18DE  DYNASTIE
AMENHOTEP III

De 18de Dynastie is misschien wel de bekendste van alle dynastieën van het oude Egypte. Naast een aantal van Egypte's machtigste farao's, kende deze dynastie ook zwakkere figuren, zoals Tut-Ankh-Amon, wiens graf, ontdekt door Howard Carter in 1922, een van de grootste archeologische vondsten aller tijden was, daar deze gespaard was gebleven van rovers. De dynastie staat ook wel bekend onder de naam van Thutmosidische dynastie, omdat elk van de vier  farao's die onder de naam 'Thutmosis'  regeerden, als goede heersers worden beschouwd.

  AHMOSE (1.570-1.546)
NIEUWE RIJK

18de Dynastie

1570 - 1293 v.C.

  AMENHOTEP I  (1.551-1.524)
  THUTMOSIS I  (1.524-1.518)
  THUTMOSIS II (1.518-1.504)
  HATCHEPSUT (1.498-1.483)
  THUTMOSIS III (1.504-1.450)
  AMENHOTEP II (1.453-1.419)
  THUTMOSIS IV (1.419-1.386)
  AMENHOTEP III  (1.386-1.349)
  AMENHOTEP IV (1.350-1.334)
  SMENKHKARE (1.336-1.334)
  TUTANKHAMON (1.334-1.325)
  AY (1.325-1.321)
  HOREMHEB (1.321-1.293)
      
Hatsjepsut, en misschien twee andere inheemse vrouwen waarvan bekend is dat zij tot farao werden gekroond, regeerden tijdens deze periode, net zoals 'Akhenaton' (Amenhotep IV), de "ketterse farao" die samen met zijn vrouw Nefertiti, trachtte om de macht te breken van de machtige priesters van Amon-Ra door Aton als hun nieuwe rijksgod te maken. Deze periode waarin deze dynastie regeerde, wordt samen met de regeerperioden van de 19de en de 20ste dynastie het Nieuwe Rijk genoemd. De bouwkunst, religie en cultuur waren op hun hoogtepunt. Ik heb doelbewust de 18de Dynastie  een aparte webpagina gegeven. Klik op de namen.
 
  


Amenhotep = 'Amon is tevreden'
Nebmaatre=
'De heer van waarheid is Ra'

(1.386-1.349)
  
Amenhotep III Nebmaatre was de 9de koning uit de 18de dynastie van de Egyptische Oudheid. Amenhotep betekent "Amon is tevreden" en Nebmaatre betekent "De heer van waarheid is Ra". Hij was de zoon van Thutmoses IV en Mutemwiya. Hij trouwde op jonge leeftijd (nog voor zijn kroning) met een burgerdochter Teje genaamd. Zij was de dochter van vader Yuya en moeder Tuya. Beiden behoorden tot de lage landadel. Desondanks hun lage status en hun nederige afkomst waren ze in Egypte welstellend en door iedereen gerespecteerd door het feit dat ze grote landeigenaars in de Delta waren en hun andere zonen hoge posten in het leger als officieren en generaals wisten te versieren. Hieronder ziet u van l. naar r.: Yuya, Teje en Tuya.
               
Het graf van Yuya en Tuya werd ontdekt door de Amerikaan Theodore Davis in 1905 aan de ingang van de Vallei der Koningen. Het graf was volledig ongeschonden en herbergde één van de mooiste sarcofagen en dodenmaskers die ooit in Egypte werden gevonden. In zijn tijd was het Nieuwe Rijk op zijn hoogtepunt. Zijn regering werd gekenmerkt door een tijd van vrede en voorspoed. De invloed van Egypte reikte heel ver. Zijn naam werd gevonden in de vorm van amuletten en scarabeeën  in Griekenland, Kreta, Anatolië en Babylon en zelfs tot in Jemen toe. Amenhotep III had een heel tempelcomplex nabij Thebe laten bouwen, waarvan nu enkel nog de Kolossen van Memnon van overblijven. Daarbij liet hij speciaal voor Teje een kunstmatig meer aanleggen dat bijna twee kilometer lang en 370 meter breed was. Toch waren er zorgwekkende ontwikkelingen tijdens zijn regeringsperiode. In Anatolië werden de Hittieten steeds machtiger onder de fervente leiding van koning Hattusilis II. Het fragiele bondgenootschap met Assyrië en Mitanni begon barsten te vertonen. In de binnenlandse politiek werden de priesters van Amon-Ra in Thebe steeds machtiger en veeleisender. Ondanks de welvaart werd het steeds moeilijker de almaar groeiende bureaucratie tevreden te stellen. Amenhotep II probeerde daar wat tegenwicht tegen te werpen door de priesters van Heliopolis en de Apis cultus meer en meer te begunstigen. In 2006 werd er gesuggereerd dat er vóór zijn 20ste regeringsjaar er in Egypte een epidemie (men dacht aan de pest) heeft plaats gevonden. Er zijn hiervoor een aantal aanwijzingen. Zo is uit de meeste jaren van zijn bewind vrij uitgebreide documentatie bewaard gebleven, die echter plotseling na een aantal jaren volledig afbreekt. Na zijn 20ste regeringsjaar schenkt de koning opeens grote aandacht aan de godin Sekmet. Zij is de godin van onheil en verwoestingen waar voordien weinig aandacht aan werd geschonken. Er verschenen plots tempels, schrijnen en amuletten van deze godin. In de tempel van Mut in Karnak gaf Amenhotep II opdracht om 600 levensgrote zitbeelden van de godin Sekmet te laten kappen. Dit was totaal buitensporig in die tijd. Veel van deze beelden werden teruggevonden door Giovanni Battista Belzoni die er een dozijn van verscheepte naar zijn thuisbasis in Padua (Italië). Mogelijk bevinden er zich nog vele beelden onder de huizen.
   
