EXPLORERS

RICHARD BURTON (1821 - 1890)

           


In deze rubriek belicht ik 'Beroemde Reizigers' die de studie van het Oude Egypte door de eeuwen heen voor altijd hebben beïnvloed, hetzij door hun passie, hetzij door hun drang naar roem en erkentelijkheid. Klik op de foto's om een beknopte biografie te kunnen lezen. In de toekomst zullen er meer biografieën verschijnen.

EEN  VICTORIAANS  DRAMA

Bijna honderd jaar later, na de (mislukte) pogingen van de Schot James Bruce om de bronnen van de Nijl te lokaliseren, werden Ethiopië en Soedan verder verkend en gekoloniseerd en kwam men tot de conclusie dat de bronnen van de Witte Nijl zich veel dieper in Midden Afrika bevonden. De aanwijzing hiervoor, waren de lokale verhalen die men vaak hoorde vertellen. Volgens de lokale bevolking waren er in diep Afrika "Bergen van de Maan" waar sneeuw en ijs permanent aanwezig waren. De oorsprong van deze verhalen moet men zoeken in de publicaties van de sterrenkundige en geograaf PTOLEMY die in 150 A.D. hierover reeds speculaties had gemaakt. Het zou nog duren tot aan de Victoriaanse periode voordat de ware bronnen van de Nijl zouden worden ontdekt. De twee voornaamste hoofdrolspelers in dit Victoriaans drama waren Sir Richard Francis Burton en de militaire ijzervreter Sir John Hanning Speke. Het leven beschrijven van Sir Richard Francis Burton is dan ook  onbegonnen werk daar er meer dan voldoende avonturen in zijn gehele leven aanwezig zijn om er meer dan 10 websites mee op te vullen. Daarom noteer ik hier een zeer beknopte biografie waarin ik de hoogte en dieptepunten in zijn leven opsom. De passages gedurende de ontdekking van de Nijl die belangrijk zijn, bespreek ik op deze pagina verder in detail. Ik kan de videofilm "Mountains of the Moon" dan ook sterk aanbevelen alsook de twee lijvige boeken (de Witte en de Blauwe Nijl) die de Engelse biograaf en geschiedkundige Alan Moorehead heeft gepubliceerd in een gebonden versie met prachtige originele illustraties.
 
SIR   RICHARD   FRANCIS   BURTON
 
Richard Francis Burton werd op 19 maart 1821 in Elstree Hertfordshire Engeland geboren. Zijn vader Joseph Netterville Burton was een legerkapitein en zijn moeder Martha Baker, een huisvrouw. In 1840 studeert hij aan het Trinity college in Oxford. Door zijn ongelooflijke talenknobbel leert hij er vlot verschillende talen zoals Spaans, Portugees en Arabisch. In zijn gehele leven zou hij meer dan 25 talen vloeiend kunnen lezen en schrijven alsook hun afgeleide dialecten wat het totaal aantal talen op 40 brengt. Reeds op jeugdige leeftijd was hij een opstandeling en een rebel. In 1842 wordt hij van het college gestuurd met een zware blaam wegens pervers seksueel gedrag en opruiende taal. Hij trekt naar Bombay (India) waar hij dienst neemt in het leger. Hij ontpopte zich al vlug tot een meester in de meest vindingrijke vermommingen. Hij verkleedt zich als een Indiër en neemt de lokale godsdienstige gebruiken volledig over. Zijn legeroverste Napier maakt hier dankbaar van gebruik door hem in India in te schakelen tijdens spionage activiteiten. In 1846 wordt hij in Hyderabad (India) zwaar ziek na een cholera aanval en krijgt Burton van het leger twee jaar ziekteverlof aangeboden. Gedurende deze twee jaar leert hij onder andere Hindu, Punji en Sanskriet en hun dialecten. Hij verdiept zich ook in de Islam godsdienst en de kennis van de mystieke Soefi leer. Hij verkrijgt de titel van Soefi meester. Hij krijgt van zijn legeroverste Napier de opdracht om te infiltreren in mannelijke bordelen. Groot is zijn verbazing wanneer hij er hogere Engelse legerofficieren aantreft in compromitterende houdingen met Indische schandknapen. Om de zaak in de doofpot te stoppen, vertrekt hij met stille trom uit India en is zijn acht jaar durende legercarrière voortijdig beëindigd.

