KOM OMBO TEMPEL

KALENDER

Een bezoek aan de 'TEMPEL van KOM OMBO' brengt ons steeds dichter bij Aswan en bevinden we ons reeds in het oude Nubië. Deze Grieks-Romeinse tempel heeft door de eeuwen heen veel te lijden gehad aan aardbevingen maar is zijn geschiedenis desalniettemin heel rijkelijk en interessant te noemen.


INTRO | PLAN | 3-D PLAN | VOORHOF | KALENDER | ZALEN | INSTRUMENTEN  WATERPUT | CORRIDOR | KAPEL


      

In de tempel van KOM OMBO bevindt er zich een unieke volledig intacte kalender. Helaas moet je er aanschuiven daar de Egyptische gidsen er met hun groepen allemaal gelijktijdig uitleg aan het geven zijn. Dit is nog het minst erge feit. Na meer dan 20 jaar de kalender massaal aangeraakt te hebben slaan de hiëroglyfen zwart en bruin uit (ZIE FOTO) veroorzaakt door het zweet dat aan de handen van de Egyptische gidsen kleeft. Op de kalender ziet men duidelijk in cijfers de dagen van de maand en de hiëroglief voor het overstromings seizoen "AKHET". De kleine zonneschijven in elke rooster corresponderen met de dagen van de maand. Op de dertigste dag van de maand en tevens de 4de maand van het "SJEMOE" seizoen merkt men de hiëroglief "PEHT" op. Dit markeert het einde van het oogstseizoen. De volgende dag ziet men reeds de hiëroglief voor het AKHET seizoen. Er zijn egyptologen die denken dat de kalender slechts diende om de kroningsdatum van de farao aan te duiden. Andere egyptologen denken dat de kalender dagelijks werd gebruikt om te weten welke offergaven er in de tempel moesten worden geplengd of aangeboden aan de goden.


Het Egyptische jaar bestond uit slechts 3 seizoenen : AKHET (de jaarlijkse overstroming), PERET (het zaaien) en SJEMOE (de oogst). Een volledig administratief jaar duurde 360 dagen. Er werden op het eind van het jaar 5 epagomenale dagen bijgevoegd waarop de 5 principiële goden werden geboren en die als feestdagen werden beschouwd. Elk seizoen duurde dus 120 dagen of 4 maanden. Een maand duurde 30 dagen in analogie met de maancyclus en een werkweek 10 dagen. Door het feit dat een oud Egyptisch jaar (365 dagen) niet synchroon verliep met een astronomisch jaar (365 dagen en een kwart dag) begon de kalender elke 4 jaar een dag achteruit te lopen. Na 730 jaar duidde de kalender aan dat het zomerseizoen was aangebroken.  Maar in realiteit was het echter putje winter. Na 1460 jaar verliep de astronomische en de civiele kalender weer synchroon. Deze periode van 1460 jaar werd de SOTHIS periode genoemd omdat door een toeval het overstromingsseizoen (19 juni) telkens begon wanneer de heldere ster SIRIUS (Sophdet, Sothis) net voor de zonsopkomst verscheen. Deze ster verdween gedurende 70 dagen van het jaar om telkens op 19 juni terug in de morgen te verschijnen. Dit noemt men een heliaklische steropkomst. Door deze correcte astronomische klok te vergelijken met de manke foutlopende kalender van de oude Egyptenaren kon men de 4 magische SOTHIS datums in de volledige geschiedenis van de 32 dynastieën terug achterhalen.


  •  139 AD De schrijver Censorinus was de eerste klassieke Romeinse schrijver die in zijn werken een uitvoerige vermelding maakt over de magische SOTHIS datum.

  •  1544 v.C. Amonhotep II van de 18de Dynastie beroemde er zich op, dat hij op deze magische SOTHIS datum werd gekroond tot farao. Wat men kan terugvinden in een papyrus die in het museum van Turijn nog steeds wordt bewaard.

  •  1872 v.C. Deze SOTHIS datum vond plaats ten tijde van de heerschappij van farao SESOSTRIS III uit de 12de Dynastie. Er kan een foutmarge van 4 tot 5 jaar aanwezig zijn daar men over de geschiedenis van het MIDDEN RIJK weinig informatie bezit, die een juiste berekening toelaat.

  •  Rond 3.200 v.C. vond de eerste SOTHIS datum plaats. Men kan men geen enkele vermelding hierover vinden in de geschiedenis daar de predynastieke periode nog steeds in mysteriën zijn gehuld daar de originele geschriften van Manetho voorgoed verloren gingen ten tijde van de verwoesting van de bibliotheek van Alexandrie.