KOM OMBO TEMPEL

INTRODUCTIE

Een bezoek aan de 'TEMPEL van KOM OMBO' brengt ons steeds dichter bij Aswan en bevinden we ons reeds in het oude Nubië. Deze Grieks-Romeinse tempel heeft door de eeuwen heen veel te lijden gehad aan aardbevingen maar is zijn geschiedenis desalniettemin heel rijkelijk en interessant te noemen.


INTRO | PLAN | 3-D PLAN | VOORHOF | KALENDER | ZALEN | INSTRUMENTEN  WATERPUT | CORRIDOR | KAPEL



Wanneer we vanaf Edfu verder stroomopwaarts varen, maakt de Nijl tweemaal een bocht van 90 graden. Op een landkaart heeft dit de vorm van een sifon. Even voorbij deze sifon bevindt zich de dubbeltempel, gewijd aan SOBEK de krokodillengod en HARÖERIS de valkengod. HARÖERIS is de Griekse naam voor HORWER en heeft de vorm van een sperwer. Hij is een van de incarnaties van HORUS en wordt ook soms HORUS DE OUDERE genoemd. Wat deze tempel zo speciaal maakt is zijn dubbele karakter in analogie met de oude Egyptische benamingen zoals : heerser van de twee landen, het gekroonde hoofd van Boven en Beneden Egypte. Nergens anders in Egypte werd een tempel met deze specifieke kenmerken gebouwd. Kom Ombo betekent "heuvel van goud" (de Nubt hiëroglief) daar men hier intensief goudmijnen exploiteerde.  Ook werden er hier krokodillen aanbeden.



Vanaf Kom Ombo verandert het landschap drastisch. Zachtjes veranderen vruchtbare akkers in goudkleurige zandduinen en puntige rotsheuvels die tot aan de Nijloevers reiken. Na 1970 vestigden zich hier veel NUBIËRS. Ze werden door het stijgende waterpeil verdreven van het gebied rond het Nassermeer. Het Nassermeer werd gevormd na de bouw van de nieuwe stuwdam in ASWAN (1960-1971). Ze integreerden zich in hun nieuwe omgeving, maar eerden hun zeden en gebruiken door niet te trouwen met Egyptenaren uit de streek. Hun verdriet om hun verloren land weerklinkt nog steeds in hun volksliederen. Kom Ombo is het grootste district van Boven-Egypte. Langs de Nijl oevers bemerkt men zware industrieën zoals metallurgie en kunstmestfabrieken die het landschap ontsieren met uitstoten van bruinzwarte vette rookwalmen die tot ver aan de horizon reiken en soms de zon verduisteren. Het gebied rond Kom Ombo wordt regelmatig getroffen door aardbevingen die een bedreiging vormen voor het voortbestaan van de dubbeltempel.


            

Krokodillengod SOBEK

HAROËRIS de OUDERE

   

Reeds vanaf de 18de dynastie was er een stenen godshuis op de oostoever aanwezig. De bouw van de dubbeltempel werd begonnen door PTOLEMEE VI PHILOMETOR (180-145 v.C.). Farao PTOLEMEE IX ALEXANDER I (107-88 v.C.) voegde daar nog enkele bas-reliëfs aan toe. Er werd verder bijgebouwd door PTOLEMEE XII NEOS DIONYSOS (80-51 v.C.), de vader van CLEOPATRA VII. Zij was de laatste farao van de dynastie der Ptolemeeën die JULIUS CAESAR en ANTONIUS in haar liefdesnetten strikte. Na haar zelfmoord in 31 v.C. eindigde het faraonische rijk en begon de Romeinse heerschappij. Keizer AUGUSTUS lijfde in 30 v.C. na de slag bij Actium (waarbij hij het leger van Antonius compleet verpletterde) Egypte in als Romeinse provincie en graanschuur. Hij liet de voorhof verfraaien met hypostèlen zuilen. Keizer TIBERIUS (zoon van keizerin LIVIA en geadopteerd door AUGUSTUS) liet zich afbeelden op de bas-reliëfs als farao. De oorsprong voor de verering van de krokodillengod SOBEK moet men zoeken op het naburige eiland in het midden van de Nijl, waar krokodillen in grote getallen aanwezig waren. Tijdens wegeniswerken in 1960 werden in de omgeving een massa gemummificeerde krokodillen gevonden. De meeste exemplaren raakten verloren door ontbinding. Er bevinden zich aan de ingang in de HATHORKAPEL nog enkele gemummificeerde exemplaren die men kan bekijken.


