DAL DER KONINGEN

DB 320 CACHE

Een bezoek aan het 'Dal der Koningen' is ongetwijfeld het absolute hoogtepunt tijdens uw Nijlcruise. Uw Egyptische gids zal samen met u, drie graven bezoeken. Er is ook een stop voorzien aan een albast shop, waar men volledig handgemaakte albasten en granieten voorwerpen kan bekijken. Neem voldoende water mee en kleed u heel licht. In de vallei is het altijd (en dit in elk seizoen)  bloedjesheet.


INTRO | 3-D PLAN | GRAVEN | PANORAMA | ATLAS  | ALBAST SHOP | DB 320 CACHE


Diefstal van oudheidkundige voorwerpen en grafschatten gebeurt al sinds vele eeuwen. De illegale handel in Egypte gaat nog altijd onverminderd voort maar nu op een veel kleinere schaal en heel vaak zeer onopvallend. Dit ongelooflijk spannend detectiveverhaal begint in 1871 met als locatie de 'Deir el Bahari Vallei'. Abd-er-Rassul Ahmed was behalve een eenvoudig geitenhoeder, ook af en toe actief als strandjutter. Zijn buit was altijd mager en bestond voornamelijk uit amuletten die hij her en der in de rotsspleten kon vinden. Op een dag was hij zijn geiten aan het hoeden in de buurt van de Deir-El Bahari vallei en welbepaald in één van de zijwadi's. Eén van zijn geitjes was naar boven geklommen en was in een rotsspleet gevallen. Het dier mekkerde en maakte enorm veel kabaal. Al vloekend en sakkerend klom Abd-er-Rassul Ahmed geheel tegen zijn zin naar boven. Uit nieuwsgierigheid, klom hij dieper in de rotsspleet en ontdekte dat dit door mensenhanden was uitgegraven en dat hij een graf uit de oudheid had ontdekt. Hij ontstak een toorts. Groot was zijn verbazing toen hij in de laatste kamer de inhoud ervan kon aanschouwen. Het verloren gelopen geitje was plotseling van geen belang meer. Toen dacht Ahmed diep na. De zwarte markt voor antieke voorwerpen was in Egypte door de eeuwen heen, altijd heel bedrijvig geweest. In de periode vanaf 1875 begon er zich echter een geheel nieuw patroon te ontwikkelen waarbij exclusieve papyri en Ushabti beeldjes van uitzonderlijke kwaliteit her en der in de wereld plotseling uit het niets opdoken en in handen vielen van privé verzamelaars en de "Filthy Rich". Er was iets aan de hand in Egypte, op het gebied van antieke voorwerpen die afkomstig waren uit Koninklijke graven in de Biban El Muluk.


Gaston Maspero (1864-1916) was al geruime tijd actief in Egypte als archeoloog en egyptoloog en zou in 1881 de opvolger worden van Augustte Mariëtte en zo het hoogste ambt op oudheidkundig gebied in Egypte bekleden. Vanaf 1871 kreeg hij geleidelijk aan lucht van de enorme toevloed van illegale handel in antieke voorwerpen die op de zwarte markt welig tierde. Op een dag ontving hij een brief van de Schotse kolonel Campbell, waarin deze aan hem vroeg hoeveel een papyrus waard zou kunnen zijn dat hij in Luxor van een smoezelige verkoper had aangekocht voor slechts 100 pond. Maspero regelde een persoonlijke afspraak met Campbell. Groot was zijn verbazing toen hij ontdekte dat de papyrus had toebehoord aan de hogepriester Pinedjem II uit de 22ste Dynastie en dat deze in het hiëratische schrift was opgesteld. Dit was het begin van een speurtocht die uiteindelijk in de zomer van 1881 zijn ontknoping zou vinden. Het jaar daarna, schreef de Amerikaanse antiekjager Baton naar Gaston Maspero dat hij enkele zeer mooi gemaakte Ushabti beeldjes te koop kon aanbieden. Wederom waren deze voorwerpen afkomstig uit de 22ste Dynastie. Nu werd het aanvankelijke vermoeden van Gaston Maspero een bewaarheid. Iemand heelde antieke voorwerpen die afkomstig waren uit één nog niet ontdekt graf op de westelijke oever. Hij gebood aan één van zijn assistenten om zich voor te doen als een rijke toerist. De assistent kreeg de opdracht om zijn rijkdom breed uit te smeren door steeds royale fooien (bakchich) aan het hotelpersoneel te geven en om tijdens zijn wandelingen in de bazaars voortdurend te vragen naar zeldzame antieke voorwerpen. De louche handelaar Moestafa Agha Ayat kon via de Arabische tam tam de assistent uiteindelijk strikken voor een ontmoeting in zijn bazaar. De assistent in vermomming (poserend als een rijke toerist) kon de hebberige handelaar uiteindelijk zo ver krijgen dat deze uit een zijkamer enkele zeer prachtige Ushabti's beeldjes tevoorschijn haalde. De assistent kocht de beeldjes en rapporteerde zijn wedervaren aan Gaston Maspero. Nu was het enkel een kwestie om zowel de heler als de illegale grafschenner op te sporen zonder argwaan te wekken bij de armoedige bevolking.


