20ste  DYNASTIE
RAMSES  III

De 20ste Dynastie wordt gekenmerkt door grootse verwezenlijkingen van farao Ramses III op het gebied van militaire campagnes en de bouw van talrijke tempels en schrijnen. Hij was niet rechtstreeks gerelateerd aan de familiestamboom van Ramses II. Zijn opvolgers lieten zich allen Ramses noemen. Het hoogtepunt van het Nieuwe Rijk was gepasseerd.




         
  NIEUWE RIJK

20ste Dynastie

1.185 - 1.070 v.C.
   
  SETNAKHT (1.185-1.182)
  RAMSES III  (1.182-1.151)
  RAMSES IV  (1.151-1.145)
  RAMSES V (1.145-1.141)
  RAMSES VI (1.141-1.133)
  RAMSES VII (1.133-1.126)
  RAMSES VIII (1.133-1.126)
  RAMSES IX (1.226-1.108)
RAMSES X (1.108-1.098)
  RAMSES XI (1.098-1.070)
       
      
De periode van de 20ste dynastie waar de farao's zich Ramses lieten noemen, wordt samen met de regeerperioden van de 18de en de 19de dynastie het Nieuwe Rijk genoemd. De bouw kunst, religie en cultuur begonnen langzaam een neerwaartse spiraal te vertonen na het overlijden van de laatste farao Ramses XI. Chaos en onstabiliteit verdeelden Egypte na de 20ste Dynastie in aparte kleine Koninkrijken en begon meteen de Derde Tussenperiode. Ik heb doelbewust de 20ste Dynastie  een aparte webpagina gegeven. Klik op de namen.
 
  


RAMSES III 





Ramses Heka Iunu = 'Geboren uit de zonnegod Ra, heerser van Heliopolis'
User-Maat-Ra Meryamon
=
'Sterk is de waarheid van de zonnegod Ra - Bemind door Amon'

(1.182-1.151)

Ramses III
is de tweede farao van de 20ste dynastie. Hij was de zoon van farao Sethnakht en zijn gemalin Koningin Tiy Merenese. Hij was de allerlaatste 'grote farao' vergelijkbaar met farao Ramses II wat bouwwerken en veldslagen betreft. In zijn 8ste regeringsjaar trekt hij ten strijde tegen de Zeevolkeren die Egypte teisterden. Zij opus magnum was ongetwijfeld de bouw en de afwerking van zijn tempel en paleis in Medinet Habu. die de tand des tijd heel goed heeft doorstaan. In zijn 28ste regeringsjaar viel hij ten prooi aan een haremsamenzwering in zijn eigen paleis. In de Harris Papyrus wordt uitvoerig beschreven hoe de daders, priesters, ambtenaren en haremdames allen zonder uitzondering terecht staan wegens hoogverraad. Ook breekt voor de eerste keer in de geschiedenis een georganiseerde staking uit door de arbeiders van Deir-El-Medina. Recentelijk uitgevoerd onderzoek heeft uitgewezen dat de uitbarstingen van de Hekla vulkaan op IJsland dat jaar voor mislukte oogsten zorgde daar het zonlicht geblokkeerd werd door as en stof dat zich hoog in de stratosfeer bevond. De arbeiders eisten van Ramses III een waarborg voor de levering van graan, melk en honing dat in feite hun arbeidersloon vormde. De Derde Tussenperiode is dus indirect het gevolg van deze natuurramp die jarenlang voor slechte oogsten in Egypte zorgden. De hongersnoden die volgden, destabiliseerden het land. Zij vele veldslagen (17 in totaal)  staan vermeld in de lijst van annalen in de tempels van Karnak. In een aparte tempel die de Botanische tuin wordt genoemd zien we planten, dieren en voornamelijk exotische vogels afgebeeld zoals struisvogels en kippen (toen onbekend in Egypte) die hij had meebracht tijdens zijn veldslagen in het buitenland. Zijn vader Sethnakht was oorspronkelijk begonnen aan de constructie van zijn eigen persoonlijk graf (KV11) in de Vallei der Koningen. Toen de arbeiders per ongeluk de corridor van het naburig graf van Amenmesse (KV10) doorboorden werden alle bouwwerken meteen gestaakt. Farao Sethnakht vond meteen een praktische oplossing. Hij eiste het graf van zijn voorgangster Koningin Tawsert op (KV14) dat hij volledig met witte kalk liet bepleisteren en waar hij alle vermeldingen van haar naam van liet uitwissen. Ramses III begon weer opnieuw aan de verdere bouw en afwerking van (KV11) en week als oplossing naar 'rechts' uit om veel dieper in de rotsen uiteindelijk zijn grafkamer te laten bouwen. Het graf werd voor de eerste keer bezocht in 1768 door de Schotse ontdekkingsreiziger James Bruce (1730- 1794). Hij was zodanig onder de indruk van een afbeelding van een blinde harpist, dat hij zag in één van de zijkamers van het graf, dat hij opdracht gaf aan zijn illustrators, om in zijn latere lijvige biografieën er fantasierijke afbeeldingen in te laten maken. Hij werd vooral bekend omwille van zijn gefaalde pogingen om de bronnen van de Nijl te lokaliseren. Sindsdien werd het graf bekend onder de naam "Bruce's Tomb" of het "Graf van de Harpist". Het graf was echter al open sinds de Romeinse bezetting en was dit voor iedereen toegankelijk. De sarcofaag werd ontvreemd door de avonturier (zie foto) en archeoloog GIOVANNI BELZONI (1778-1823) die gedurende zijn verblijf in Egypte er een sport van maakte om zoveel mogelijk monumenten te verplaatsen en te transporteren naar Europa. Hij verkocht deze monumenten voor een hoge prijs aan de meest biedende. De koning van Frankrijk kocht van hem de roze granieten sarcofaag die later belandde in het LOUVRE MUSEUM. Het (gebarsten) sarcofaagdeksel van hier naast met de beschermgodin NEPHTYS die RAMSES III omarmt, bevindt zich in het Fitzwilliam museum in Cambridge (Engeland). Het rechtergedeelte met de beschermgodin Isis die hem eveneens omarmt, verdween spoorloos. In het graf ziet men gedetailleerde afbeeldingen van de overwonnen zeevolkeren en afbeeldingen van Nubiërs en ASSYRIËRS. De Egyptenaren noemden de vreemde volkeren die over zee woonden, de 'BOOGVOLKEREN" en werden ze altijd aangeduid door middel van 9 bogen die de farao met zijn voeten verpletterde. De Peleseth waren de voorouders van de huidige Palestijnen.

