EXPLORERS

AMELIA EDWARDS (1831 - 1892)

           


In deze rubriek belicht ik 'Beroemde Reizigers' die de studie van het Oude Egypte door de eeuwen heen voor altijd hebben beïnvloed, hetzij door hun passie, hetzij door hun drang naar roem en erkentelijkheid. Klik op de foto's om een beknopte biografie te kunnen lezen. In de toekomst zullen er meer biografieën verschijnen.

Haar volledige naam luidde Amelia Ann Blanford Edwards . Ze werd in Londen in het jaar 1831geboren. Ze kreeg een strenge, degelijke Britse opvoeding. Haar moeder was een Ierse huisvrouw. Haar vader was een voormalig legerofficier die na jarenlang hard ploeteren opklom tot een gerespecteerd bankdirecteur. Reeds op jeugdige leeftijd, (aangemoedigd door haar moeder die haar thuis onderwees) ontwikkelde ze haar literaire talenten. Op 7 jarige leeftijd publiceerde ze haar eerste gedichtenbundel en op 12 jarige leeftijd verscheen haar eerste kortverhaal. Ze werd een gevierd columniste en journaliste die onder andere succesvolle artikelen  publiceerde in de "Saturday Review" en "The Morning Post". Haar eerste debuut novelle "My brother's wife" gepubliceerd in 1855, werd het begin van haar succesvolle carrière. Met haar nieuw verworven rijkdom reisde ze intensief doorheen Amerika, waar ze pleidooien voor het vrouwenstemrecht hield. Ze werd een actieve "suffragette" en een feministe avant-la lèttre. Ze sloeg alle mannelijke avances af en verkoos steeds het gezelschap van dames (minnaressen?) tijdens haar vele reizen. Gedurende de rest van haar leven zou geen enkele man haar hart kunnen veroveren of kunnen bekoren en bleef ze bijgevolg kinderloos. Toen haar beide ouders stierven, verliet ze Engeland voorgoed. Ze was toen 30 jaar oud. Ze begon op deze leeftijd zich te specialiseren in reisverhalen. Haar eerste reisverhaal "Sights and Stories: A Holiday Tour Through Northern Belgium" gepubliceerd in 1862 werd een groot succes. Nadat ze intensief in Europa had gereisd en alle reisindrukken en avonturen in gedetailleerde reisverhalen had neergeschreven, was ze emotioneel en fysiek voorbereid om naar het mysterieuze Afrika en het Midden-Oosten af te reizen.  Egypte stond dan ook hoog aangeschreven op haar verlanglijst.


Haar opus magnum is ongetwijfeld "A Thousand miles up the Nile", gepubliceerd in 1877. In deze dikke turf vertelt Amelia op een ongeëvenaarde wijze haar spannende belevenissen tijdens een avontuurlijke reis in Egypte, die ze maakte in 1870.  Ze reist met een select reisgezelschap in een antieke "Dahabiya" die de Nijl stroomopwaarts vaart. Hierin maakt ze haar afschuw kenbaar voor de systematische vernietiging van de monumenten veroorzaakt door de legioenen grafrovers die bijna alle graven plunderden en de horden Engelse en Italiaanse toeristen die schaamteloos de muurschilderingen met graffiti besmeurden. Hier volgt een passage uit haar boek "A Thousand miles up the Nile" toen ze 4 weken in de omgeving van Abu Simbel bivakkeerde. Tezamen met haar medereizigers onderneemt ze een poging om de beschadigde Ramses II kolossen te restaureren  "De resten van de gipsafdrukken die Robert Hay een halve eeuw geleden eerder had aangebracht, ontsierden nog steeds de frêle gelaatstrekken van de Ramses II. Een geïmproviseerde oplossing werd gauw gevonden. We gaven opdracht aan onze scheepskok om reusachtige hoeveelheden sterke koffie te maken. Met het drab van de koffie gedoopt in sponzen, werkten we de gipsvlekken bij, zodat de kleur overeenstemde met de kleuren van het zandsteen waarvan de beelden oorspronkelijk waren gemaakt. Iedere morgen kreeg onze Koninklijke genodigde bij het ontbijt royale porties koffie te verwerken. Nog nooit in zijn leven had onze kok koffie moeten maken voor een genodigde die dorstige lippen had die één meter breed waren."


Uit deze bekommernis voor het kunstpatrimonium groeide haar passie voor de egyptologie en stichtte ze prompt de "Egyption Exploration Fund" die zich bekommerde voor het behoud van de monumenten. Door zelfstudie werd ze een uitstekend amateur egyptoloog die de hiëroglyfen moeiteloos kon lezen. Heden bestaat de door haar gestichte vereniging nog steeds en werd ze herdoopt in de "Egyption Exploration Society". Eén van haar medewerkers en stuwende kracht achter de "Egyption Exploration Fund" was de gereputeerde Britse egyptoloog Sir Walter William Flinders Petrie (1853-1942) (zie foto hiernaast). Na 1880 stopte ze definitief met het schrijven van novelles en reisverhalen en stortte ze zich met overgave en toewijding op de publicatie van Egyptologische artikelen en verhandelingen. Haar inspanningen werden beloond met eervolle onderscheidingen die gegeven werden door talrijke Amerikaanse colleges en universiteiten. In Amerika waren ze toen (en zijn ze heden nog steeds) gul met onderscheidingen die in feite in Europa en de rest van de wereld geen enkele betekenis of artistieke waarde hebben, tenzij men zelf in Amerika werkt en woont.


Met de jaren die volgden na de stichting van haar "Egyption Exploration Society" werd ze meer en meer genegeerd door de professionele egyptologen en naar de achtergrond geschoven. Zij beschouwden haar als een lastige tante en dulden niet dat een vrouw hen de les spelde in een typisch mannelijke wetenschap. Toen ze gedurende een lezing in 1890 haar arm brak (tijdens haar Amerikaanse tournee), was dit slechts het begin van haar langzame lichamelijke aftakeling. De plotselinge dood van haar levenslange reisgezellin die ze steeds angstvallig buiten de publieke schijnwerpers hield, brak haar hart. Na een besmetting met een virulent en kwaadaardig griepvirus stierf ze totaal uitgeput in Weston-upon-Mare, Somerset (Engeland) op 15 april 1892. Amelia Ann Blanford Edwards speelde een voorname rol in het behoud en de bescherming van de Egyptische antiquiteiten en creëerde zij de eerste leerstoel voor Egyptologie aan de universiteit van Cambridge die door haar naaste medewerker en vriend Sir Walter Flinders Petrie als eerste werd bekleed. Haar Egyptologische verhandelingen en haar opus magnum "A Thousand miles up the Nile" behoren tot verplichte literatuur voor al wie geïnteresseerd is in Egypte en de egyptologie en die tevens een snuifje avontuur en tijdgeest wil lezen.