HIEROGLYFEN

LIJST

INLEIDING | HIEROGLYFENIJST


In onderstaande lijst heb ik vaak voorkomende hiëroglyfen gegroepeerd die men veelvuldig in graven en tempels aantreft met telkens hun religieuze betekenis.


AMENTI: Dit symbool betekende oorspronkelijk "de horizon van de ondergaande zon". Vanaf de 18de dynastie werd dit symbool synoniem voor de westoever van Thebe. Hier werden de farao's in twee diepe ontoegankelijke valleien begraven. Men dacht toen dat de zon stierf in het westen om de volgende morgen weer herboren te worden in het oosten. Amenti werd de algemene naam voor het hiernamaals en het land van de doden.


ANKH: Dit symbool betekent "eeuwigdurend leven". De goden houden dit amulet onder de neus van de overleden farao. Dit ritueel werd "de levensadem geven" genoemd. Hiermee kon de overleden farao terug ademen in het hiernamaals. Later hebben de Kopten (vroege christenen) dit symbool overgenomen daar het goed geleek op het kruis van Christus. Het werd dan ook  "Crux ansata" genoemd.


BA: De theologie van de geest en het lichaam is bij de Egyptenaren ietwat ingewikkeld. Het geheel van de individu bestaat uit 5 elementen: het lichaam, de Ba, de Ka, de schaduw en de naam van de overledene. De Ba en de Ka kunnen als zielen worden beschouwd. De Ba kan overdag vrijelijk rond bewegen om 's nachts terug te keren naar het lichaam. De Ba wordt steeds afgebeeld als een vogel met een mensenhoofd. Zelfs de goden kunnen een Ba bezitten. Wanneer de Ba en de Ka gelijktijdig het hiernamaals bereiken, smelten ze samen en vormen ze de AKH die onvergankelijk en eeuwig is. De voorwaarde is echter dat de overledene het "Laatste oordeel" voor Osiris en zijn 42 rechters positief ondergaan heeft. Indien dit niet zo is, sterft de Ba en de Ka en verandert de overledene in een vervloekte ziel (Sahu) die eeuwig op aarde en in de hel moet ronddolen.


KA: Deze kan net als de Ba als een ziel worden beschouwd. Strikt genomen zijn deze twee begrippen in de egyptologie echter onvertaalbaar en hebben ze geen gelijke in onze Westerse denkwereld. De Ka wordt gevormd tezamen met het lichaam in de baarmoeder. Het is de god Chnoem die de Ka dan zijn uiteindelijke vorm geeft, door hem op zijn pottenbakkerswiel te boetseren. De Ka kan vrijelijk bewegen en zelfs in schrijnen of standbeelden van de overledene huizen. De Ka wordt altijd weergegeven met twee opgerichte armen. Indien Chnoem de Ka vormt, wordt de Ka altijd afgebeeld als een jongen die een haarlok opzij draagt, terwijl hij op zijn duim zuigt. Aangezien de Ka en de Ba onoverkomelijk met het lichaam zijn verbonden, hebben ze dezelfde lichamelijke behoeften zoals eten, drinken, sex en ademen.


SHENU:  Deze werd uitsluitend gebruikt om de 5 Koninklijke namen van de farao in te schrijven. De ovalen ring symboliseerde de eeuwige kringloop van de zon. Hiermee werd aangeduid dat het licht van de zon uitsluitend de naam van de farao verlichtte en dat hij Ra's zoon was. Ten tijde van de ontcijfering van de hiëroglyfen (1822 door Jean-François Champollion), werden deze ovalen ringen door de troepen van Napoleon "cartouches" genoemd. Cartouches werden gebruikt om de loop van de kanonnen te reinigen en hadden eveneens een ovale vorm. De associatie werd dus snel gemaakt.


 KROMSTAF en VLEGEL: De kromstaf (Heka) en de vlegel (Nekhakha) ook flabbelum genoemd, waren de Koninklijke attributen van de farao en symboliseerden deze zijn macht en koningschap. De kromstaf stond symbool voor regeren en de flabbelum (vlegel) was verbonden met de kracht van de goden Min en Osiris.


