DYNASTIEËN LIJST
Pre-Dynastieke Periode

Klik op de Dynastie Nummers

PRE-DYNASTIEKE PERIODE Dyn : Inleiding  2 M tot 3150 v.C.
VROEG DYNASTIEKE PERIODE Dyn : 0 - 1 - 2  3150 tot 2686 v.C
OUDE RIJK Dyn : 3 - 4 - 5 - 6  2686 tot 2181 v.C.
EERSTE TUSSENPERIODE Dyn : 7 - 8 - 9 - 10  2181 tot 2040 v.C.
MIDDEN RIJK Dyn : 11 - 12  2040 tot 1782 v.C.
TWEEDE TUSSENPERIODE Dyn : 13 - 14 - 15 - 16 - 17  1782 tot 1570 v.C.
NIEUWE RIJK Dyn : 18 - 19 - 20  1570 tot 1069 v.C.
DERDE TUSSENPERIODE Dyn : 21- 22- 23- 24- 25- 26  1069 tot 525 v.C.
LATE TIJD Dyn : 27 - 28 - 29 - 30  525 tot 343 v.C.
TWEEDE PERZISCHE PERIODE Dyn : 31  343 tot 332 v.C.
MACEDONISCHE PERIODE Dyn : 32  332 tot 304 v.C.
PTOLEMEEËN Dyn : 33  304 tot 30 v.C.
ROMEINSE OVERHEERSING Dyn : Romeinse Keizers  30 v.C. - 395 n.C.

Op deze webpagina's geef ik slechts een beknopte (minimale) beschrijving van de Pre Historie van Egypte. Ik ben in deze takken van de wetenschap een absolute leek daar mijn hobby en interesse enkel de egyptologie omhelst. Over Paleontologie en Archeologie weet ik heel weinig. Ik vermeld hier enkel de hoogtepunten van de geschiedenis zodat de lezers van deze website een idee krijgen wat er vóór de 33 dynastieën precies is gebeurd. Ook in deze beide wetenschappen zijn er verschillende stromingen en doctrines die elk hun eigen voor- en tegenstanders hebben. De ene stroming beschrijft bijvoorbeeld de Chalcolithicum periode van 4.000 v.C. tot ver in het Oude Rijk als het "Koperen Tijdperk". Een andere stroming noemt deze periode een onderdeel van het Neolithicum en een voortzetting van de Epipaleolithische periode. Wie zal het zeggen? Over de prehistorische perioden in Egypte beschikt men in principe over heel weinig gedocumenteerde bronnen en bewijzen.  

Pre-Dynastieke Periode

Vroeg Paleolithisch: c. 2 Mil. - 100,000 v.C. Reeds in de Achuleaanse Periode (circa 250,000 tot 90,000 v.C.) heeft men in Wadi Halfa sporen van menselijke aanwezigheid gevonden in kampen bewoond door semi-nomaden waar hun vuurstenen werktuigen werden gevonden.

Midden Paleolithisch: 100,000 - 30,000 v.C. Vanaf deze periode migreerden de Homo Neanderthalensis naar de vruchtbare gebieden gelegen langs de Nijl door de oprukkende desertificatie van de Sahel- en de Sahara streek. Door de uitvinding van werktuigen in de vorm van een scherpe steen vastgebonden aan een houten stok (de eerste speer) verdrievoudigde de vis en wildvangst. De stammen migreerden tot voorbij de Kharga oase.

Laat Paleolithisch: 30,000 - 10,000 v.C. In de streek rond het huidige Kom Ombo worden werktuigen van Dioriet (zeer harde steensoort) gevonden. De eerste sporen van begrafenis rituelen worden gevonden, alsook primitieve beeldjes van een rudimentaire moedergodin vanaf de jaren 10.500 v.C.

Mesolithicum (10,000 - 6,000 v.C) Aan het begin van het Mesolithicum gebeuren er op grote schaal drastische klimaatwijzigingen waardoor het desertificatieproces in Noord-Afrika een feit wordt. De voedselverzamelaars en jagers worden verplicht om zich permanent op de vruchtbare stroken langs de Nijl te vestigen. In de Dachla oase vindt men primitieve rotstekeningen die de jacht voorstellen.

Neolithicum (6,000 - 4,000 v.C) Vanaf 6.000 v.C. beginnen de oasebewoners met primitieve landbouw. Ze kennen het gebruik van maalstenen om van wilde gerst bloem te maken waarmee ze broden kunnen bakken. Er ontstaat een (relatieve) explosieve bevolkingsaangroei.

Chalcolithicum (4,000 - tot het Oude Rijk) Men ontdekt de kunst van het kopersmelten die ze voornamelijk toepassen om sieraden mee te maken daar het kopererts zeer zeldzaam is. In  de nederzettingen bij Maadi (Cairo) worden kopersmelterijen en graanopslagplaatsen gevonden.

De Vroege Egyptische Culturen In de egyptologie worden deze culturen steeds genoemd naar hun vindplaatsen in Egypte. Over deze perioden is het men onderling volledig eens, daar er concrete bewijzen voor hun bestaan zijn gevonden. Een korte opsomming van de culturen en hun kenmerken  vindt u hieronder:

Badaari en Merimda cultuur  Respectievelijk in het Zuiden en het Noorden - circa 4.200 v.C. Beiden zijn contemporain en kenmerken zich door hutten die gebouwd werden met palen of matten. Ze begroeven hun doden buiten het dorp en plaatsten hun overledenen in een typische hurkhouding. Of deze hurkhouding een imitatie was van de embryonale houding of eerder een handeling was om plaats en tijd te sparen (harde rotsgrond) is men het onderling nog oneens.

De Omari cultuur  (Cairo en Helwan) Nomaden voegen grafgiften toe bij hun doden.

De Amratien cultuur (Al-Amra nabij Abydos) wordt soms in de oudere literatuur de Naqada I (vanaf 3.600 v.C. ) genoemd. Hun rode aardewerk bezat weinig versieringen en enkel zwarte randen. Hun voorwerpen (kammen en haarpennen) stelden dieren en/of mensen voor.

De Gerzeen cultuur (Al-Girza in Midden-Egypte) die in de oudere literatuur ook wel Naqada II (vanaf 3.400 v.C.) wordt genoemd, versierden hun aardewerk met allerhande fantasierijke motieven. Er werden talrijke wrijfpaletten gevonden die ze gebruikten voor lichaam en gezichtsversiering. Er ontstonden drie zeer belangrijke centra: Hiërakonpolis (Nekhen en Necheb), This (nabij Abydos) en Naqada waar de eerste kleine proto-staatjes begonnen te ontstaan. In Zuid-Egypte ontstonden de eerste voorlopers van de latere religieuze centrums in de tweelingsteden (Nekhen en Necheb), het latere Hiërakonpolis.