In 1850 keert hij terug naar Engeland. Een jaar later ontmoet hij Isabel Arundell. Het was liefde op het eerste gezicht. Later zou hij haar huwen en zou zij een voorname rol in zijn leven spelen als muze en beschermengel. In 1853 slaagt hij erin, om verkleed als Arabier naar Mekka (Saudi Arabië) te reizen om er een bedevaart uit te voeren. Zijn vermomming en talenkennis waren zodanig perfect dat hij nimmer ofte nooit als een bedrieger werd ontmaskerd. Indien dit het geval was, zou hij zonder twijfel ter plaatse geëxecuteerd worden, daar de Heilige Stad van de Moslims niet toegankelijk was voor Westerlingen en niet-gelovigen. Slechts één Europeaan had het hem in 1811 voorgedaan, namelijk de Zwitserse ontdekkingsreiziger Jakob Ludwig Burckhardt die zich eveneens uitdoste als een Sjeik en zichzelf Ibrahim noemde. Richard Francis Burton vond deze unieke prestatie nog lang niet straf genoeg en reisde naar de Heilige Stad Harar in Ethiopië waar hij een identiek nummertje opvoerde. Hij werd nu officieel als een Hajji pelgrim erkend. Maar tijdens zijn terugkeer via de karavaanweg die langs de Rode Zee liep, keerden zijn kansen en ontsnapte hij ternauwernood aan de dood. Tijdens een woelige nacht werden Richard Francis Burton en zijn legerkompanen bij complete verrassing overvallen door 250 Somalische rebellen. Een speer doorboorde zijn wang en kaakbeen. Tijdens dit incident leerde hij er de legerofficier John Hanning Speke kennen. Hij vertelde aan hem zijn plannen om de werkelijke bronnen van de Nijl te ontdekken. Dit was het begin van een drama dat zich verder in de loop der jaren zou voltrekken. Uiteindelijk zou er een winnaar en een verliezer uit de strijd komen.
           
 SIR   JOHN   HANNING   SPEKE
 
John Hanning Speke was een legerofficier en verschilde totaal van de rebelse Richard Francis Burton in het feit dat alles tot in de puntjes geregeld moest zijn. Hij voerde precisie en oog voor details, hoog in zijn vaandel en eiste van zijn soldaten en ondergeschikten absolute gehoorzaamheid en militaire tucht. De voornaamste reden waarom hij een verbond met hem sloot was om in Afrika op groot wild te kunnen jagen. Het ontdekken van de bronnen van de Nijl vond hij zelf maar een bijkomstige zaak. De expeditie werd volledig bekostigd door het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap. En zo geschiedde het dat op 16 juni 1857 zij beiden vanuit de slavenhandelspost van Zanzibar met een karavaan doorheen het binnenland van donker Afrika trokken. De tocht was zwaar en vermoeiend. Zij konden steeds rekenen op de efficiënte hulp van hoofdman Sidi Bombay. Hij was een ex-slaaf die even beroemd zou worden als zijn beide meesters. De tocht duurde meer dan twee jaar en gedurende die tijd hadden ze voortdurend af te rekenen met ziektes (pokken, oorontstekingen,  malaria) en aanvallen van vijandige stammen.

Net toen Burton en Speke bijna de strijd opgaven door langdurige ontbering en algemene verzwakking verscheen er een lichtpunt. Dit gebeurde letterlijk en figuurlijk. Op 15 februari 1858 beklommen ze een steile heuvel. Op dat moment blies Burtons lastdier zijn laatste adem uit. In de diepte zagen ze een vage lichtstreep. Hun ogen waren zo slecht geworden dat ze het niet herkenden als een watermassa. Toen ze beneden kwamen, hadden ze gevonden waar ze al twee jaar naar zochten, de zee van Ujiji of met de meer modernere benaming, het Tanganjika Meer. Maar dit was nog niet het eindpunt van hun reis. Ze vernamen van de plaatselijke bevolking dat er in de omgeving nog een groter meer te vinden was. Burton was te ziek om verder te reizen en zo geschiedde het dat Speke er alleen naar toe reisde. Hij vertrok uit Kazé in de maand juli 1858 en bereikte zestien dagen later de reusachtige watervlakte die hij ter ere van de Engelse koningin, het Victoria Meer noemde. Toen hij terugkwam en het heuglijke nieuws aan Burton meldde, ontving hij hem zeer koeltjes en trok hij zijn ontdekkingen in twijfel. Hij hield voet bij stuk dat het Tanganjika Meer de oorsprong van de Nijl was. De twijfel en het wantrouwen tussen beide mannen was een feit geworden.

