GODENLIJST

AMON ANUKIS ANUBIS APIS AMMIT
AKER APOPHIS ATOEM ATON BASTET
BES CHNOEM CHONS CHEPRI CANOPEN
ENNEADE GEB HATHOR HORUS HAPI
HEH ISIS IMHOTEP MONTOE MUT
MIN MAÄT NOET NEITH NEFERTEM
NECHEBET NEPHTYS OSIRIS PTAH RA
SATIS SETH SELKET SHU SESHAT
SOBEK SEKMET THOT TAWERET TEFNOET

Dit is een beknopte lijst van de goden en godinnen die vaak voorkomen in de tempels en de graven in Egypte. Van iedere god en godin wordt zijn of haar oorsprong besproken en toegelicht.

NOET

Noet is de personificatie van de hemel waarlangs de zonnegod Ra zijn dagelijks processie aflegde. Tijdens de zonsondergang verzwolg ze de zon om ze in de morgen opnieuw te baren. De zon reisde gedurende de 12 uren van de nacht doorheen haar lichaam.  Ze was de dochter van Shu en Tefnoet. Toen ze met haar man en tevens tweelingbroer Geb seksuele gemeenschap wilde hebben kwam haar vader Shu tussenbeide in de vorm van lucht en werden zo de hemel en de aarde gescheiden. Toen ze hoogzwanger was, verbood de zonnegod Ra haar te baren gedurende de 360 dagen van het jaar omdat ze overspelig geweest was met de aardegod Geb. Gedurende de pijnlijke barensweeën vroeg ze hulp en raad aan de maangod Thot. Hij had tijdens een dobbelspel met zijn collega maangod Aah vijf (epagomenale) dagen gewonnen. Tijdens deze extra dagen baarde ze vier godenkinderen, zijnde twee broers en twee zusters.  Deze extra epagomenale dagen waren een complexe methode om het 'civiele Egyptische jaar' te kunnen verklaren.

 

Op de eerste dag baarde ze de oppergod Osiris. Op de tweede dag baarde ze de godin Isis. Op de derde dag kwam  de god van het kwaad Seth op een onnatuurlijke wijze te voorschijn uit haar zijde en passeerde hij niet het geboortekanaal. Op de vierde dag werd de godin Nephtys geboren. Deze vier goden vormen de basis van de oude Egyptische mythologie in de tempels en de graven van farao's en edellieden.