GODENLIJST

AMON ANUKIS ANUBIS APIS AMMIT
AKER APOPHIS ATOEM ATON BASTET
BES CHNOEM CHONS CHEPRI CANOPEN
ENNEADE GEB HATHOR HORUS HAPI
HEH ISIS IMHOTEP MONTOE MUT
MIN MAÄT NOET NEITH NEFERTEM
NECHEBET NEPHTYS OSIRIS PTAH RA
SATIS SETH SELKET SHU SESHAT
SOBEK SEKMET THOT TAWERET TEFNOET

Dit is een beknopte lijst van de goden en godinnen die vaak voorkomen in de tempels en de graven in Egypte. Van iedere god en godin wordt zijn of haar oorsprong besproken en toegelicht.

NEITH

 Neith was de godin van de jacht en werd daarom later gelijkgesteld met de Griekse godin Athena en de Romeinse godin Diana. Ze draagt steeds de rode kroon van Beneden Egypte en bezit als attributen steeds een boog en pijlen. Haar cultus centrum bevond zich in Saïs. Deze stad die zich in de Nijl Delta bevind, werd tijdens de 25ste dynastie tot hoofdstad gepromoveerd. Ze vormde in de tempel van Esna, tezamen met de scheppergod Khnum en haar zoon Heka, de triade van Esna. Zij was de uitvindster van de weefkunst en leverde aan de god van de balseming Anubis de eerste mummiewindselen. Zij werd daarom als de vrouw van Anubis beschouwd. In sommige lokale mythologische versies was ze de moeder van de krokodillengod Sobek.  De godin Neith was reeds gekend vóór de opkomst van de Enneade (negeneenheid) en werd ze daarom als de moeder van Ra beschouwd toen ze nog in het oerwater Noen verbleef. Ze creëerde zichzelf uit het niets. Ze word steeds androgyn afgebeeld daar ze de mannelijke en de vrouwelijke principes in zich symboliseerde. Op haar hoofd zien we vaak de schietspoel afgebeeld daar ze de godin van de weefkunst was. Ze was ook de beschermgodin van de god Duamutef. Deze laatste god was één van de vier Horus kinderen die steeds in de vorm van Canopen vazen werden afgebeeld. De Canopen vaas met zijn afbeelding in de vorm van een jakhals bevatte de maag van de overledene. Tezamen met de godinnen, Isis, Hathor en Selket beschermden ze elk de vier uithoeken (windstreken) van de sarcofaag.