DJED ZUIL: Deze zuil werd oorspronkelijk geassocieerd met de dodengod Sokar. In het Memphitische scheppingsverhaal creëerde Ptah zichzelf, leunend tegen de Djed zuil. In latere verhalen werd deze zuil beschouwd als de ruggengraat van Osiris. In de piramidenteksten van Oenas (5de Dynastie) wordt er vermeld: "O, Osiris uw botten zijn gemaakt van Bja" (= ijzer). IJzer was een zeldzaam metaal dat uitsluitend in ijzermeteorieten werd gevonden. Zo ontstond het idee dat de goden tussen de sterren leefden en dat hun botten van ijzer waren gemaakt. De Djed zuil is een metafoor voor stabiliteit. Tijdens het Heb-Seb feest, wanneer de farao zijn 30-jarig regeringsjubileum vierde, richtte hij op symbolische wijze een Djed zuil op.


OERHEUVEL:  In de Heliopolitaanse scheppingsmythe rees deze oerheuvel op uit het oerwater Noen en de chaos. Op deze heuvel was de oppergod Atoem gezeten die door te spuwen en te masturberen het eerste godenpaar creëerde. De piramiden zijn heel misschien een weerspiegeling van dit concept die de oude Egyptenaren de eerste tijd (Zep Tepi) noemden.


VEER VAN MÄAT:  De veer van de godin Maät betekent letterlijk "de waarheid". Er werd bijvoorbeeld gezegd van een farao dat hij sterk in Maät was. Wanneer de farao stierf, was het woord en de Maät verloren en kon de orde pas weer hersteld worden wanneer een nieuwe farao werd gekroond. De veer werd ook gebruikt als tegengewicht op de weegschaal, om tijdens het laatste oordeel dat plaatsvond in de zaal van Maät het hart van de overledene te wegen in aanwezigheid van Osiris en zijn 42 rechters.


MÄAT:  Deze hiëroglief werd gebruikt om het concept waarheid weer te geven. De goden werden staande op deze hiëroglief afgebeeld en is een metafoor  voor waarheid en orde.


KHEPER: De mestkever (scarabee) rolde een mestbal naar boven met zijn achterpoten. Na verloop van tijd kwamen er larven uit deze mestbal. De oude Egyptenaren wisten niet dat de kever er zijn eitjes in legde en dachten dat de larven spontaan uit het niets werden gecreëerd. Hierdoor dachten ze dat de zonneschijf de hemel werd ingerold door de god Khepri. Deze god werd geassocieerd met de opgaande jonge zon en was één van de drie verschijningsvormen van de god Ra Atoem. Ten tijde van de Hyksos overheersing werden scarabee amuletten zeer populair. Er bestaan twee soorten amuletten. De gevleugelde mestkever en de mestkever in de vorm van een hart. Op de onderkant van deze amuletten werd de naam van de regerende farao vermeld.


 SHEN: Dit symbool is sterk verwant aan de Shenu (Koninklijke Cartouche) en is eveneens het symbool voor de eeuwigheid en de oneindigheid. De giergodin Nekhbet houdt twee van deze ringen in haar klauwen vast. Op deze manier symboliseren de twee Shen ringen het koningschap van de farao over de twee landen (Boven- en Beneden Egypte).


UREAUS:  Deze is een zeer oud koningssymbool en werd vanaf het Middenrijk door de farao op het voorhoofd gedragen. De Ureaus bestaat uit twee godinnen. De slangengodin Wadjyt is een wijfjescobra (iaret) afkomstig uit Buto in Beneden-Egypte. Ze werd beschouwd als het kwade oog van Ra. Ze kon vergif naar haar vijanden spuiten. De giergodin Nekhbet afkomstig uit Nekhen in Boven-Egypte was de tweede godin die er later aan werd toegevoegd. Hierdoor werd de farao beschermd door de godinnen van de twee landen. Als beide godinnen op een Neb hiëroglief (meester/meesteres) afgebeeld staan, luidt hun titel: "De twee meesteressen van de twee landen" (Nebty).


De godin Nechebet is een giergodin die niet alleen de koningsnaam beschermt maar ook de voornaamste godin van Boven Egypte belichaamt. Haar tegenhanger was de slangengodin Wadjet van Beneden Egypte. Eén van de vijf namen van de farao luidt "Meesteressen van beide landen". Deze samengestelde hiëroglief ziet men dan ook heel vaak tijdens de kroningsrituelen in de tempels.