De HATHORKAPEL werd gebouwd door keizer DOMITIANUS (81-96 n.C.) die de godin HATHOR vereenzelvigde met haar Grieks-Romeins evenbeeld APHRODITE. Het geboortehuis (mammisi) gebouwd door PTOLEMAEUS VII EVERGETES II (170-116 v.C.) werd vernietigd door het Nijl water die eeuwenlang de oostelijke oever erodeerde. Een kleine toegangspoort is het enige bouwwerk dat nog overblijft van het geboortehuis. De aardbeving van 1992 heeft het dak ter hoogte van de onzichtbare axis lijn, die de tempel in twee helften verdeelt, doen instorten. Bij mijn laatste bezoek in maart 1996 was de restauratie succesvol beëindigd. Maar niets of niemand kan voorspellen of een volgende aardbeving opnieuw schade zal aanrichtten aan deze prachtig bewaarde Grieks-Romeinse tempel.


De naam Jean Capart (1877-1947) is onlosmakelijk verbonden met de dubbeltempel van Kom Ombo. Hij begon als hoogleraar in Luik en werd later directeur van de Belgische Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Toen hij tijdens een studiereis in Egypte een felluca tocht op de Nijl maakte, passeerde hij de half begraven tempel van Kom Ombo. Hij raakte geïntrigeerd en gepassioneerd door deze tempel. Hij begon in 1928 met het verwijderen van het eeuwen lang opgewaaide woestijnzand. In 1931 had hij alle hiëroglyfenteksten van de tempel gecatalogiseerd en vertaald. Hij verrichtte in het naburige El-Kab (halverwege het traject Esna - Edfu) nog andere opgravings- en restauratie werken. Hij publiceerde talloze publicaties over egyptologie en faraonische kunst. Hij vertegenwoordigt een heel klein stukje Belgische geschiedenis op het gebied van de egyptologie en Belgische archeologische opgravingen in Egypte.


Als contrast met de Belgische weldoener en kunstliefhebber Jean Capart was Faroek I (1920-1965) (de laatste koning van Egypte) verantwoordelijk voor de gedeeltelijke vernietiging van de dubbeltempel van Kom Ombo. Hij volgde in 1936 zijn vader Koning Fu'ad I op. Tot deze tijd had hij achter de paleismuren steeds een beschermend leventje geleid en waren kontakten met het gewone Egyptische volk hem onbekend. Hij hield er door onwetendheid soms een eigenaardige logica op na. Toen in de buurt van Kom Ombo een suikerrietfabriek werd gebouwd, gaf hij het bevel om de antieke stenen van de Kom Ombo tempel te gebruiken als bouwmateriaal. Hij gaf als commentaar : "Waarom moeten in Aswan de arbeiders zwoegen en werken om stenen te kappen als de benodigde stenen hier gewoon voor het grijpen liggen." De helft van de tempelmuren werd ontmanteld en gebruikt voor de bouw van de suikerrietfabriek. Helaas is het onmogelijk om de stenen terug te recupereren daar de fabriek in de loop der jaren zelf werd ontmanteld. De stenen werden gebruikt voor de bouw van huizen in de omgeving van Kom Ombo en op het platteland als scheidingsmuren. Vreemd genoeg zou cultuurbarbaar koning Faroek I later in zijn leven verzeild geraken in de grootste antiekzwendel die er ooit in Egypte heeft plaatsgevonden. Deze staat bekend als de "Mansoor Collection" zwendelaffaire.