Op 4 maart 1959 keerden zij veilig en wel, terug in Zanzibar. Speke was zienderogen opgeknapt maar Burtons gezondheidstoestand was zorgelijk geworden. Hij bleef achter in Aden (Jemen) om er te herstellen terwijl Speke terugreisde naar Engeland. De mannen namen afscheid van elkaar en Speke beloofde aan Burton om slechts het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap toe te spreken wanneer hij in Engeland was aangekomen. Toen hij op 10 mei 1958 in Londen arriveerde, vergat hij zijn belofte en begaf hij zich ogenblikkelijk naar de voorzitter van het genootschap waar hij al zijn bevindingen en ontdekkingen liet optekenen. Twaalf dagen later arriveerde Burton in Engeland en vernam toen via de kranten dat zijn voormalige reisgenoot een beroemdheid was geworden. Vol walging en woede verliet hij Engeland en trok hij in bij zijn zuster, die in Boulogne (Frankrijk) woonde. Daar schreef hij zijn eigen versie van zijn avonturen in een lijvig werk op, dat maar matig werd gekocht, daar Speke nu de held der helden was geworden. Burton zon op wraak. Hij zou een paar jaar later geheel onverwachts dit kunnen uitvoeren, daar het plot in dit Victoriaans drama een wel heel vreemde wending krijgt die zowel Speke als Burton hun leven zou verwoesten.

JAMES   AUGUSTUS   GRANT
 
Speke wist dat zijn ontdekking van het Victoria Meer onvoldoende was om als oorsprong van de Nijl te dienen. Hij had geen zichtbare rivier het meer zien verlaten. Hij contacteerde een oude makker waarmee hij in India een paar jaar geleden in het leger tezamen had gediend. James Augustus Grant was van hetzelfde hout gesneden als hemzelf, namelijk een militair in hart en nieren. Pseudo militairen zoals Burton zonder eergevoel en tucht kon hij missen als kiespijn. In augustus 1860 waren beide mannen terug in Zanzibar van waaruit zij een nieuwe expeditie op touw zetten. Om alle twijfel weg te nemen zouden ze de volledige lengte (6.671 km) van de rivier afvaren, vanaf de bron tot de Middellandse Zee. De ontberingen en tegenslagen waren nog erger dan gedurende de eerste expeditie. Uiteindelijk bereikten ze Kazé van waaruit Speke een jaar geleden naar het Victoria Meer had gereisd. Op 25 november 1860 bereikten ze een lokaal koninkrijkje (Karagwe),  gelegen op de westelijke oever van het Victoria Meer,  waar ze zeer goed ontvangen werden door koning Ruwanika en zijn hofhouding. Ze reisden verder naar het naburige koninkrijk Boeganda waar de despotische en wrede koning Mutesi de plak zwaaide. Boeganda bevond zich waar heden de tegenwoordige hoofdstad van Oeganda ligt (Kampala). Ze werden gedurende maanden min of meer de gijzelaars van Mutesi die nog nooit een blanke in zijn leven had gezien. De geweren en moderne uitvindingen zoals een kompas en een toverlantaarn (diaprojector met kaarslicht) waren voor Mutesi onuitputtelijke bronnen van vermaak. Speke onderhandelde maandenlang met Koning Mutesi. Uiteindelijk konden ze in allerijl op 7 juli 1862 het  paleis  verlaten  met  een gewapende escorte. Intussen was Grant hersteld van zijn zwerende wonden en malaria aanvallen. Op 28 juli 1862 bereikten ze beiden een immense waterval die Speke vernoemde naar de voorzitter (Lord Ripon) van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap. Hij redeneerde dat het nu een koud kunstje zou worden om gewoon de rivier af te dalen en zich te laten meedrijven met de stroom. Maar niets was minder waar. 

