![]() |
EXPLORERS Jean François CHAMPOLLION (1790 - 1832) |
![]() |
![]()
In deze rubriek belicht ik 'Beroemde Reizigers' die de studie van het Oude Egypte door de eeuwen heen voor altijd hebben beïnvloed, hetzij door hun passie, hetzij door hun drang naar roem en erkentelijkheid. Klik op de foto's om een beknopte biografie te kunnen lezen. In de toekomst zullen er meer biografieën verschijnen.
![]()
Jean-François
Champollion ook soms "Le Jeune" genoemd, werd
geboren
in Figeac (Frankrijk ) op
23 december
1790. Zijn broer
Jacques-Joseph herkende meteen dat hij over speciale gaven
beschikte. Zijn linguïstieke vaardigheden waren fenomenaal. Hij gaf aan
hem privé onderwijs en liet hem alle boeken lezen over talen die hij
maar te pakken kon krijgen. De prefect van de Isére
school, Fourier herkende meteen in hem een wonderkind.
Zo kwam hij spoedig in contact met alles wat met Egypte had te maken.
Hij maakte reeds op jeugdige leeftijd een belofte aan zichzelf dat hij
de hiëroglyfen zou ontcijferen en het bewijs zou
leveren dat de Koptische taal het laatste stadium van
het hiëroglyfenschrift vormde. Maar hij zou nog een lange weg moeten
afleggen vooraleer hij de sleutel tot de ontcijfering
van de hiëroglyfen zou kunnen vinden. Door een reeks toevallige
gebeurtenissen en ook gebeurtenissen die plaatsvonden in het leven van
anderen (die hij nog niet kende) maar verweven was met zijn
lotsbestemming, zou hij uiteindelijk zijn doel bereiken en voorgoed de
poorten van de Egyptologische kennis ontsluiten..
In
1799 werd nabij de stad
Rachid (Rosette) in het Fort Julien per toeval tijdens
de bouw van dit fort een grote zwarte basalten stele
opgegraven. Legerofficier Pierre Bouchard, die toen de
graafwerkzaamheden inspecteerde, voelde meteen aan, dat deze vondst een grote
weten- schappelijke waarde bezat. Op de steen bevonden er zich
drie even lange teksten. De drie
teksten waren bovenaan in hiëroglyfen,
in het midden in het Demotische
schrift en onderaan in het Grieks geschreven.
Het was voor hem meteen duidelijk dat deze drie
teksten over één en hetzelfde onderwerp handelden. Kapitein Champoléon
(anders geschreven) en oom van de toen twaalfjarige
Jean-François, kon nog op het nippertje een gipsafdruk laten
maken voordat de Engelsen de steen opeisten als oorlogsbuit. De
classici konden meteen de Griekse tekst ontcijferen. Het was een decreet van
Ptolemeus V (196 v.Chr.).
De ovalen cartouches kwamen overeen met de namen van Cleopatra
en Ptolemaios. Op twaalfjarige
leeftijd had het wonderkind deze gipsafdrukken reeds gezien en bestudeerd.
Sedertdien siert de Steen Van Rosette de ingang van het
British Museum en moet het Cairo Museum
genoegen nemen met een kopie hiervan.
Maar laten we terugkeren naar de verdere levensloop van Jean-François
Champollion dat veel meer dan enkel en alleen op
toevalligheden berusten.
Hij
leerde achtereenvolgens Aramees, Arabisch en
Hebreeuws. In 1807
was zijn klassieke opleiding beëindigt op zeventienjarige
leeftijd en legde hij zich volledig toe op de Koptische taal
die zeven hiëroglyfen
ontleende van de oorspronkelijke hiëroglyfen. Hij verhuisde naar
Grenoble waar hij tot dokter in de letteren werd benoemd. Hij begon
intensief de Koptische taal te bestuderen omdat hij wist dat daarin de sleutel
tot de ontcijfering lag verborgen. Daar hij zeer Napoleonistisch
gezind was, werd hij verplicht om Grenoble te verlaten mede door toedoen van
Lodewijk XVIII die dit feit niet
ten volle apprecieerde. Ze keerden terug naar Figeac waar hij
en zijn broer privé onderwijs gaven aan enkele zeldzame leerlingen en dit vaak
in armoedige omstandigheden. Uiteindelijk belanden ze beiden in Parijs
waar ze steun kregen van de classicus M. Dacier die verbonden
was aan de "Academie des descriptions et des belles lettres". Hij had
intussen echter zware concurrentie te verduren van de Zweed Akërblad,
de Engelsman Young en de Fransman Sylvestre de Sacy.
Nadat alle drie zijn concurrenten de strijd hadden opgegeven, profiteerde hij
van hun gemaakte publicaties. Intussen had Giovanni Battista
Belzoni een replica van het graf van Seti I gemaakt.
Ook de obelisk afkomstig van de Philae tempel was voor
Champollion een grote hulp bij zijn studie.