De Cachetten in de Luxor Tempel (1989)
     
  
Het lekkende rioleringsysteem van Luxor en het verhoogde grondwaterpeil veroorzaakt door de bouw van de nieuwe stuwdam in Aswan, vraten langzaam aan de fundamenten van de tempel. De hoofdoorzaak hiervan, was het opstijgende salpetervocht. Er werden grondverbeteringwerken aangewend om dit vernietigend proces een halt toe te roepen. Toen men in januari 1989 grondstalen in de zonnehof nam, ontdekte men een ongelooflijke schat. Er werden meer dan 22 intacte reusachtige beelden gevonden, variërend van de aller-fijnste schist tot een topaaskleurige mineraalsoort. Ze stelden ondermeer Amenhotep III, generaal-farao Horemheb en Ramses II voor en twee minder bekende nome (provincie) godinnen.
  
    
   
De beelden worden in een aparte zaal van het Luxor Museum tentoongesteld. Men vermoedt dat de hogepriesters ten tijde van de Romeinse bezetting deze 22 beelden hebben begraven uit schrik dat ze gestolen konden worden. De tempel van Luxor is dank zij de grondverbeteringwerken gevrijwaard voor verder verval. Waarschijnlijk bevinden er zich in de ondergrond rond de tempel, nog meer verborgen schatten die enkel nog wachten op hun ontdekking. De rondleiding in het museum eindigt altijd met een bezoek aan de aparte 'cachetten zaal' waar men 22 intacte en wondermooie beelden kan bewonderen. Mijn voorkeur gaat uit naar een beeld van Amenhotep III volledig uitgekapt in paarse schist. De details van het gelaat en alle spieren en lichaamsvormen zijn hyperrealistisch door de anonieme kunstenaar in beeld gebracht.
 
Amenhotep III en zijn 'Gouden Jaren'
 
De regeringsperiode van Amenhotep III omspant 37 jaar en wordt gekenmerkt door vrede, welvaart en voorspoed. Hij was een meester in het maken van diplomatieke betrekkingen door buitenlandse prinsessen te huwen. Zijn eerste vrouw Mutemwiya is naar alle waarschijnlijkheid een Mitanni prinses. Hij huwde ook zijn eigen dochter Isis en in zijn 30ste regeringsjaar zijn andere dochter Sitamun. Om zijn goddelijke oorsprong te illustreren, liet hij in het laatste gedeelte van de Luxor tempel voorbij het Allerheiligste, een serie van hoogreliëfs aanbrengen waar zijn ziel (Ka) gevormd en gedraaid wordt door de scheppende god Khnum. Hij benoemde zijn zoon Merymose tot onderkoning van Kush (Zuid-Nubië). Zijn architect 'Amenhotep, zoon van Hapoe'  bouwde voor hem vele tempels en schrijnen in de tempel stad Karnak. Hij werd later net als zijn collega Imhotep (4de Dynastie) vergoddelijkt en aanbeden tot in de Late Tijd. Het mooiste en meest zeldzame beeld ooit gemaakt, bevindt zich in het Luxor Museum. In het midden van de zaal treffen we een ander hoogtepunt en tevens zijnde pronkstuk van het museum aan. Dit massief blok dat volledig gemaakt is uit albast, stelt  Amenhotep III voor, die het levensteken Ankh ontvangt van de krokodillengod Sobek. Dit dubbelbeeld werd gevonden in de oude stad Soemenenoe nabij het oude Thebe in 1970. Ramses II heeft later het beeld geüsurpeerd door op een nogal grove manier zijn cartouches er in te laten beitelen. De gelaatstrekken zijn echter onmiskenbaar deze van een zeer jeugdige Amenhotep III. De farao draagt de 'menes' hoofddoek, een gesteven Koninklijke kilt die men aanduidt als een 'shendyt'. Het feit dat de farao zijn handen op zijn kilt laat rusten en met zijn rechtervoet voorwaarts afgebeeld staat, duidt aan dat hij actief regeerde toen het beeld gemaakt werd. De krokodillengod Sobek draagt de samengestelde Atef kroon met de zonneschijf en de gedraaide ramshorens van Amon met de twee pluimen erin verwerkt. De afgevallen snuit werd tijdens de 22ste Dynastie door de priesters weer hersteld. Opmerkelijk is het feit dat de linkerarm van Sobek doorloopt achteraan het dubbelbeeld en op de schouder rust van de farao.

