën, verfraaiden later sommige tempelgedeelten zoals de binnenkant van de pyloon (D). In 29 v.C bracht de Romeinse prefect Cornelius Gallus Thebe de genadeslag toe. Een volksopstand opgezet door de hogepriesters, werd op een brutale manier de kop ingedrukt. Thebe verloor zijn status als hoofdstad en werd in drie onooglijke dorpjes verdeeld. Het opwaaiende woestijnzand bedekte de tempels en Thebe verviel tot een vage herinnering. Gedurende eeuwen werd de tempel door het metershoge woestijnzand gevrijwaard van de weerselementen en dankt hieraan zijn conservering.

De eerste Westerse bezoekers waren de soldaten van het expeditieleger van Napoleon die in het jaar 1799 arriveerden. De talrijke geleerden die het expeditieleger vergezelden, begonnen met de systematische opmeting van de tempel. In het lijvige werk "Le Description de l'Egypte", die op bevel van Napoleon werd gepubliceerd, heeft baron Dominique Vivant Denon prachtige litho's en etsen van de tempel gemaakt. Helaas kon men de hiëroglyfen toen nog niet lezen en taste men in het duister omtrent de geschiedenis van de tempel. In 1822 ontcijferde Jean-François Champollion het hiëroglyfenschrift en werd er een deur naar een fascinerende cultuur geopend. De moderne egyptologie was geboren. In 1860 begon Augustte Mariëtte met het vrijmaken en het restaureren van de tempel. Hij was de toekomstige directeur van het Museum van Bulaq, dat later zou uitgroeien tot het moderne Caïro museum. In 1920 werd de restauratie verder afgewerkt door de Franse egyptoloog Henri Chevrier. Hedentendage is men nog steeds bezig met restauratiewerkzaamheden o.l.v. van egyptologen van het 'Chicago House'.
Het
lekkende rioleringsysteem van Luxor en het verhoogde grondwaterpeil veroorzaakt
door de bouw van de nieuwe stuwdam in Aswan, vraten langzaam aan de fundamenten
van de tempel. De hoofdoorzaak hiervan, was het opstijgende salpetervocht. Er
werden grondverbeteringwerken aangewend om dit vernietigend proces een halt toe
te roepen. Toen men in januari 1989 grondstalen in de zonnehof (I) nam, ontdekte
men een ongelooflijke schat. Er werden meer dan 22 intacte reusachtige
beelden gevonden, variërend van de aller-fijnste schist tot een
topaaskleurige mineraalsoort. Ze stelden ondermeer Amenhotep III, generaal-farao
Horemheb en Ramses II voor. De beelden worden in een aparte zaal van het
Luxor
Museum tentoongesteld. Men vermoedt dat de hogepriesters ten tijde van de
Romeinse bezetting deze 22 beelden hebben begraven uit schrik dat ze gestolen
konden worden. De tempel van Luxor is dank zij de grondverbeteringwerken
gevrijwaard voor verder verval. Waarschijnlijk bevinden er zich in de ondergrond
rond de tempel, nog meer verborgen schatten die wachten op hun ontdekking.
De ontdekkingen van de Cache tijdens de maand januari in1989

![]()


