KARNAK TEMPELS

INTRODUCTIE

Het tempelcomplex van Karnak is een verzameling van tempels die als puzzels in elkaar passen en  die de vorm bezitten van een heuse stad. Eén enkel bezoek volstaat niet om alles in detail te kunnen bewonderen. Uw Egyptische gids zal daarom enkel en alleen de hoogtepunten aan u tonen en duurt het bezoek anderhalf tot twee uur. Gelieve uw Egyptische gids te volgen daar men gemakkelijk verdwaalt in dit reusachtige complex.


INTRO | INGANG | ZONE WEST | CENTRAAL | ZONE OOST | ZONE ZUID | MUSEUM


Amon Overzicht   Amon WEST   Amon OOST   Amon 3-D Plan

Het tempelcomplex van Karnak bedraagt bijna 1,2 vierkante Km en meet 1.500 meter bij 800 meter. De tempel was vroeger verbonden met de TEMPEL VAN LUXOR via een 2,5 Km lange sfinxenlaan (DROMOS) gebouwd door farao NECTANEBO II (30ste Dynastie). Nadat Boven- en Beneden Egypte opnieuw werd verenigd door farao NEBHEPETRE MONTUHOTEP II (11de Dynastie) begon men in Thebe aan de oprichting van een bescheiden tempeltje dat later zou uitgroeien tot de grootste tempelverzameling van Egypte. De grootschalige bouwwerken werden gestart nadat de grondlegger van de 18de dynastie AHMOSE I, voor de 3de keer in de geschiedenis Beneden- en Boven Egypte met elkaar herenigde en THEBE voor de tweede maal tot hoofdstad maakte.  Eerst was er een bescheiden heiligdom aanwezig dat gemaakt was van leem en stro. Tijdens de 11de en de 12de  dynastie werd er heel weinig bijgebouwd en zijn de meeste bouwwerken van die tijd geüsurpeerd door  de latere farao's die ze gebruikten als funderingen voor hun tempels. De echte bloeiperiode begon pas tijdens de 18de dynastie waar de Thutmossiden hun obelisken begonnen op te richten.


Vanaf de 18de Dynastie werden er telkens nieuwe heiligdommen en tempels bijgebouwd, waarbij de farao’s soms tempels van hun voorgangers afbraken om er hun nieuwe tempels mee te kunnen bouwen. De juiste datering en de geschiedenis van iedere tempel wordt hierdoor extra ingewikkeld. Een goed voorbeeld hiervan is de Zonnetempel van AMENHOTEP IV (later AKHENATEN) die door HOREMHEB volledig ontmanteld en onder de 9de pyloon begraven werd. Hiermee wiste hij alle sporen en herinneringen uit aan de ketterkoning van TELL-EL-AMARNA.


 

       Restanten van de tichelstenen                         Eerste Pyloon

Het meest indrukwekkende bouwwerk is de hypostélen zaal die begonnen werd door SETI I en afgewerkt werd door RAMSES II.  De zaal telt 134 kolommen en men waant zich werkelijk temidden van een stenen zuilenwoud. Het complex kan men verdelen in drie zones : DE AMONTEMPEL, DE MONTUTEMPEL en het HEILIGDOM VAN MUT. De meest merkwaardige tempelverminking werd gepleegd door THUTMOSES III die gedurende 20 jaar de troonopvolging werd ontzegd door zijn stiefmoeder HATCHEPSUT. Uit wraak liet hij haar cartouches weg beitelen en metselde rond haar obelisk een stenen muur. Hij durfde haar heilige obelisk niet af te breken om de toorn van de goden niet op te wekken. De Ptolemeeën voegden aan de omheining muur slechts enkele portalen toe. De Romeinse bezetters hadden niet veel respect voor dit reusachtige bouwwerk. In 29 v.C. verwoestte de Romeinse gouverneur CORNELIUS GALLUS de volledige stad en bracht grote schade toe aan de tempelstad van KARNAK. Hij bestrafte hiermee een grote volksopstand die uitgelokt werd door de hogepriesters van Amon-Ra. Toen de Romeinse historicus STRABO tussen 24 en 20 v.C. Thebe bezocht had, vond hij temidden van de ruïnes slechts enkele lemen hutjes. Thebe had voorgoed zijn status verloren en verdween langzaam onder het woestijnzand om gedurende eeuwen vergeten te worden. Pas vanaf de 15de en de 16de eeuw n.C. bezochten monniken en avonturiers de ruïnes van Karnak en Luxor en vermelden zij slechts een vage beschrijving in hun reisjournaals. 


In 1799 probeerden de geleerden die deel uitmaakten van de expeditie van Napoleon de tempels van het zand te bevrijdden. De interesse voor de tempels nam toe toen CHAMPOLLION in 1822 de hiëroglyfen ontcijferde. Plotseling besefte men welke rijkdom aan historische gegevens hier lag te wachten om ontdekt te worden. In 1858 bevrijdde AUGUSTE MARIETTE (de stichter van het Boelak museum) de centrale AMONTEMPEL van het woestijnzand en begon als eerste met een systematische onderzoeking methode die wetenschappelijk verantwoord was. Langzaam begreep men de historische waarde van de nieuwe ontdekte tempelgedeelten. Maar de zoektocht eindigde hier niet. Bij het aanbreken van de 20ste eeuw, tussen 1920 en 1990 werden belangrijke vondsten gedaan bij opgravingen in de cachetten (voor de 7de pyloon). Hier heeft men honderden bijna intacte beelden en verschillende voorwerpen gevonden. De meeste ontdekkingen worden nu tentoongesteld in het LUXOR MUSEUM dat in 1975 zijn deuren voor het publiek opende. Er worden nog steeds archeologische opgravingen gedaan door buitenlandse egyptologen. De Egyptische overheid probeert zoveel mogelijk de buitenlandse inmenging tot een minimum te beperken om hun eigen volk de kans te geven om hun afkomst en identiteit te ontdekken en te waarderen. In onze moderne tijden wordt met behulp van de computer en fotogrammetriek het oorspronkelijke uiterlijk van de tempels gereconstrueerd. Het zal een werk van lange adem worden daar de dienst voor antiquiteiten slechts met mondjesmaat subsidies voor onderzoek en restauratiewerken van de overheid krijgt toegewezen. Hopelijk zal men in de toekomst nog nieuwe ontdekkingen kunnen maken die zullen bijdragen tot het beter begrijpen van deze fascinerende tempelstad.