GODENLIJST

AMON ANUKIS ANUBIS APIS AMMIT
AKER APOPHIS ATOEM ATON BASTET
BES CHNOEM CHONS CHEPRI CANOPEN
ENNEADE GEB HATHOR HORUS HAPI
HEH ISIS IMHOTEP MONTOE MUT
MIN MAÄT NOET NEITH NEFERTEM
NECHEBET NEPHTYS OSIRIS PTAH RA
SATIS SETH SELKET SHU SESHAT
SOBEK SEKMET THOT TAWERET TEFNOET

Dit is een beknopte lijst van de goden en godinnen die vaak voorkomen in de tempels en de graven in Egypte. Van iedere god en godin wordt zijn of haar oorsprong besproken en toegelicht.

ATOEM

 ATOEM was in de Heliopolitaanse doctrine de oppergod die de andere goden van de ENNEADE (negeneenheid) creëerde door te masturberen en/of te spuwen. In principe werd hij tijdens de eerste dynastieën nooit afgebeeld daar zijn wezen ongrijpbaar en niet te bevatten was. Onder invloed van het syncretisme (samenvoeging) smolt hij vanaf de 18de dynastie samen met de zonnegod RA om zo de god RA-ATOEM te vormen. Hij werd in zijn uiteindelijke vorm afgebeeld met het gezicht van een ram met gedraaide horens en een zonneschijf op het hoofd. Deze laatste kenmerken waren afkomstig van de god CHNOEM die ook een scheppende god was. Hij  had de mensheid gecreëerd op zijn pottenbakkerswiel. Hiermee werd aangeduid dat de aspecten van CHNOEM in zowel RA als ATOEM aanwezig waren. De zonnegod reizend in zijn zonneboot is een thema dat veelvuldig in de Thebaanse graven wordt afgebeeld. Het regeneratieve aspect van de zon is hier steeds het voornaamste onderwerp, namelijk de overleden ziel die door de kracht van de zon herboren wordt. Doorgaans wordt ATOEM op drie verschillende wijzen afgebeeld. Eerst als de god met het mestkeverhoofd (KHEPRI) die de zonneschijf de hemel inrolt. Dit symboliseert de jonge zon die net aan de oostelijke horizon is verschenen. Tijdens de middag is hij de stralende gouden zonneschijf en is hij in de fleur van zijn leven. Wanneer de zon 's avonds in het westen ondergaat is hij oud en stram geworden. Nu wordt hij afgebeeld met een rammenhoofd en gedraaide horens terwijl hij op een scepter leunt.