          3-D bezoek aan het graf Sarcofaagdeksel

Het bouwplan van het graf maakt een vreemde bocht naar rechts. Toen de architecten en bouwlieden op het naburig graf van AMENMESSE stootten, schrokken ze zich waarschijnlijk een hoedje. Men kan de uitsteeksels van het naburige graf van AMENMESSE (KV 10) nog duidelijk zien. De oplossing voor dit probleem werd gevonden door naar rechts uit te wijken om de schacht verder te  kunnen uitgraven en te kunnen uithakken. De mummie van Ramses III werd gevonden in de geheime cache (DB320) van Deir-El Bahari door Emile Brugsch in 1881.

  

RAMSES III en KHAEMWAST II           OSIRIS wordt begroet door NEPHTYS

In de Vallei der Koninginnen werden de prinsessen en de prinsen van de 20ste Dynastie begraven. In het Arabisch noemde men deze plaats WADI-EL-MELIKAT. De andere Arabische benaming Biban-el-Harim (Poort van de Harem) wordt echter minder vaak gebruikt. In de faraonische tijden noemde men deze plaats TA SET NEFERU, wat in de oude Egyptische taal "zetel der schoonheid" betekent. De grafbouwers ontdekten algauw dat de structuur van de rotsformaties van een zeer korrelige aard waren en gebruikten daarom hier ter plaatse andere technieken dan er in de Vallei der Koningen werden gebruikt, door ondermeer kalkpasta (MUNA) op de muren te smeren. De Vallei is uitsluitend bestemd voor de begrafenissen van de koninginnen en de prinsessen. Toen de kinderen van Ramses III aan de gevolgen van een pokken epidemie stierven, maakte hij een uitzondering op deze regel en begroef hij de prinsen naast de graven van hun moeders.  Prins Khaemwast draagt de traditionele haarlok opzij en bezit een kaalgeschoren kruin. De achtergrondkleur van de muurschilderingen is witgeel en contrasteert perfect met het kobaltblauw en het saffiergroen dat verwerkt is in de gelaatstrekken van de verschillende goden. Hij was één van de 4 zonen van RAMSES III (1194-1163 v.C.) waarschijnlijk verwekt bij koningin Isis. Hij stierf op zeer jonge leeftijd (15 jaar ?) aan een infectieziekte. Waarschijnlijk betrof het hier een epidemie van waterpokken die hem en zijn broers fataal werden. De scènes zijn van een ontroerende aard en beschrijven het verdriet van RAMSES III terwijl hij zijn overleden zoon aan de goden voorstelt. Als ik ter plaatse tegen mijn medereizigers vertel, dat het graf nooit gerestaureerd werd, bekijken ze me ietwat ongelovig aan. De kleuren lijken net of ze enkele uren geleden zijn aangebracht en variëren van dieprood tot okergeel. Er kan enige verwarring ontstaan met de andere prins KHAEMWAST I, zoon van RAMSES II (1279 - 1212 v.C. 19de Dynastie). Daar KHAEMWAST I de functie van Sem hogepriester van Memphis bekleedde en zijn leven volledig aan Ptah (Heilig dier = de stier) had gewijd, werd hij volgens zijn persoonlijke wens begraven in het Serapeum (Beneden Egypte) en niet in de Vallei der Koninginnen (Boven Egypte). Bijna 100 jaar later had RAMSES III (1182 - 1151 v.C. 20ste Dynastie) bij koningin ISIS vier zonen verwekt die hij KHAEMWAST II, AMON HER KHOPESHEF II, SETH HER KHOPESHEF en PRA HER UMENEF noemde. Hij gaf hen deze namen uit bewondering voor zijn voorganger RAMSES II (geen rechtstreeks familieverband). Zij stierven allen heel jong aan een virulente waterpokken epidemie die toen in Egypte een lange tijd woedde en onder de bevolking veel slachtoffers maakte.