ESNA TEMPEL

GESCHIEDENIS

Een bezoek aan de 'TEMPEL van ESNA' wordt door slechts drie touroperators uitgevoerd. Deze Grieks-Romeinse tempel mag dan de kleinste tempel in Boven-Egypte zijn, ze is zeker niet de minste, wat kleurenpracht en geschiedenis betreft.


INTRO | 3-D PLAN | GESCHIEDENIS | HYPOSTELENZAAL | SLUIZENCOMPLEX


De bouw van de tempel werd begonnen door PTOLEMEE VI PHILOMETOR (180-145 v.C.) en verder afgewerkt door PTOLEMEE VII EVERGETES II (PHYSKON) (170-116 v.C.). Reeds tijdens de 18de dynastie was er hier een heiligdom aanwezig, waarop de nieuwe tempel werd gebouwd. De Grieken noemden deze plaats LATOPOLIS naar de heilige vis LATO die op de linkeroever gevangen werd. De heilige vis (làtes) LATO is een incarnatie van de godin NEITH en maakt tevens deel uit van een triade, tezamen met CHNOEM en HEKA. Heka wordt afgebeeld als een kind met een duim in de mond en zinnebeeldt de levenskracht en de eeuwige jeugd.


  

 (foto links) De zonneschijf met daarin de scheppende god CHNOEM (foto rechts) Composietzuil met bovenaan de god HEH


NEITH heeft als attributen een pijl en een boog en bekommert zich over de jacht en de visvangst. De godin Neith speelt een voorname rol in een apart scheppingsverhaal dat hier ter plaatse in Esna door de lokale priesters werd ingevoerd. Men bleef echter trouw aan het Heliopolitaans scheppingsver- haal. Men voegde gewoon de rol van de godin Neith aan dit verhaal toe en veranderde men enkele hoofdlijnen in het originele scheppingsverhaal. De priesters van Heliopolis stonden dit toe. Een zeer bijzondere afbeelding op één der 24 composietzuilen is ongetwijfeld de haut-reliëf van Keizer Caracalla. De kunst- enaar heeft hem afgebeeld terwijl hij aan het dansen is en gelijktijdig zijn rechterbeen over zijn linkerbeen heeft gekruisd. Het is echter meer waarschijnlijker dat de kunstenaar opdracht kreeg om keizer Caracalla af te beelden in een gekke pose om aan te duiden dat hij ze niet alle vijf op één rij had. In de linkerhoek nabij de RAM hiëroglyfen zien we een afbeelding van Septimus Severus (192 - 211 v.C.), Keizerin Julia Domna, Caracalla zelf en zijn broer Geta. Nadat Caracalla zijn broer liet vermoorden, gaf hij opdracht om de afbeelding van zijn broer Geta te laten weghakken. Zelfs hier in een afgelegen provinciestadje van het verafgelegen Egypte nam hij rigide maatregelen om alle herinneringen aan Geta permanent uit te wissen.


              

                    CHNOEM                                             KEIZER CLAUDIUS


De tempel zelf is volledig gewijd aan CHNOEM met het rammenhoofd. Hij wordt steeds afgebeeld als een menselijke figuur met een rammenhoofd. Hij heeft als extra attributen twee gedraaide gazellenhoorns. Hij wordt beschouwd als de schepper van het mensdom en de hemelen. Op de bas-reliëfs ziet men hem vaak gezeten voor een pottenbakkerswiel, waar hij een kind modelleert op een draaiende schijf. Derhalve was hij ook de patroonheilige van de pottenbakkers. Hij maakt ook deel uit van een triade met minder bekende goden zoals MENHYT met het leeuwenhoofd en NEBTOE de godin van het veld. In onze moderne tijd is alleen de HYPOSTELEN ZAAL overgebleven, dat verfraaid werd tijdens het Romeinse bewind door keizer VESPANIUS (69-79 n.C.) en keizer CLAUDIUS (41-54 n.C.). De jongste cartouche in de tempel is die van keizer TRAJAN DECIUS (249-251 n.C.). Tijdens het Arabische bewind van MOHAMED ALI (°1769-1849) bevrijdde hij de tempel gedeeltelijk van het opgewaaide woestijnzand. Zijn bedoelingen waren minder nobel daar hij de tempel gebruikte als opslagplaats voor buskruit. Het mag een wonder heten dat de tempel niet ontploft is. In de tempel bevinden er zich de zogenaamde ram en krokodillenhiëroglyfen. Deze teksten zijn nog steeds niet ontcijferd en blijven voorlopig nog een cryptisch en grafisch raadsel. Er worden slechts twee soorten hiëroglyfen gebruikt die waarschijnlijk een verborgen boodschap bevatten.


          

          KROKODIL  HIEROGLYFEN                          RAM HIEROGLYFEN


Aan de zijkant van de tempel zien we een plagiaat van het zuiverste soort. Daar wordt één van de keizers als farao afgebeeld terwijl hij zijn vijanden bij de haren sleurt. Zijn tamme leeuw bijt in de handen van de vijanden. Deze scène komt men oorspronkelijk tegen in de tempel van Aboe Simbel waar Ramses II in bijna identiek dezelfde scène wordt afgebeeld. De verschillen tussen beide scènes zijn niet alleen de eeuwen die er tussen liggen toen ze gemaakt werden, maar ook de kronen die worden gedragen. Ramses II droeg een Psjent kroon terwijl de keizer (als farao) afgebeeld, een Atef kroon draagt. Deze samengestelde ATEF kroon vindt men alleen terug ten tijde van de heerschappij van de Ptolemeeën en de Romeinse keizers. Ook de stijl is meer plomp, ronder en barokker dan de oorspronkelijk meer verfijnde bouwkunst ten tijde van het Nieuwe Koninkrijk (18de, 19de en 20ste dynastie). Oorspronkelijk had Ramses II inderdaad als huisdier een tamme leeuw. Dezelfde truc en scène werd in de tempel van Kom Ombo toegepast waar de tamme leeuw een rebus en een raadsel vormen die door elke toeschouwer met een beetje opmerkingsvermogen direct kan opgelost worden.



De tempel van ESNA heeft ook veel bijgedragen tot het begrijpen van de complexe godenwereld en de talrijke festivals en feestdagen in de Oudegyptische jaarcyclus, mede door de gedetailleerde beschrijvingen in de tempelteksten. De astronomische dierenriemtekens op de zoldering hebben ook veel mysteries opgelost wat betreft hoe de oude Egyptenaren de sterrenbeelden interpreteerden. Het voortbestaan van de tempel loopt echter gevaar. De oorzaak hiervan is het grondwaterpeil dat sedert de bouw van de nieuwe stuwdam bijna verdubbeld is. Toen de Nijl nog elk jaar buiten zijn oevers trad, werd het overtollige salpeter en zout weggespoeld. Langzaam maar zeker vreet het zout en het salpeter aan de fundamenten van de tempel en verkruimelen de muren tot een geelachtig poeder. De tempel van ESNA is misschien de kleinste tempel van Boven-Egypte, maar is zeker de meest mysterieuze en interessantste tempel.