Hij bestudeerde ook intensief de volledige
Salt en Drovetti collecties. Uiteindelijk slaagde hij erin om de
Steen van Rosette te ontcijferen na intensieve studie van
de Koptische taal en het vergelijken van de hiëroglyfen die
zich in de cartouches bevonden met de Griekse teksten op de
Steen van Rosette en de klankwaarden van de
Koptische letters.
Op
27 september 1822 schreef hij zijn
beroemde brief naar de classicus M. Dacier dat hij het
hiëroglyfen alfabet eindelijk had ontcijferd. Hij riep toen luidop de beroemde
historische woorden "Je tiens l'affaire ! ". Net zoals
eeuwen geleden de Griekse geleerde Archimedes (terwijl hij een
bad nam) de beroemde kreet "Eureka" slaakte. Hij had namelijk
net de wet ontdekt, die later naar hem zelf werd vernoemd. De wet luidt: "Een
lichaam ondergedompeld in een vloeistof, verliest schijnbaar zo veel gewicht als
de verplaatste vloeistof zelf". De ontdekking van Champollion
was even belangrijk als dat van zijn Griekse collega eeuwen voordien, maar dan
op een volledig ander wetenschappelijk gebied, namelijk de studie van
het oude Egypte. Hij had echter alleen maar het fonetisch alfabet
ontcijferd. De ingewikkelde grammaticaregels en de betekenis van de ideogrammen
had hij nog niet volledig onder de knie. Latere wetenschappers zouden echter
dankbaar gebruik maken van zijn notities en gepubliceerde werken.
In
1828
ging zijn droomwens in vervulling en reisde hij naar Egypte waar hij intensief
alle tempels bestudeerde en alle hiëroglyfen teksten vertaalde. Tijdens deze
periode werd er ook een Toscaanse expeditie naar Egypte
gestuurd. Beide expedities gebruikten hun gezond verstand en werkten met elkaar
samen. Zijn collega en vriend, professor Ippolito Rosselini die
de Toscaanse expeditie leidde, gaf opdracht aan
vier gespecialiseerde Italiaanse kunstenaars om
prachtige schilderijen en aquarellen te maken van alle tempels die ze bezochten.
Jean-François Champollion had echter alleen het fonetische
geschrift ontcijferd en kon de diepere betekenis van de teksten nog niet
volledig vertalen. De Engelse egyptoloog Alan Wilkinson Gardner
zou vele jaren later alle bestaande hiëroglyfen catalogiseren en samenvatten in
zijn "Gardner 's List of Hieroglyphs", want niet alle hiëroglyfen
bezaten een klankwaarde. Sommige hiëroglyfen stelden een begrip of een idee
voor. Dankzij de artistieke medewerking van zijn goede vriend en reisgezel
Ippolito Rosselini kon hij de talrijke
aanwezige hiëroglyfen en afbeeldingen in de tempels kopiëren en deze meenemen
naar Frankrijk voor verdere studie. De lithografie (zie
hierboven) die Jean-François Champollion in Arabische vermomming
voorstelt, werd gemaakt door één van deze Italiaanse kunstenaars die hem op zijn
expeditie vergezelden.
Na
zijn verblijf in Egypte keerde hij naar Frankrijk terug waar hij benoemd werd
tot curator van het Louvre Museum. Hij stierf
op 42 jarige leeftijd aan
de gevolgen van een hartinfarct. Hij overleed op
4 maart 1832. Hij werd na zijn onverwacht en voortijdig
overlijden in een zeer korte tijdsperiode als één van de pioniers van de
egyptologie beschouwd daar hij na eeuwen stilzwijgen de hiëroglyfen
terug liet spreken en de egyptologie dank zij hem, eindelijk als een exacte
wetenschap werd beschouwd. Zij graf kreeg dan ook een ereplaats op het
Pére Lachaise kerkhof in Parijs (Frankrijk) waar zij
aan zij zowel hedendaagse popsterren liggen begraven als de onvergetelijke
Engelse dichter en toneelschrijver Oscar Wilde. Als embleem
koos men uiteraard een obelisk. Karl Richard Lepsius en
John Gardner Wilkinson zouden jaren later dankbaar gebruik maken van
zijn publicaties en verder de hiëroglyfen catalogiseren en ontcijferen
in lijvige boekwerken.

Men
kan zich afvragen, indien Champollion niet voortijdig was over-
leden, wat zijn verdere contributies tot de
verdere studie van de egyptologie zouden geweest
zijn indien hij zijn vele onafgewerkte
publicaties en studies kon afmaken. In zijn geboorte
dorp Figeac (Frankrijk) is hij nog altijd een beroemdheid en
werd zijn woning (dat zich nog altijd in zijn
ongewijzigde staat bevindt) omgevormd tot een museum waar op de binnenkoer een reusachtige
replica van de Steen van Rosette
(zie foto boven) werd geplaatst. In het museum kan men
een permanente tentoonstelling bewonderen van enkele van zijn publicaties en
persoonlijke voorwerpen die hij uit Egypte had meegebracht voor verdere studiedoeleinden.
![]()