Het enige restant van zijn magnifiek paleis dat door de Romeinse geschiedschrijver Strabo als wonderbaarlijk werd beschreven zijn de kolossen van Memnon. Zij zijn beiden gericht naar de opkomende zon in het oosten. De twee zitbeelden stellen farao AMENHOTEP III voor, gezeten op een troon met zijn handen op zijn schoot. De beelden maakten deel uit van de nu totaal verdwenen tempel van AMENHOTEP III. Volgens Romeinse bronnen was de tempel het toppunt van luxe, praal en pracht. Gedurende eeuwen hebben farao’s de stenen blokken gebruikt om hun eigen tempels mee te bouwen. Uiteindelijk belandden de laatste kalkstenen blokken in de kalkoven gedurende de Arabische heerschappij. De roze scarabee nabij het Heilig Meer in Karnak is het laatste overblijfsel van deze reusachtige dodentempel waar nu nog enkel schamele restanten van te zien zijn in de naburige velden. De beelden wegen meer dan 750 ton en zijn 20 meter hoog. Ze zijn gemaakt van broze zandsteen wat hun kwetsbaarheid verklaart. Men kan ontelbare graffiti bemerken afkomstig van Romeinse toeristen (zelfs een handtekening van keizer Hadrianus) en Franse soldaten uit het expeditieleger van Napoleon. Naast het linkerbeen van het linkse beeld zien we zijn echtgenote Teje Naast het linkerbeen van het rechtse beeld zien we zijn moeder MUTEMUYA.
   
Het Graf van Amenhotep III
  
Oorspronkelijk had Thutmosis IV in de westelijke helft van de Vallei der Koningen een graf (KV22) voor zichzelf laten bouwen. Om onbekende redenen staakte hij de bouwwerken en koos hij voor een definitieve locatie in de oostelijke helft van de Vallei der Koningen die we kennen onder de benaming KV43. Zijn zoon (Amenhotep III) hervatte de decoratiewerken in het afgekeurde graf van zijn vader (KV22) en zou hij uiteindelijk op deze locatie begraven worden. Amenhotep III verkoos deze unieke plaats omdat hij de oostelijke helft van de Vallei der Koningen als te overvol beschouwde door de aanwezigheid van de graven van andere farao's.
 
 
In de westelijke helft van de Vallei der Koningen was hij voorlopig de enige farao met een graf in situ. Zijn mummie zou later door de priesters van de
21ste dynastie verplaatst worden naar de geheime cache in het graf van Amenhotep II. Anno 2004 heeft een Japans team van veld archeologen restauratie werkzaamheden uitgevoerd die voortijdig werden onderbroken door een gebrek aan fondsen. Het graf had door de eeuwen heen veel te lijden gehad van vocht en schimmelproblemen alsook de agressieve aanvreting van de fragiele kleuren veroorzaakt door de uitwerpselen en de urine van vleermuizen. Ook de pilaren en het plafond waren ernstig beschadigd door de vele breuklijnen en de talrijke aardverschuivingen die optraden in de naburige rotsen.
 

   
 
In de late zomer van 1799 ontdekten twee Franse ingenieurs genaamd Prosper Jollois en Edouard de Villiers de Terrage de ingang van het graf. Beiden behoorden ze tot het expeditieleger van Napoleon Bonaparte die als opdracht kregen om alle tempels, graven en bezienswaardigheden in Egypte te documenteren en deze in kaart te brengen. Nadien volgden er in het begin van de 19de eeuw vele rijke Europese toeristen die beetje bij beetje het graf beschadigden door fragmenten uit de muren los te snijden (zie foto hierboven). Uiteindelijk raakten deze twee losgesneden fragmenten via allerlei omwegen in het Louvre museum in Parijs.
 
   
Theodore Davis
beweerde dat hij het graf vrijmaakte van puin maar er zijn geen geschreven documenten in zijn archief hiervan gevonden. Ook Flinders Petrie was er kortstondig aanwezig om het graf te kunnen inventariseren. Uiteindelijk heeft Howard Carter tijdens de maanden
februari en maart 1915 het graf grondig onderzocht en het meeste puin verwijdert. In het graf zijn er grote gedeelten uit het dodenboek van de Amduat aanwezig. Men treft er ook halverwege het graf een identieke cursieve stijl aan die ook in de graven van zijn grootvader (Amenhotep II) en overgrootvader (Thutmosis III) werden gebruikt. Voorlopig is het graf niet opengesteld voor bezoekers wegens het instortingsgevaar . Er zullen nog vele jaren werk nodig zijn om de barsten in de pilaren en in het plafond te kunnen herstellen.