![]() |
EDFU TEMPEL PRONAOS |
![]() |
![]()
Een bezoek aan de 'TEMPEL van EDFU' wordt steeds met een calèche (koets) uitgevoerd. U hoeft slechts één belangrijk feit te onthouden en met name het nummer van uw koets. U keert namelijk met dezelfde koets terug naar uw Nijlcruiser. Indien u dit nummer VERGEET kunnen er serieuze problemen ontstaan.
INTRO | PLAN | KOETSIERS | INGANG | VOORHOF | PRONAOS | NAOS | CORRIDORS

We
bevinden ons in de PRONAOS (2) of de Eerste
Hypostélen zaal waar er zich 12 zuilen bevinden die gebouwd werden in
composietstijl met verschillende bloemenmotieven. Op de zoldering bemerken
we nog vage resten van de oude Egyptische sterrenbeelden en
dierenriemtekens. Helaas is door de Koptische bewoning het plafond
zwartgeblakerd door het veelvuldig gebruik van toortsen en vuren. Op (d)
zien we hoe PTOLEMEE IX SOTER II het
grondgebied van de nog te bouwen tempel symbolisch zuivert met wierook en
omcirkelt. HORUS en HATHOR
kijken toe. De KAMER VAN DE CONSECRATIES (e)
werd gebruikt om de gouden kruiken te bewaren waarin zich zalven en olies
bevonden. Deze werden gebruikt door de farao tijdens de jaarlijkse
kroningsplechtigheden. In deze kamer worden alle aanwezige rituelen
uitgebeeld op de bas-reliëfs. In de BIBLIOTHEEK
(f) werden de papyrussen bewaard met de spreuken en hymne die de priesters
citeerden voor elk uur (twaalf) van de dag. In deze kamer worden ook vier
van de vijf menselijke zintuigen (zien, horen, proeven en voelen) uitgebeeld
door menselijke figuren (beschadigd). Naast de deur die naar de
HYPOSTELENZAAL leidt zien we nogmaals
PTOLEMEE IX SOTER II die inwijdingsceremonieën leidt in
aanwezigheid van HORUS. Boven de deur zien we
de jonge zonnegod KHEPER, vergezeld van twee
valkenfiguren die de zonneschijf aan de horizon bijstaan.

De farao toont aan Horus de stenen om de tempel te kunnen bouwen
We zijn nu aangeland in de tweede HYPOSTELEN ZAAL (3) waar farao PTOLEMEE IV PHILOPATOR (211-205 v.C.) de inwijdingsrituelen van de tempel leidt. In de vorm van een stripverhaal vraagt hij de toelating aan de god Horus van Behedet om de tempel te bouwen waarna hij de eerste steen legt. Op het laatste tafereel bindt hij een touw omheen de tempel als symbool voor de voltooiing ervan. De HYPOSTELEN ZAAL telt 12 zuilen die verdeelt zijn over vier rijen. In de ANTICHAMBRE (4) zien we op (g) hoe de farao in aanwezigheid van de priesters de standaarden draagt die de NOMES (provincies) van Egypte voorstellen. De priesters brandden wierook en bespelen SISTRUMS (muziekinstrumenten). Als men aandachtig kijkt, worden de priesters in 2 dimensies afgebeeld tijdens het dragen van de heilige zonneboot. Men kan dit zien door hun gewaden te tellen (30 priesters + de farao gekleed als opperpriester =31). De opperpriester (farao) draagt steeds een luipaardvel met een luipaardhoofd onder zijn oksel wat hem onderscheidt van de andere priesters.



