![]() |
19DE DYNASTIE |
![]() |
|
|
![]()
De 19de Dynastie wordt gedomineerd door de aanwezigheid van de 'Ramessiden' met als grootste farao aller tijden, Ramses II, die een record aantal tempels en schrijnen op zijn naam heeft staan alsook de verwezenlijking van een reeks succesvolle militaire campagnes in Egypte.
![]() |
|||
|
NIEUWE RIJK 19de Dynastie 1.293 - 1.185 v.C. |
|||
|
|
(1.293-1.291) | ||
| SETI I | (1.291-1.278) | ||
| RAMSES II | (1.279-1.212) | ||
| MERENPTAH | (1.212-1.202) | ||
| AMENMESSE | (1.202-1.199) | ||
| SETI II | (1.199-1.193) | ||
| SIPTAH | (1.193-1.187) | ||
| TAWSERT | (1.187-1.185) | ||
|
Ramses = 'Uit Ra geboren' Menpehtyre= 'Gemaakt door de sterkte en de kracht van de zonnegod Ra' (1.293-1.291) |
De terugkeer van Ramses I
Sedert 9 maart 2004 is een vermiste
farao teruggekeerd naar het Luxor museum. Dit is waarlijk een verhaal dat gedurende
een tijdspanne van meer dan 130 jaar zich heeft afgespeeld en dit met de nodige suspense. Iedere
Egyptische gids heeft gedurende decennia aan de toeristen verkondigt dat
de mummie van Ramses I nooit werd teruggevonden.
Anno 2005
is de Koninklijke mummie van Ramses I
terug in Luxor en met name in het Luxor Museum. Het verhaal begint ten tijde van
de 22ste dynastie. De priesters waren ten zeerste bekommerd om het welzijn van
de Koninklijke mummies die bedreigd werden door grafplunderaars. In een schacht
in één van de zijvalleien van de Deir-El-Bahari vallei werden bijna alle
heersers van de 18de en de 19de dynastie in een cache door hen verborgen.
Abd-er-Rassul
Ahmed was behalve een eenvoudig geitenhoeder, ook af en toe actief
als strandjutter of in dit geval een woestijnjutter. Zijn buit was altijd mager
en bestond voornamelijk uit amuletten die hij her en der in de rotsspleten kon
vinden. Op een dag was hij zijn geiten aan het hoeden in de buurt van de
Deir-El
Bahari vallei en welbepaald in één van de zijwadi's. Eén van zijn geitjes was
naar boven geklommen en was in een rotsspleet gevallen. Het dier mekkerde en
maakte enorm veel kabaal. Al vloekend en sakkerend klom Abd-er-Rassul Ahmed
geheel tegen zijn zin naar boven. Uit nieuwsgierigheid, klom hij dieper in de
rotsspleet en ontdekte dat dit door mensenhanden was uitgegraven en dat hij een
graf uit de oudheid had ontdekt. Hij ontstak een toorts. Groot was zijn
verbazing toen hij in de laatste kamer de inhoud ervan kon aanschouwen. Het
verloren gelopen geitje was plotseling van geen belang meer. Toen dacht Ahmed
diep na. De zwarte markt voor antieke voorwerpen was in Egypte door de eeuwen
heen, altijd heel bedrijvig geweest. In de periode vanaf
1875 begon er zich
echter een geheel nieuw patroon te ontwikkelen waarbij exclusieve papyri en
Ushabti beeldjes van uitzonderlijke kwaliteit her en der in de wereld plotseling
uit het niets opdoken en in handen vielen van privé verzamelaars en de "Filthy
Rich". Er was iets aan de hand in Egypte, op het gebied van antieke voorwerpen
die afkomstig waren uit Koninklijke graven. Op deze
website kan u het verhaal verder lezen in de rubriek Deir-El-Bahari, de
DB 320
Cache. Uiteindelijk heeft men via geschreven bronnen ontdekt dat
Abd-er-Rassul Ahmed
de mummie van Ramses I
verkocht
had aan een Canadese avonturier genaamd James Douglas in
1860 voor
7 Egyptische
Pond (toen het jaarloon van een Egyptisch ambtenaar).

Hij nam de mummie mee naar Canada en verkocht deze door aan een onbekende dokter die het op zijn beurt doorverkocht aan het Niagara Falls Museum dat gelegen is nabij de Niagara watervallen juist op de grens van Canada en de Verenigde Staten. Daar lagen nog meerdere Egyptische mummies tentoon gesteld, al dan niet afkomstig van Abd-er-Rassul Ahmed. Meer dan 130 jaar passeerden en niemand was daadwerkelijk geïnteresseerd in dit kleine museum. In 1994 bezocht de egyptoloog en geschiedkundige Arne Eggebrecht dit museum in verband met vermoedens dat één van de mummies Koningin Nefertari zou kunnen zijn. Het eerste trok hij meteen in twijfel. Groot was zijn verbazing toen hij op één van de mannelijke mummies Koninklijke regalia ontdekte. Om zijn reputatie niet meteen naar de vaantjes te helpen, zweeg hij over dit feit dan ook heel wijselijk. In 1999 sloot het Niagara Falls museum voorgoed zijn deuren en werd de volledige collectie door het Michael C. Carlos Museum in Atlanta opgekocht. Museumdirecteur Peter Lacovara was in zijn nopjes met deze nieuwe aanwinsten. Door omstandigheden werd Arne Eggebrecht opnieuw gecontacteerd om de mummies te onderzoeken door middel van röntgenstraling. Uiteindelijk kwam men tot de conclusie dat het wel degelijk om de mummie van Ramses I betrof. Dit nieuws kwam spoedig ter ore van de aasgier der aasgieren, de zichzelf verklaarde paus van de egyptologie, Doctor Zahi Hawass. Met de nodige sponsoring, media reclame en vooral dat hij zelf veel op de Amerikaanse televisie in beeld zou kunnen komen, werd de mummie in 2004 naar het Cairo museum overgebracht. Op 9 maart 2005 werd de mummie definitief ondergebracht in het Luxor Museum. Om absoluut zeker te kunnen zijn van het feit dat het wel degelijk de mummie van Ramses I betrof, zou een DNA vergelijkende test met zijn zoon Seti I honderd procent uitsluitsel kunnen geven. Professor Arne Eggebrecht overleed op 8 februari 2004 op 68 jarige leeftijd en heeft hij de terugkeer van Ramses I naar Luxor niet meer kunnen meemaken.
![]()