 Opnieuw werden ze geteisterd door ziekten, plunderingen en tegenslagen en waren ze bijna aan het einde van hun Latijn. In het plaatsje Gondokoro werden ze geheel onverwacht verwelkomd door de olifantenjager Samuel Baker en zijn vrouw Florence. Hij was eveneens een ontdekkingsreiziger en had gehoord via brieven uit Engeland over hun plannen om de bronnen van de Nijl te lokaliseren. Hij had gevoel voor humor en vroeg aan hen of er nog een lauwertakje van beroemdheid voor hem en zijn vrouw was overgebleven. Dankzij de informatie die zij van Speke en Grant vernamen, ontdekten ze kort nadien het Albert Meer. In een genereus gebaar gaf Samuel Baker aan hen proviand en de nodige boten. Speke en Grant begonnen met volle moed aan de afdaling van de rivier. Eenmaal in de "Sudd" aangekomen baanden Grant en Speke zich een weg door de massa's drijvende vegetatie. Na maanden reizen zonder dat ernstige incidenten zich voordeden, bereikten ze op 25 april 1863 Khartoum, van waaruit ze naar Engeland telegrafeerden  met het heugelijke nieuws dat hun opdracht was volbracht. Gedurende de volledige tweede expeditie was James Augustus Grant niet alleen een trouwe legermakker, vriend en toeverlaat van Speke geworden, maar was hij ook een begenadigd artiest die van alles van wat ze hadden gezien en meegemaakt, aquarellen en houtskooltekeningen had vervaardigd. Hij had ook een zeer gedetailleerd dagboek opgesteld en bijgehouden. Dit werd later verwerkt in zijn privé uitgave "A walk Across Africa"  dat in 1864 met veel succes werd gepubliceerd. Zo deelde hij mee in de roem en de onsterfelijkheid in de geschiedenis werd hij in dit heldhaftige epos niet tot een tweederang personage gedegradeerd.
 
DE AFREKENING
 
Op 22 juni 1863 werden Grant en Speke in triomf ontvangen door Sir Roderick Murchison die intussen Lord Ripon  als voorzitter had opgevolgd van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap. Maar intussen had zijn vroegere reisgenoot Richard Francis Burton ook niet stilgezeten en had hij hun avonturen van heel nabij gevolgd. Hij verscheen onverwacht op de bijeenkomst en als ervaren en erudiet spreker kon hij de andere leden van het genootschap ervan overtuigen dat Speke en Grant geen enkel fysisch of wetenschappelijk bewijs konden voorleggen om hun beweringen en bevindingen te kunnen staven. Al gauw ontstond er in Engeland een rel dat breed in de kranten werd uitgesmeerd. Uiteindelijk werd door een onafhankelijk wetenschappelijk comité een bijeenkomst in Bath (Engeland)  georganiseerd waar de twee partijen het verbaal zouden uitvechten. Richard Francis Burton nam zijn plaats op het podium in, vooraf wetende dat door zijn ervaren spreekstijl hij reeds het pleit had gewonnen en Speke's beweringen met gemak kon ontzenuwen.

 Toen Speke niet op het afgesproken uur verscheen, wandelde een vriend van hem naar het podium en fluisterde iets in Burtons oor. "Oh...mijn God, de man heeft zichzelf van het leven beroofd !",  riep Burton in ontzetting. Hij stamelde enkele onverstaanbare woorden en wilde zich terugtrekken. Hij kreeg opdracht van de voorzitter om zijn betoog verder te zetten. Na een paar minuten werd de emotie Burton teveel en wenend verliet hij het podium. Wat bleek ? Die ochtend had Speke de tijd genomen voor een jachtpartijtje op zijn landgoed. De officiële instanties stelden vast dat het hier om een jachtongeluk met dodelijke afloop betrof en dat zelfmoord of kwaad opzet volledig uitgesloten was. Maar Burton twijfelde sterk aan deze theorie en vroeg zich de rest van zijn leven af of John Hanning Speke zelfmoord had gepleegd uit angst voor de confrontatie met hemzelf tijdens de bijeenkomst in Bath. Het was echter de geldzuchtige broer van John Hanning Speke die een wig tussen hun oorspronkelijke vriendschap had gedreven door jaren geleden aan elk van hen leugens wijs te maken en tweedracht te zaaien. Het plot in dit verhaal kon rechtstreeks afkomstig zijn uit een verhaal van William Shakespeare. Dit is echter een waar gebeurd Victoriaans drama waarover vele werken werden gepubliceerd (o.a. Richard Francis Burton zelf).
 
