GODENLIJST

AMON ANUKIS ANUBIS APIS AMMIT
AKER APOPHIS ATOEM ATON BASTET
BES CHNOEM CHONS CHEPRI CANOPEN
ENNEADE GEB HATHOR HORUS HAPI
HEH ISIS IMHOTEP MONTOE MUT
MIN MAÄT NOET NEITH NEFERTEM
NECHEBET NEPHTYS OSIRIS PTAH RA
SATIS SETH SELKET SHU SESHAT
SOBEK SEKMET THOT TAWERET TEFNOET

Dit is een beknopte lijst van de goden en godinnen die vaak voorkomen in de tempels en de graven in Egypte. Van iedere god en godin wordt zijn of haar oorsprong besproken en toegelicht.

GEB

Andere namen : Seb. Hij is een aardegod die altijd met een gans op zijn hoofd wordt afgebeeld. Hij was van plan om met zijn zuster de hemelgodin Nut, seksuele gemeenschap te hebben. Tijdens het moment suprême kwam hun vader Shu tussenbeide in de vorm van lucht en zo werden de hemel en de aarde van elkaar gescheiden. Hij was de zoon van de luchtgod Shu en de godin van de vochtigheid Tefnoet. Dit godenpaar was op zijn beurt het resultaat van de masturbatie en het spuwen of niezen van de oppergod Atoem. Zijn naam betekent "De Grote Kakelaar". Aardbevingen werden als het resultaat van zijn schaterlach beschouwd. Ook wordt hij soms in de graven in de Vallei der Koningen (heel zeldzaam) als een krokodil afgebeeld. Op papyri worden Geb, Nut en Shu altijd gezamenlijk afgebeeld tijdens hun seksueel geladen stoeipartijtje terwijl hun vader Shu tussenbeide komt. Shu ondersteunt hierbij de hemelgodin Nut en steunt hij met zijn voeten op de aardegod Geb. Dit is de oude Egyptische versie hoe de hemelen en de aarde in den beginne van elkaar werden gescheiden.