OEDJAT OOG: Dit is een amulet met krachtige magische eigenschappen. Tijdens een tweegevecht werd het oog van Horus uitgerukt door zijn kwaadaardige broer Seth . De god Thot herstelde het oog en gaf het terug aan Horus. Het Oedjat oog is een metafoor voor de opvolging van de gestorven farao daar het oog symbool staat voor "herstellen en gezond maken". In de faraonische geneeskunde werd het oog gebruikt om wiskundige breuken mee aan te duiden. Het oog werd gesplitst in een 63/64 breuk. Het ontbrekende deel van deze breuk werd aangevuld door Thot. Met de componenten van het oog werd de hoeveelheid ingrediënten aangeduid die men nodig had om geneeskrachtige drankjes te kunnen maken. Op de moderne doktersbriefjes wordt het Oedjat oog nog steeds gebruikt maar dan in een meer gestileerde vorm. Er zijn echter heel weinig dokters die de oorsprong hiervan kennen.


WAS SCEPTER: Deze staat symbool voor macht en regeren. De scepter eindigt in een gestileerd hondenhoofd. De was hiëroglief op zichzelf, is het symbool voor de 4de Nome (provincie) van Boven-Egypte en de stad Thebe (Waset).


RODE KROON: Deze werd gedragen door de farao van Beneden-Egypte en werd Deshret genoemd.  Het betekent ook 'woestijn' wanneer het wordt gebruikt in een andere context.


WITTE KROON: Deze werd gedragen door de farao van Boven-Egypte en werd Hedjet genoemd.  Op de palette van Narmer ziet men de farao zowel met de witte kroon als de rode kroon. Na de re-unificatie van Beide Landen draagt hij de dubbele kroon.


DUBBELE KROON: Deze werd gedragen door de farao van het verenigd Egypte (Boven- en Beneden-Egypte) en werd Pshent of in de hiëroglyfen 'shemty' genoemd. De witte kroon werd in de rode kroon geschoven en vormde op deze wijze de Dubbele Kroon die de re-unificatie van Beide Landen vertegenwoordigde.


ATEF KROON: Deze werd eerst door de god Osiris gedragen. Het is de witte kroon van Boven-Egypte met aan beide zijden rode pluimen bevestigd. Deze pluimen staan symbool voor de stad Boesiris, waar Osiris zijn hoofdcultus had. Tijdens de Grieks-Romeinse tijd werden er aan de Atef kroon nieuwe elementen toegevoegd waaronder gedraaide horens van de god Chnoem en een kleine zonneschijf afkomstig van de zonne- en oppergod Ra.


BLAUWE KROON: Deze werd uitsluitend gedragen wanneer de farao ten strijde trok en werd deze daarom een oorlogshelm (Khepresh) genoemd.  Ramses II en Ramses III worden beiden veelvuldig met de oorlogshelm afgebeeld.


IEB:  Het hart werd door de Egyptenaren als de zetel van de emoties en de persoonlijkheid beschouwd. Tijdens het mummificatieproces werd het hart niet verwijderd daar het tijdens het laatste oordeel gewogen werd tegenover de veer van Maät. Om te beletten dat het hart zou getuigen in het nadeel van de overledene werd er een scarabee bovenop de plaats van het hart gelegd. Hiermee werd in de zaal van Maät het geluid van het kloppende hart gedempt die bezwarende feiten van de overledene zou kunnen kenbaar maken.


NEBU:  Goud werd beschouwd als het edele vlees van de goden. Het lichaam van de zonnegod Ra was volledig uit dit onvergankelijke metaal gemaakt. Deze hiëroglief betekent in de strikte zin van het woord onvergankelijkheid, onsterfelijkheid en rijkdom. Wanneer een god of godin op deze hiëroglief werd afgebeeld, betekende dit dat de farao werd gezegend.


KHET: Dit symbool stelt een lamp of een toorts voor, waar een vurige vlam uit opstijgt. De betekenis van dit symbool is nogal vaag. Het werd voornamelijk geassocieerd met de rivier uit de onderwereld (Amduat) waar vurige demonen en kwaadaardige geesten in rond zwommen. Dit was het equivalent voor onze Bijbelse hel.


MENHED: Dit stelt een oud Egyptisch schrijverspalet voor. Geletterde mensen die de hiëroglyfen konden lezen en schrijven, stonden in hoog aanzien. Zij klommen veel vlugger op de sociale ladder door met edelen, prinsen of prinsessen te trouwen. Het schrijversgerei bestond uit een palet met rode en zwarte pigmenten, een pen of een penseel en een kan met water om de penselen te kunnen spoelen.


