GODENLIJST

AMON ANUKIS ANUBIS APIS AMMIT
AKER APOPHIS ATOEM ATON BASTET
BES CHNOEM CHONS CHEPRI CANOPEN
ENNEADE GEB HATHOR HORUS HAPI
HEH ISIS IMHOTEP MONTOE MUT
MIN MAÄT NOET NEITH NEFERTEM
NECHEBET NEPHTYS OSIRIS PTAH RA
SATIS SETH SELKET SHU SESHAT
SOBEK SEKMET THOT TAWERET TEFNOET

Dit is een beknopte lijst van de goden en godinnen die vaak voorkomen in de tempels en de graven in Egypte. Van iedere god en godin wordt zijn of haar oorsprong besproken en toegelicht.

MAÄT

Maät is de godin van de gerechtigheid. Zij is het zinnebeeld van de orde, de waarheid en de rechtspraak in de kosmos. Haar naam betekent letterlijk "Datgene wat rechtvaardig is". Haar cultus was verspreid over heel Egypte. Zij werd ook het "Oog van Ra" genoemd. De veer op haar hoofd werd gebruikt als tegengewicht tijdens het wegen van het hart. Was het hart zwaarder dan de veer, dan werd het ogenblikkelijk verslonden door het hellemonster Ammit en onderging de overledene de eeuwige dood en kon hij het hiernamaals nooit meer betreden. In de mythologie van de Enneade werd zij als de dochter van Ra beschouwd. In de doctrine van Hermopolis (Ogdoad) was zij de echtgenote van de god Thot en had ze acht kinderen die uit vier godenparen bestonden. Eén godenpaar daarvan was Amon met zijn vrouwelijke tegenhanger Amaunet. De veer van Maät (struisvogelveer) was een alleenstaande hiëroglief die de farao's als extra titel in hun benamingen gebruikten. In de graven en op papyri wordt ze steeds met gespreide vleugels afgebeeld als beschermgodin van de overleden farao.