EXPLORERS

JAMES BRUCE (1730 - 1794)

           


In deze rubriek belicht ik 'Beroemde Reizigers' die de studie van het Oude Egypte door de eeuwen heen voor altijd hebben beïnvloed, hetzij door hun passie, hetzij door hun drang naar roem en erkentelijkheid. Klik op de foto's om een beknopte biografie te kunnen lezen. In de toekomst zullen er meer biografieën verschijnen.

James Bruce werd geboren in Kinnaird (Schotland) in het jaar 1730. Na de vroegtijdige dood van zijn vrouw (negen maanden na zijn huwelijk) die overleed aan de gevolgen van de tering, werd hij een verwoed reiziger en avonturier om zijn persoonlijk verlies te kunnen verwerken. Hij reisde vaak doorheen Europa en werd een tijdlang benoemd tot consul in Algerije. Dankzij de talenknobbel die hij bezat, kon hij in een zeer korte tijd vloeiend Arabisch spreken en lezen. Enkele van zijn tijdgenoten hadden tevergeefs geprobeerd om de bronnen van de Nijl op te sporen. Hij reisde naar GONDAR, de hoofdstad van Ethiopië van waaruit hij een expeditie op touw zette om een poging te wagen om de bronnen van de Nijl op te sporen. Hij kampte met epidemieën, insectenplagen en brute pech. De reis erheen was zwaar en vermoeiend. In de maand oktober in 1770 kon hij met succes het TANA MEER aanduidden als de bron van de Blauwe Nijl. Maar iemand was hem al 150 jaar eerder voor geweest. Maar dit laatste feit wist hij echter niet.

Van hieruit vervolgde hij de loop van de rivier. Eenmaal in Khartoum (Soedan) aan gekomen, maakte hij de kapitale vergissing om de Witte Nijl die hier ter plaatse met de Blauwe Nijl samenvloeit, als een onbelangrijke zijrivier te beschouwen. Hij kon niet vermoedden dat de echte bronnen van de Nijl zich nog veel dieper in donker Afrika bevonden. In Soedan ontsnapte hij telkens ternauwernood aan uitdroging, ziekte en aanvallen van wilde stammen. Hij verbleef nadien nog geruime tijd in Egypte waar hij in de Vallei der Koningen in 1768 een uitvoerige beschrijving optekende van het graf van Ramses III dat sedertdien bekend staat als "Bruce's Tomb" of "het graf van de Harpspelers". Uiteindelijk keerde hij in 1774 naar Londen (Engeland) terug, waar hij aan het Aardrijkskundig Genootschap een lezing gaf en uitvoerig over zijn belangrijke ontdekkingen een verslag opstelde.


Hij werd echter op hoongelach en spot getrakteerd daar niemand van de wetenschappers zijn sappige en kleurrijke verhalen geloofden. Het feit dat hij een Schot was, speelde een grote rol bij de discriminerende opmerkingen die de leden van het genootschap over hem maakten. Hij bezat echter een licht ontvlambaar karakter en was extreem gevoelig voor zelfs de minste belediging. Toen kwam als een 'Deus ex Machina' aan het licht dat de Portugese Jezuïeten Pedro Paez en Jeronimo Lobo reeds 150 jaar eerder dezelfde reis hadden ondernomen en de bronnen van de Blauwe Nijl reeds hadden aanschouwd. Dit feit werd ontdekt door Samuel Johnson die van de oorspronkelijke geschriften van deze twee Portugese Jezuïeten een vertaling had gemaakt en nadien massaal in Engeland in een volkseditie had gepubliceerd. De eremedailles en de oorkondes die door Koning Georges III aan James Bruce zouden worden uitgereikt tijdens een inhuldigingceremonie werden ogenblikkelijk opgeborgen in een lade. Hij werd door de publieke opinie en de hoogwaardigheid bekleders zwaar onder vuur genomen omwille van deze frauduleuze praktijken waarvan hij in principe zelf geen weet had daar hij in zijn eigen wereldje leefde en zich niet bezig hield met geschiedkundige opzoekingen van honderden jaren geleden.


Hij trok zich terug op zijn landgoed als een verbitterd man. Na een tijd hertrouwde hij en nam hij de draad van zijn leven opnieuw op. Toen zijn tweede vrouw in 1785 overleed, wijdde hij de rest van zijn leven aan het opstellen en het publiceren van zijn avonturen in boekvorm die hij in vijf lijvige volumes neerschreef. Het Engelse publiek hield van zijn sappige schrijfstijl maar beschouwden zijn verhalen nog steeds als fantasieën en hersenspinsels. Het is ironisch dat deze avonturier en ontdekkingreiziger die steeds ternauwernood aan de dood ontsnapte, overleed aan de gevolgen van een dom ongeval. Hij viel van een trap die naar de hooizolder leidde en brak zijn nek. Hij overleed ter plaatse op 27 april 1794 op 64 jarige leeftijd. Hij had slechts vier jaar kunnen genieten van het succes van zijn lijvige boekdelen die in 1790 werden gepubliceerd. Desalniettemin werd in de loop van de geschiedenis James Bruce als de officiële ontdekker van de bronnen van de Blauwe Nijl beschouwd en niet Jeronimo Lobo en Pedro Paez, de twee Portugese Jezuïeten die 150 jaar eerder, het hem hadden voorgedaan. Uit later onderzoek bleek dat Samuel Johnson de geschriften van de twee Jezuïeten niet accuraat had geïnterpreteerd en dat hun ontdekking niet voor honderd procent bewezen kon worden.


Er kwam toen nadien, nog een pittig detail uit zijn privé leven aan het licht. James Bruce had zich op 24 jarige leeftijd verloofd met een 16 jarig meisje en kwam 11 jaar later na een reeks omzwervingen in Europa terug in Engeland aan. Intussen had het meisje die intussen een rijpe vrouw was geworden de verloving met James Bruce totaal vergeten en was ze getrouwd met een vooraanstaand edelman. Terstond daagde hij de edelman uit voor een duel op leven en dood omwille van de verloren eer van het meisje. De edelman lachte hem ter plaatse uit en deelde hem mede dat hij wel andere dingen aan zijn hoofd had..... dan deze akkefietjes en onbenulligheden.