PET: Dit stelt de hemel voor als een zoldering of een vals plafond met afhangende punten. Precies zoals de echte hemel naar de horizon schijnt te lopen. Dit symbool werd altijd  geassocieerd met de hemelgodin Noet en werd deze vaak gebruikt als architectonisch motief op deuren en muren. De letterlijke vertaling is dus "de hemel".


SESEN: De lotus werd beschouwd als symbool voor de eeuwige kringloop van de zon en de regeneratie van alle leven in het algemeen. Deze metafoor ontstond toen men bemerkte dat de lotusbloem zich 's avonds sloot en onder water verdween om 's morgens weer terug open te bloeien. In één van de scheppingsmythen was het de lotusbloem die oprees uit het oerwater. Uit de kelk van de lotus verscheen de eerste morgenzon en personifieerde dit de zonnegod Ra.


AKHET: Dit symboliseert de zon die telkens oprijst en ondergaat tussen de twee heuvels. De god Aker is nauw met dit symbool verbonden daar hij de bewaker van gisteren en morgen was.  De Djew hiëroglief is er nauw mee verwant.


DJEW: Deze hiëroglief is nauw verwant aan de Akhet hiëroglief, daar het dezelfde twee heuveltoppen voorstelt waar in het midden de Nijl doorheen stroomt. De westelijke heuvel noemde Manu en de oostelijke heuvel noemde Bakhu. Men geloofde dat de hemel hierop rustte. Op deze beide heuvels was er telkens een god in leeuwengedaante aanwezig, die de opgaande en de ondergaande zon moesten beschermen tegen kwade invloeden en vijanden uit de onderwereld.


  RA: De zonnegod Ra was de voornaamste god in het Egyptische pantheon. Hij had vele verschijningsvormen en kon zelfs samensmelten met andere Oud Egyptische goden. De eerste hiëroglief stelt de zonneschijf voor. De tweede hiëroglief is de zonneschijf met de Ureaus slang die Horus van Behedet vereenzelvigd met de zonnegod. De derde hiëroglief werd slechts een korte tijd gebruikt gedurende de monotheïstische staatsgodsdienst van Amenhotep IV die later zijn naam veranderde in Akhenaten. Het stelt de zonneschijf Aten voor die met zijn zonnestralen het gewone volk aanraakt. Op papyrussen eindigen deze zonnestralen altijd in kleine handjes.


MENAT: Dit was één van de tien heilige voorwerpen van de godin Hathor. Het is een soort van halssnoer met een contragewicht dat een ratelend geluid produceert, wanneer men ermee schudt. Men ziet heel vaak Hathor die de Menat aan de farao aanbiedt. Dit was een metafoor  voor  vreugde, geluk en vruchtbaarheid.


TIET:  Over de oorsprong van dit symbool tast men nog in het duister. Net zoals het Ankh teken symboliseert dit regeneratie en eeuwig leven. In de Late Periode werd dit symbool geassocieerd met Isis en andere godinnen. Soms noemt men dit symbool de Isis knoop of het bloed van Isis vanwege de rode kleur. Als amulet had het een zeer krachtige werking en beschermde het de drager tegen alle soorten onheil.


Over de oorsprong van de gevleugelde zonneschijf bestaan er twee legendes. In de eerste legende wordt er verteld over de zonnegod Ra die oud en moe geworden, op de aarde neervalt. Hij wordt door iedereen voorbijgelopen terwijl hij langzaam sterft. Twee slangen die voorbij kruipen, krijgen echter medelijden met hem. Ze tillen hem op waardoor Ra hen vleugels kan geven. Hierdoor kunnen de twee slangen met de zonneschijf naar de hemel vliegen waar hij terug jeugdig en sterk zal kunnen worden. In de tweede legende smelt Horus van Behedet samen met de zonneschijf om 'Horus-aan-de horizon'  te kunnen worden. In de Grieks-Romeinse tempels bemerkt men steeds de gevleugelde zonneschijf boven de ingangsportaal tussen de twee pylonen. Dit symboliseert de farao die zich vereenzelvigd met Harendotus (de wreker van zijn vader), deze laatste één van de vele verschijningsvormen van Horus.