Emile Charles Albert Brugsch 1842 - 1930 was de jongere broer van Heinrich Brugsch. Ondanks het feit dat ze 15 jaar verschilden in leeftijd deelden ze allebei als passie de egyptologie. Emile werd spoedig de rechterhand van Gaston Maspero. Hij gebood hem om met het onderzoek van start te gaan. Als eerste werd de louche handelaar Moestafa Agha Ayat gearresteerd, wegens het helen van gestolen antieke voorwerpen. Maar ze hadden de invloed van deze handelaar zwaar onderschat, daar hij tevens de post van consulair ambtenaar bekleedde voor zowel België Engeland als Rusland. Hij werd reeds de volgende dag vrijgelaten, wegens zijn diplomatieke onschendbaarheid. Zowel Maspero als Brugsch waren echter op het goede spoor gekomen daar ze nu tenminste de heler van de antieke voorwerpen hadden kunne identificeren. In het voorjaar van 1881 leidde hun maandenlange speurtocht hen naar de familieclan van de vier broers Abd-er-Rassul die in het dorp El-Sheik Abd-El-Qurna woonden. De vier broers werden op 4 april 1881 in het politiebureau van Qena ondervraagd. Gaston Maspero werd intussen dringend weggeroepen naar Parijs en liet hij het onderzoek geheel over aan Emile Brugsch die intussen hulp en raad had gekregen van zijn oudere broer Heinrich. Om te tonen dat het hen menens was, werd "His Excellency Daud Pasha, Mudir (gouverneur) of Qena" er persoonlijk bijgehaald. Hij was gekend voor zijn gestrengheid en werden de vier broers twee maanden lang in de gevangenis hardhandig ondervraagd en werd er met houten latten op hun voetzalen geslagen. Ondanks deze tactiek van dagenlange ondervragingen gaven ze geen krimp en bleven ze alle vier hun onschuld staande houden en zweerden ze dure eden op de 'Heilige Koran' dat ze respectabele burgers waren en dat ze nog nooit in hun leven hadden gestolen laat staan graven hadden geplunderd.


Uiteindelijk werd Mudir Daud Pasha verplicht en dit onder druk van de publieke opinie, om de vier broers vrij te laten en hen een geschreven bewijs van onberispelijk gedrag mee te geven. Er kon hen absoluut niks ten laste worden gelegd. Het verblijf van twee maanden in de gevangenis en de slagen met de houten latten op zijn handen en voetzolen hadden Abd-er-Rassul Ahmed diep aan het nadenken gezet. Hij voelde sterk de aanwezigheid van de twee Westerse honden (de gebroeders Brugsch) die hem dagelijks schaduwden en zijn handel en wandel in Luxor nauwlettend in het oog hielden. Hij redeneerde dat zelfs een invloedrijk diplomaat zoals Moestafa Agha Ayat zijn vel niet meer kon redden, mocht hij wederom in de nabije toekomst antieke voorwerpen op de zwarte markt verkopen die hij regelmatig uit zijn geheime vindplaats van 1871 haalde. Hij maakte ruzie met zijn drie andere broers en was bang dat zij hem tot een zondebok zouden maken. Hij nam toen een zeer onverwachte beslissing die zelfs de gebroeders Brugsch niet voor mogelijk konden achten. Hij zou een spijtoptant worden. Maar dit alles was echter schone schijn en pure beredenering. Geleidelijk aan, zocht hij contact met zowel Emile Brugsch als de Mudir Daud Pasha en begon hij langzaam alles op te biechten hoe hij in 1871 de geheime cache had gevonden. Hij begon te onderhandelen en te bieden, zoals alleen een echte Egyptische zakenman dit kan doen. Hij zou eerst als bewijs voor de waarheid van zijn verhaal enkele antieke voorwerpen overhandigen. Hij gaf aan hen papyri, die toebehoord hadden aan Koningin Maekere, Koningin Isimkheb en Prinses Neskhonsu. Er werd een overeenkomst gesloten, waarbij hij 500 Pond zou krijgen, indien hij aan hen de vindplaats zou tonen. In zijn loslippigheid deelde hij ook mede, dat de helft van de bewoners van zijn dorp allen geroutineerde grafrovers waren die boven op de graven leefden en zo gemakkelijk toegang hadden in het labyrint van de graven die zich onder de grond bevonden. En ook maakte hij het feit kenbaar dat deze kennis steeds van vader op zoon werd overgedragen en dit gedurende vele generaties. Maar de kennis en de locatie van de vindplaats die hij in 1871 had gevonden, had hij enkel met zijn vier broers gedeeld.


