|
Dit graf behoort toe aan één van de zonen van
RAMSES III. Hij was waarschijnlijk de jongere broer van
AMON-HER-KHOPESHEF
II die eveneens het slachtoffer werd van een
waterpokkenepidemie. De kleuren van het graf
zijn even helder als dat van zijn broer en
bezitten een onaardse schoonheid. De sarcofaag
en de mummie werden echter nooit teruggevonden.
RAMSES III
begeleidt de jonge prins in het hiernamaals
precies zoals hij dit uitvoert in het graf van zijn andere zoon
AMON-HER-KHOPESHEF
II. De prins wordt voorgesteld en
geïntroduceerd aan
de goden CHNOEM, THOT en ANUBIS.

PRINS KHAEMWAST II
Ramses III, Heri-Maät en genie Mioe
De prins draagt de traditionele
haarlok opzij en bezit een
kaalgeschoren kruin. De achtergrondkleur van de muurschilderingen is okergeel en
contrasteert perfect met het kobaltblauw en het saffiergroen dat verwerkt is in de
gelaatstrekken van de verschillende goden. Opmerkelijk is de afbeelding van een naakt
gezeten jongeling waarnaast een god staat
afgebeeld die een groenkleurig leeuwenhoofd
bezit en een mes in zijn linkerhand vasthoudt. Dit zijn begrafenisgeesten
of genï die de poorten bewaken van het hiernamaals, zoals ze vermeld staan in
één van de 5 dodenboeken.

KHAEMWAST II
OSIRIS wordt begroet door
NEPHTYS
Er kan enige verwarring
ontstaan met de andere prins
KHAEMWAST I, zoon van
RAMSES II (1279 - 1212 v.C.
19de Dynastie). Daar
KHAEMWAST I de functie van
Sem hogepriester van
Memphis bekleedde en zijn leven volledig
aan Ptah (Heilig dier = de stier) had gewijd, werd
hij volgens zijn persoonlijke wens begraven in het Serapeum (Beneden Egypte) en niet in de Vallei der Koninginnen
(Boven Egypte). Bijna 100 jaar later had RAMSES III
(1182 - 1152 v.C.
20ste Dynastie) bij
koningin ISIS
vier zonen verwekt die hij
KHAEMWAST II, AMON HER KHOPESHEF II, SETH
HER KHOPESHEF en
PRA HER UMENEF noemde. Hij haf
hen deze namen uit bewondering voor zijn
voorganger RAMSES II
(geen familieverband). Zij stierven allen
heel jong aan een virulente waterpokken
epidemie die toen in Egypte een lange tijd
woedde.

De vier prinsen
werden begraven in de Vallei der
Koninginnen in vier prachtige graven. Op deze website geef ik geen
beschrijvingen van de graven SETH HER KHOPESHEF
en PRA HER
UMENEF daar deze graven tamelijk beschadigd
zijn door bewoning van Kopten die met hun
vuren een vaalbruine tint op het plafond en
muurschilderingen hebben achtergelaten. De
jongeman die neerzit en een
CHAYT hoofdtooi draagt is de
genï HERI-MAÄT
(hij die de waarheid beveelt). De leeuwengod
met de getrokken messen is de genï
MIOE die
volgens hoofdstukken 145 en 146 van het
dodenboek het twaalfde uur van het
hiernamaals vertegenwoordigt. Opmerkelijk
zijn nog twee andere genï die zich links en
rechts van de toegang tot de grafkamer
bevinden. De rechtse figuur is de genie
NEHES-HER-PER-EM-DOEAT
met een paddenhoofd en de
andere figuur is
DI-KE-SOE-OEDEN-BEGA-PER-EM- MOET
met het hoofd van een ibis die
twee pluimen
op zijn hoofd draagt.

RAMSES III en HORUS De godinnen ISIS en
NEPHTYS
Beiden vertegenwoor- digen respectievelijk de
vijfde en zesde poort van het hiernamaals. De genï DENDENI
(de kwaad- aardige) bezit het hoofd van een ezel en
vertegen woordigt de negende poort van het hiernamaals. In het
westelijk zijvertrek bemerken we een genï met een hondenhoofd die de
Enneade (de negen god
eenheid) van de AMDOAT belichaamt. Naast hem zien we de jeugdige
genie HORUS-EM-NECHOE met het
valkenhoofd, die HORUS in zijn jeugdige vorm belichaamt.
Wat Khaemwast II betreft....... Hij was de
zoon van Ramses III (absoluut geen
familieverband met Ramses II). Net als bij
zijn broer Amon her Khopeshef II
werd zijn
mummie ontvreemdt door grafrovers. De kans
dat zijn mummie door de hogepriesters werd
herbegraven is dan ook heel miniem, daar men
vermoedt dat de grafschending gebeurde ten
tijde van de Romeinse bezetting of nog een
paar eeuwen daarvoor. De kans dat er een
vierde ongeschonden cache verborgen ligt in
één van de vijf valleien, is dan ook heel klein.
Toen Ernesto
SCHIAPARELLI in februari
1903 het graf
van Khaemwast II
ontdekte (de foto werd toen ter plaatse op het moment van de
ontdekking genomen) kon hij zijn ogen bijna niet geloven. Het graf was
gevuld met sarcofagen
en mummies afkomstig
van illegale en
anonieme begrafenissen.
In samenwerking met zijn assistent Francesco
Ballerini verwijderde
hij deze sarcofagen en mummies voor nader onderzoek. Nadien begonnen ze
met de schoonmaak van het graf. Aan de kleuren zelf werd er niets
gerestaureerd of veranderd. Enkel het vuil en
het stof dat aan de kleuren
kleefde, werd heel voorzichtig met chemisch vrije
technieken verwijderd. Helaas werd de
mummie, noch de sarcofaag
nadien teruggevonden. Het graf bezit nog mooiere en nog meer levendiger
kleuren dan dat van zijn broer Amon-her-Khopechef II. |