SIR  RICHARD  FRANCIS  BURTON (vervolg)
 
Terwijl Grant en Speke hun tweede expeditie uitvoerden, vertrok Burton in 1860 naar Amerika waar hij in de staat Utah in contact kwam met de spirituele leider van de Mormonen, Brigham Young. Hij schreef hierover een lijvig boek en keerde in januari 1861 naar Engeland terug waar hij in het allergrootste geheim huwde met zijn grote jeugdliefde  Isabel Arundell. Het huwelijk werd niet goedgekeurd door zijn katholieke schoonouders die hem als een ketter en de duivel in eigen persoon beschouwden. Hij kreeg kort daarop een betrekking als consul aangeboden op het eiland Fernando Po dat gelegen was voor de kust van West Afrika. Van hieruit ondernam hij verschillende expedities waar hij in contact kwam met verscheidene Afrikaanse stammen. Hij schreef hierover vele boeken die handelden over kannibalisme en expliciet seksuele bizarre praktijken die de Afrikaanse stammen bezigden. Het Victoriaanse Engeland was diep geschokt door deze walgelijke lectuur. Ondanks dit feit verkochten zijn boeken als zoete broodjes daar iedereen wel eens wilde weten hoe smerig zijn boeken nu eigenlijk waren. In 1864, na de pijnlijke zaak van zijn vroegere reisgezel John Hanning Speke, werd hij benoemd als consul in Santos, Brazilië. Hij had het daar echter niet naar zijn zin en greep hij uit verveling regelmatig naar de fles. Op aandringen van Isabel verhuisde hij naar Damascus (Syrië) om  daar opnieuw  als consul aangesteld te worden.

Daar  maakte na  verloop van tijd Isabel Arundell het echter te bont door de lokale inwoners te pas en te onpas te willen bekeren tot het katholicisme. Ook daar verloor hij spoedig zijn betrekking als consul. Uiteindelijk werd hij in 1872 permanent consul in Triëste dat toen nog gelegen was in het Hongaars Oostenrijks Imperium. Hij ondernam nog verschillende andere reizen onder andere naar IJsland, Egypte en India. Intussen had hij een hele resem boeken geschreven die handelden over erotica en seksualiteit. Zijn vertaling van de Kama Sutra en "The Perfumed Garden"  werden allebei een bestseller. Ondanks zijn liederlijk en gevaarlijk leven bezat hij een ijzeren gestel en overleefde hij op middelbare leeftijd een hepatitis aanval en de lichamelijke nasleep van een zware longontsteking.

Ondanks zijn reputatie van notoir erotica auteur, de Herman Brusselmans van zijn tijd, werd hij door Queen Victoria in de adelstand verheven en mocht hij zichzelf vanaf 1886, Sir noemen. Gedurende zijn laatste levensjaren nam hij wat gas terug en beperkte hij zijn reizen tot Europa. Uiteindelijk blies deze rots in de branding, zoals Isabel hem steeds noemde, zijn laatste adem uit, in Triëste, op 20 oktober 1890. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in Mortlake (Engeland) in een bronzen grafmonument dat de vorm bezit van een tent. Kort na zijn dood verbrandde  Isabel al zijn manuscripten en dagboeken die ook maar de kleinste verwijzing naar seks en erotica konden bevatten. Door deze zuivering wilde ze zorgen dat het nageslacht in Richard Francis Burton een godvrezende man zag die door zijn omgeving als ontdekkingsreiziger verkeerd werd begrepen. In de plaats daarvan had ze zelf een autobiografie over haar man geschreven en gepubliceerd dat geen enkel woord repte over zijn perverse seksuele belangstellingen en zijn bizarre levenswandel. 

In 1896 overleed Isabel Arundell en werd ze bijgezet in het grafmonument in Mortlake. Van dit Victoriaans drama zijn er uiteraard ontelbare boeken verschenen. Daar de meeste door Burton geschreven boeken volledig van een auto biografische aard waren, krijgt men een idee over de ware toedracht van de feiten. De Engelse auteur Alan Moorehead heeft in twee aparte boeken : "The White Nile" en "The Blue Nile" bepaalde gedeeltes uit dit epos, uitvoerig beschreven. In 1989 werd er een televisiefilm gemaakt met als titel "Mountains of the Moon" met Patrick Bergin in de hoofdrol als John Hanning Speke en Iain Glen als Richard Francis Burton. Deze uitstekende Engelse speelfilm is te huur in de betere videotheek. De videofilm behandelt natuurlijk niet alle aspecten uit het leven van beide ontdekkingsreizigers maar toont enkel de episoden uit hun beider levensverhalen wanneer ze met elkaar in de clinch raken tijdens het debat in Londen. Ook wordt er gesuggereerd dat beiden een kortstondige seksuele relatie onderhielden gedurende de expeditie. Voor Richard Francis Burton, geobsedeerd door alles wat met seks te maken had, was dit totaal geen verrassing. Maar voor de stijve Britse seksloze John Hanning Speke... was dit een ware revelatie en een kluifje voor de geschiedenisschrijvers.