Uiteindelijk was de dag van de waarheid eindelijk aangebroken. Op woensdag 6 juli 1881 begaf zich een groep mannen zich net vóór zonsondergang (het was dat jaar een zeer hete zomer geweest) naar de kliffen van de 'Deir el Bahari Vallei'. Het was de spijtoptant Abd-er-Rassul Ahmed die Emile Brugsch, een groep werklieden en politievertegenwoordiger Ahmed Effendi Kamal de ingang toonde van het geheime graf (zie foto) die hij ontdekt had in 1871 toen hij een verloren gelopen geitje volgde. Met kaarsen en toortsen daalden ze af in het zeer diepe graf die abrupt naar rechts zwenkte en die heel diep in de rotsen doorliep. Emile Brugsch dacht dat hij droomde toen hij de Koninklijke cartouches las op de houten sarcofagen. Hij las de namen van Ramses II, Ramses IX, Ramses III, Thutmoses III. Enfin....... de gehele lijst die hijzelf en alle andere egyptologen die ooit voor hem hadden geleefd slechts gekend hadden via de geschiedenisboekjes en op latere leeftijd via Egyptologische publicaties. Hij begon eventjes te duizelen van verbazing daar alle illustere farao's die sinds de Romeinse oudheid als vermist werden beschouwd, hier nu op een hoopje lagen opgestapeld en hij na eeuwen afwezigheid deze giganten uit de Egyptische geschiedenis daadwerkelijk kon aanraken.

LIJST VAN DE 40 MUMMIES

Prins     AHMOSE HENTEMPET        18de Dynastie
Koningin     AHMOSE HENUTTIMEHU        18de Dynastie
Koningin     AHMOSE INHAPI        18de Dynastie
Koningin    AHMOSE MERYETAMUN        18de Dynastie
Koningin     AHMOSE NEFERTARY        18de Dynastie
Prins     AHMOSE SIPAIR      18de Dynastie
Koningin     AHMOSE SITKAMOSE        18de Dynastie
FARAO     AMENHOTEP I       ANB  18de Dynastie
FARAO     AHMOSE I       ?  18de Dynastie
Dame     BAKT        18de Dynastie
Heer     DJEDPTAHAUFANKH        18de Dynastie
  Koningin    HENNUTAWY        18de Dynastie
Prins   ISIEMKHEB         18de Dynastie
Koningin  MAATKARE MUTEMHET         18de Dynastie  
Heer      MASAHARTA        21ste Dynastie
Koningin    NESKHONS        21ste Dynastie
Prins   NESTANEBTISHRU         21ste Dynastie
Koningin  NODJMET         21ste Dynastie 
FARAO   PINEDJEM I       ?   21ste Dynastie 
FARAO   PINEDJEM II       ?   21ste Dynastie 
Dame   RAI         21ste Dynastie
FARAO   RAMSES II       KV 7   19de Dynastie
FARAO   RAMSES III       KV 11   20ste Dynastie
FARAO   RAMSES IX       KV 6   20ste Dynastie
FARAO   SEQENENRE TAO      ?   17de Dynastie 
FARAO   SETI I       KV 17   19de Dynastie 
FARAO   SIAMUN      ?   21ste Dynastie  
Prins   SITAMUN        21ste Dynastie  
FARAO   KONINGIN TAWSERT      KV 14   19de Dynastie 
FARAO   THUTMOSIS I      KV 38 ?  18de Dynastie  
FARAO   THUTMOSIS II      ?   18de Dynastie
FARAO   THUTMOSIS III      KV 17   18de Dynastie  
            
plus 8 anonieme onbekende mummies = 40 mummies